[ Voorheen ]



Alle teksten copyright © 1998-2017 Robert van Eijden.

Striptekeningen & Flash-animaties copyright © 1998-2017 Martijn Vugteveen.

m a a n d a g   2   f e b
DE PROFESSOR - Laatst deed ik mee met een IQ-test op televisie. Ik moest 56 vragen beantwoorden met onderwerpen als taal, rekenen, ruimtelijk inzicht en wat al niet meer en mijn antwoorden sms'en. De uitslag was naar tevredenheid: ik had een IQ van 144. De volgende dag stuurde ik een e-mail naar iedereen die ik kende, of er vanaf nu aan mij gerefereerd kon worden als 'de professor' in plaats van 'die rare Oxysept'.

Hoewel ik louter smalende reacties ('Lul!') kreeg op mijn verzoek, was ik de hele dag bijzonder ingenomen met mezelf. Totdat ik die avond in de supermarkt een nieuw sms'je van het televisieprogramma ontving: ze hadden de uitslag van de thuisdeelnemers verkeerd berekend. Na correctie bleek mijn IQ slechts 140 te zijn, zo stond er in kille letters op het groene schermpje van mijn mobiele telefoon. Hebt u ooit een volwassen man zien huilen naast een schap Conimex-producten?

Maar goed, 140 grenst nog steeds aan bijna gekmakende genialiteit, dus ik hoefde niet meteen te wanhopen. Nu vraagt u zich misschien af: wat kun je allemaal met een IQ van 140? Dat zal ik u laten zien aan de hand van twee anekdotes, die u desgewenst op verjaardagen kunt navertellen alsof u ze zelf heeft meegemaakt.

Anekdote één. Onlangs was ik met een elektrische schuurmachine een betonnen vloer aan het schuren. Aan de elektrische schuurmachine zit een snoer, en de kunst van het elektrisch schuren bestaat eruit dat je niet over je snoer heen schuurt. De rest gaat vanzelf. In mijn kluskleren schuurde ik over het beton dat het een aard had, stofwolken hingen laag in de kamer en de transistorradio speelde liedjes van Guus Meeuwis, Bløf en Nick & Simon. Midden in een lange haal voelde ik een flinke bobbel onder de machine. Daar zit nog heel wat verdroogde tapijtlijm, dacht ik, en drukte de schuurmachine eens extra hard aan. Toen pas zag ik dat mijn snoer om de schuurband zat gewikkeld en verder eigenlijk ook om het binnenwerk van het hele apparaat. Snel zette ik de knop op 'Uit' zodat ik het snoer kon ontwarren - een beetje laat, want de vrolijk gekleurde draden staken al door de zwarte isolatie heen. Het besef dat ik met mijn IQ van 140 helaas was vergeten de stekker uit het stopcontact te halen voor ik de draad beetpakte, kwam als een enorme schok.

Twee. Een paar maanden geleden kwam ik uit het zwembad. Met mijn mooie jongenshaar fris geföhnd onder zo'n raar machientje aan de muur en mijn sporttas op mijn rug liep ik door de hal richting uitgang. De plexiglazen schuifdeuren openden zich automatisch en ik stapte welgemoed de frisse buitenlucht in. Daar werd mijn weg versperd door een grote groep mongolen die met moeite in bedwang werden gehouden door een stevig beschoeide leidster met een luide stem. De mongolen wilden allemaal tegelijk naar binnen en dat paste natuurlijk nooit, maar ja, het zijn mongolen, dus wat wil je. (Ik weet dat het correcte woord voor mongool tegenwoordig 'lijder aan het Downsyndroom' is, maar dat vind ik lang niet zo krachtig als mongool. In mijn jeugd heetten mongolen overigens weer anders dan nu: ongelukkig. 'Die-en-die heeft een ongelukkig kind gekregen', hoorde je volwassenen soms zachtjes zeggen, en dan wist je dat je niet moest doorvragen. Ook geen beste term trouwens, ongelukkig, want volgens mij zijn mongolen niet ongelukkiger dan reguliere mensen. Sterker nog: ze hebben bijna altijd een lach op hun gezicht. Of is dat gewoon een façade, waarachter pure wanhoop over de leegte van het bestaan schuilgaat? Niets menselijks is een mongool immers vreemd.)

Waar was ik? O ja, ik stortte mijzelf midden in het gedruis, baande mij een weg (Mozes, op weg naar het beloofde land) en kwam er uiteindelijk aan de achterkant van de groep weer uit met mijn IQ van 140. Toen hoorde ik de stem van de leidster: "Hé, jij daar! Kom terug!" In paniek rende ik naar mijn fiets, haalde de drie sloten eraf en reed met hoge snelheid het parkeerterrein van het zwembad af. Zonder zijwieltjes! Kan ik wel.



v r i j d a g   3 0   j a n
MAAK ER MAAR EEN DUBBELE VAN - Vandaag zat ik al om half tien 's ochtends aan de Jack Daniel's. Niet uit zelfdestructie, maar omdat ik mijn lenzen nog niet in had gedaan. U moet weten: ik drink mijn espresso en mijn whisky uit dezelfde glaasjes. Mooie glaasjes zijn het: slank, sober vormgegeven, geribbeld, niet te hoog en niet te laag - een beetje als ikzelf, zeg maar. Vanochtend pakte ik een dergelijk mooi glaasje van het aanrecht en zette het onder mijn espressomachine, zoals ik dat elke ochtend doe. Ik dacht dat ik een schoon glaasje op het roostertje geplaatst had, maar toen de eerste druppel espresso de machine verliet en even in het luchtledige bleef hangen, alsof hij erover twijfelde om te vallen (excuses, ik ben dinsdag uit eten geweest met een dichter), zag ik dat er nog een bodempje whisky van de vorige avond in het glas zat.

Espresso zetten is net als ejaculeren: je kunt het proces niet onderbreken, want dan gaat je mooie apparaat stuk. Dus liet ik de machine maar begaan. Waarom ook niet? Het was tenslotte een genot om het ding te horen ratelen, deze machine uit de fabrieken van Krups, een betrouwbare Duitse firma die zelfs in 1940 al oerdegelijke producten leverde die minstens vijf jaar meegingen. Ik moest even denken aan de Tweede Wereldoorlog, die zwarte periode uit de menselijke geschiedenis. Niet te lang natuurlijk, want vier seconden later brak een nieuwe, iets vrolijker zwarte periode aan: mijn espressowhisky was klaar. Wat te doen? Weggooien was zonde, zowel van de espresso als de whisky. Na een kort wikken en wegen nam ik het glaasje mee achter mijn bureau en leegde het in twee flinke slokken. Zelden had ik zo'n productieve tien minuten als die na deze versnapering. Ik denk dat ik bij mijn volgende kopje whisky de dosis espresso maar eens ga verdubbelen. Wat zal de rest van de dag mij gaan brengen? Wat is het leven toch mooi!



d o n d e r d a g   2 9   j a n
THINGS TO DO IN HET UTRECHTSE STADJE U. WHEN YOU'RE ALIVE - Wat een ellende, wat een troep allemaal, het leven! Gelukkig heb ik een wapen in de strijd: mijn to-do list. Dat is een lijst waar alle dingen opstaan die nog moet doen, zowel privé als zakelijk. Ik leg het maar even uit - niet dat ik denk dat u minder slim bent dan ik, maar omdat ik iemand ken die al jaren van de ene goedbetaalde baan naar het andere bekende bedrijf hopt en nog nooit in zijn arbeidzame leven een to-do list heeft gemaakt. Hoewel ik het me niet kan voorstellen, zijn er vast meer mensen zoals hij. Laatst sprak ik hem in het café en ik vroeg hem hoe hij op zijn werk dan wist wat hij moest doen. Zijn antwoord kwam erop neer dat hij de hele dag de telefoon opnam en zich liet uitfoeteren door hogergeplaatsten (soms ook door lagergeplaatsten) omdat hij dit of dat nog niet had gedaan, waarna hij meteen dit of dat ging doen. "Zo kan het natuurlijk ook," zei ik tegen hem, "zo kan het natuurlijk ook," en tuurde in mijn halflege glas. Ik ken trouwens ook iemand die op zijn to-do list 'gelukkig worden' had staan, maar hem heb ik al jaren niet meer gezien. Waarschijnlijk is hij gelukkiger zonder mij in zijn buurt.

Maar goed. Om te voorkomen dat ik gek word, mag mijn to-do list niet langer worden dan een half A4-tje. Iedere dag opstaan, naar mijn werkkamer lopen, stukjes typen over dit en dat en zorgen dat ik die avond een gezonde en voedzame maaltijd binnenkrijg, is zo ongeveer het maximale wat ik aan stress kan verwerken. Het is me dan ook een groot raadsel hoe andere, zeg maar gerust gewone mensen zich door het leven slaan. Ze moeten de kinderen naar zwemles brengen, de hypotheek oversluiten, verjaardagskaarten kopen en beschrijven met een originele tekst ('Gefeliciteerd!'), kleding kopen, verjaardagen bezoeken van andere gewone mensen, naar concerten van Guus Meeuwis, Bløf en Nick & Simon gaan, in de file staan, de auto naar de garage brengen, hun Hyves-pagina bijwerken, formulieren invullen, nog meer formulieren invullen, naar de tandarts gaan, naar de fysiotherapeut gaan, een e/o-rekening openen of juist sluiten, een vakantie boeken, een nieuwe werkster zoeken, overstappen van energie- en telefoonbedrijf, drie wasjes draaien (bont, wit en fijn), een laaf aan een touwladder op Marktplaats.nl kopen, Google Chrome installeren, karten en steengrillen met de zaak, de kinderen weer ophalen van zwemles - en dat vaak allemaal op één dag!

In hetzelfde café sprak ik op dezelfde avond met iemand die in de psychiatrie werkte. Of er nou nog veel authentieke gekken in zijn kliniek rondliepen, wilde ik graag weten. "Van die mensen die zichzelf de hele dag voor hun hoofd slaan," zei ik, en sloeg mijzelf tijdens deze explicatie voor mijn hoofd. "Van die mensen die om de haverklap 'Het kengetal van God is 035!' roepen," ging ik verder. "Of zijn het juist allemaal mensen die hun to-do list niet meer afgewerkt krijgen?"
"Het laatste," zei hij, en schetste de situatie beeldend: "Voor je het weet zit je twee weken onder een blauw dekentje naar steeds hetzelfde nummer van Metallica te luisteren."
"Hmm," mompelde ik, "dat is precies hoe ik mijn laatste kerstvakantie heb doorgebracht."
We zwegen allebei en tuurden in onze halflege glazen en ik maakte een notitie op de to-do list in mijn hoofd om de cd van Metallica te verwisselen en een andere kleur dekentje te kopen.



w o e n s d a g   2 8   j a n
ARBEIDSVITAMINEN - Ik had mijn kadaver maar weer eens naar de sportschool gesleept en zat voor mijn laatste oefening in een of ander werktuig van een firma die zijn hoofdvestiging waarschijnlijk in Guantánamo Bay had. Zittend werk, dat ligt me wel, maar het was me niet geheel duidelijk of ik nu moest duwen of trekken - een vraag waar ik wel vaker tegenaan loop in het leven. Uit het plafond klonk muziek, om precies te zijn: The Funk Phenomena van Armand van Helden.

Naast mij was een man in een soort zwempak heel erg duidelijk aan een vrouw van naar schatting 13 kilo aan het uitleggen hoe je een beamer op een laptop moest aansluiten, of andersom. "Het is heel simpel," zei het zwempak, en hij haalde diep adem, alsof hij honderdvijfentwintig meter onder water ging zwemmen in het Sportfondsenbad. "Eerst moet je de stroomkabel van de beamer aansluiten en in het stopcontact doen. Daarna steek je de ene kant van de VGA-kabel in de laptop en de andere kant in de ingang RBG in of computer1 op de beamer. Sluit de geluidskabel aan op de koptelefoonuitgang van de laptop. Vervolgens zet je eerst de beamer aan en dan pas de laptop. Dan heb je waarschijnlijk meteen beeld. Een beamer heeft trouwens vaak twee aan-uitknoppen, zo'n grote aan de achterkant en een powertoets bovenaan. Die moet je dus allebei op standje aan zetten. Als je nu nog niks ziet, dan moet je op de Fn-toets van de laptop drukken, samen met een functietoets, die toetsen bovenin met F1 tot en met F12 erop. Welke functietoets het is, verschilt per laptop, maar meestal staat er CRT-LCD op, of een icoontje van een scherm. Door die toetsen in te drukken kun je zappen langs drie standen: je beeld alleen op de laptop, je beeld alleen op de beamer of je beeld op laptop en beamer tegelijk. O ja, de input van de beamer moet op RGB staan, dus niet op video of S-video, maar er zitten knoppen op de beamer waarmee je dat in kunt stellen. En eh... Als het beeld van je scherm afvalt omdat het te groot is, moet je de resolutie op je bureaublad aanpassen."

Ik besloot het toestel te laten voor wat het was, stapte eraf en wandelde naar de kleedkamer. Wat is dat toch een onvoorstelbaar goed nummer, The Funk Phenomena.



d i n s d a g   6   m e i
'HEB JIJ TIËSTO OOIT EEN PLAAT VAN HENK BORGHUIS HOREN DRAAIEN?' - Nu Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek meer dj's dan inwoners telt, wordt het steeds moeilijker voor een dj om zich te onderscheiden. Hoe blijft VIP-dj Oxysept origineel? Een dag lang de Utrechtse vrijmarkt afstruinen met dit stijlicoon levert een hoop antwoorden op, hoewel het niet altijd duidelijk is op welke vragen. 'Waarom heeft Albert Heijn geen poppetjes van Vader Abraham uitgebracht?' Lees meer >>



v r i j d a g   1 8   j a n
INTUSSEN IN DE ONTWIKKELINGSLANDEN - Goed bedoeld loopt vaak slecht af, niet alleen in mijn eigen leven, maar ook in de rest van de wereld. Zo zat ik afgelopen weekend televisie te kijken. Van Dis in Afrika, om precies te zijn. Adriaan van Dis, om precies te zijn.

In een Afrikaans dorpje interviewde hij een Afrikaanse mevrouw - haar Afrikaanse kindje stond naast haar en keek met grote ogen naar de dito witte mijnheer. De toon van het gesprek werd al snel serieus-droevig, Van Dis viste en uiteindelijk kwam het eruit: de vrouw had een ziekte waar ze de naam niet van durfde te noemen. Heeft het drie letters, vroeg Van Dis in zijn beste Engelands. Ja, de ziekte had drie letters. En haar kind had het ook.

O nee, dacht ik, wat verschrikkelijk! Nu hebben zelfs Afrikanen RSI!

Geschokt zette ik de televisie uit. Dat komt er nou van al die gratis laptops voor Afrika.



m a a n d a g   1 7   s e p
SPREKEN IN HET *kuch* OPENBAAR - Het liefst lig ik de hele dag onder een stapel jassen, maar af en toe ontkom ik er niet aan om de deur uit te gaan en mij onder de mensen te begeven. Zo gaf ik de afgelopen maanden twee voordrachten in de semi-privésfeer. Vanwege de algemene geldigheid ervan maak ik die twee teksten bij dezen openbaar. Dat is ook een stuk makkelijker voor de directeur van het Letterkundig Museum - zo hoeft hij na mijn dood niet door mijn schoenendozen te spitten en houdt hij meer tijd over voor het draaiend houden van Simon Vestdijks stofzuiger.

De eerste voordracht heet 'Goedemorgen, klootzakken!' en de tweede voordracht is getiteld Verhaal over Anton, die eigenaar is van café De Stad. (Mijn mooie stem moet u er zelf maar even bijdenken.)



m a a n d a g   9   j u l
WERK - Kan Oxysept een erotisch verhaal schrijven? Wie is de regisseur van Pulp Fiction? Wat voor speciale dag was 20 april 2006? Wil Zero de Foster Parent worden van Oxysept? Al deze kwesties komen aan bod in nieuwe afleveringen van [ Werk ], de almaar uitdijende verzameling chatlogs van Zero en Oxysept. Lees meer >>



m a a n d a g   8   j a n
DE KATTENFLUISTERAAR - Kent u de film De Paardenfluisteraar? Ik ook niet, maar het verhaal schijnt te gaan over een man die nogal goed contact heeft met paarden, alles geestelijk natuurlijk. Hetzelfde heb ik met katten, en het is dus niet vreemd dat ik onlangs het verzoek kreeg twee weken lang op de kat (en het huis) van Poes te passen. Lees meer >>



v r i j d a g   6   o k t
NOTULEN 30-09-2006 - Vraagt u zich wel eens af wat de term 'sociale woningbouw' betekent? Nu, dat zal ik u als ervaringsdeskundige vertellen: dat betekent dat je in een huis woont waar je precies kunt volgen wat er in de huizen onder, naast en boven je gebeurt. Alsof je allemaal samenwoont, zeg maar. Lekker sociaal! Lees meer >>



w o e n s d a g   1 6   a u g
ZELF MARTIN BRIL WORDEN (VALT HELEGAAR NIET MEE) - Omdat Volkskrant-columnist Martin Bril een paar weken met vakantie zou gaan, schreef de Volkskrant eind juni een wedstrijd uit met de titel 'Zelf Martin Bril worden'. De opdracht: schrijf uw eigen imitatie-Martin Bril-column, met gebruik van zoveel mogelijk stijlkenmerken van de meester zelf. Lees meer >>



m a a n d a g   2 4   j u l
RUK! - Toen onlangs de langverwachte Playboy met naaktfoto's van Bridget Maasland verscheen, durfde ik natuurlijk geen exemplaar te kopen. Wat moest mijn sigarenboer wel van mij denken? Die vond mij toch al een slecht mens sinds ik een paar jaar geleden was gestopt met roken en alleen nog maar krasloten, postzegels en af en toe een verjaardagskaart met een glimlachende koe erop bij hem kocht.

Gelukkig had ik een alternatief: internet. En ja hoor, al op de avond van de dag dat de nieuwe Playboy in de schappen lag, zag ik op diverse weblogs links naar de gescande foto's. Jolige webloggers maakten stoere opmerkingen over broodjes rosbief en landingsbanen. Hun kennis van de vrouwelijke anatomie was ongelooflijk - het kon bijna niet anders of die webloggers moesten met duizenden vrouwen seks hebben gehad. Betrouwbare gidsen op weg naar het beloofde land, dus!

Van opwinding zat ik te zweten achter mijn computer. Ik bewoog mijn muis naar de onderstreepte tekst WE GOT HER: BRIDGET MAASLAND PLAYBOY en vol verwachting klopte niet alleen mijn hart toen ik de link aanklikte. Het beloofde land bevond zich volgens mijn browser op www.2damnhot.com. Maar al wat ik op die site zag: geen Bridget, zelfs niet met kleren aan. Alleen maar reclame voor 'Hollywoodschandalen'. Ik kon 165 hoge-resolutiefoto's van Tara Reid bestellen. Maar ik wilde geen Tara Reid. Ik weet niet eens wie Tara Reid is. Ik wilde 165 foto's van Bridget, desnoods in lage resolutie.

Met behulp van de nijvere webloggers zocht ik verder. Ik was immers op een missie. Op img139.imagevenue.com moest ik zijn! Maar helaas, daar waren de foto's ook alweer verdwenen. Net als op img45.imagevenue.com en img9.imagevenue.com. Ik begon mijn vertrouwen in de webloggers een beetje te verliezen. Na vier uur klikken was ik zo wanhopig dat ik al bevredigd zou worden door een foto van Bridget in een dikke winterjas, maar zelfs dat was me niet gegund.

Tegen twee uur 's nachts gaf ik het op. Geen vleeskleurige pixel van Bridget gezien maar wel een lamme rechterarm gekregen. Nu ja, toch nog de helft van mijn missie volbracht.



m a a n d a g   1 3   f e b
DOOD GAAN WE ALLEMAAL - Als mensen mij vragen wat ik per se nog wil doen voordat ik doodga, hoeven ze niet te rekenen op antwoorden als 'een wereldreis maken' (te veel gedoe en ik heb al National Geographic op mijn televisie), 'de marathon van New York lopen' (idem, maar vervang National Geographic door Eurosport) of 'gitaar leren spelen' (dat kan ik namelijk al). Lees meer >>



d o n d e r d a g   1   d e c
UTRECHT - Ook in de muziek geldt: minder is meer. Was Smurrie bij zijn een-na-laatste optreden nog een trio, het meest recente optreden werd als duo uitgevoerd. Zo doorgeredeneerd zou Smurrie na het volgende optreden niet meer bestaan, wat maar weer bewijst dat doorredeneren tot niets leidt. Lees meer >>



d i n s d a g   2   a u g
WERK - Wat zit er in een rookworst? Hoeveel betaalt Zero maandelijks aan de firma Eneco? Hoe zien Oxysepts nieuwe buren eruit? En wat is het concept van het tv-programma Villa Tepelhof? Lees meer >>



d i n s d a g   2 8   j u n
MET THEE WORDT GEEN KUNST GEMAAKT - Onlangs had ik het genoegen te poseren voor de kunstenaar Han Hoogerbrugge. Nee, dat hoefde niet naakt - ondanks herhaaldelijk aandringen hierop van mijn kant. Lees meer >>



w o e n s d a g   2 6   j a n
BALLETJES IN WITTE PAP - Toen ik gistermiddag thuiskwam na een bezoekje aan de bakker, vond ik een bericht van Paalman in mijn mailbox. Of er dit jaar nog een update op Maarwatishet.com kwam. 'Bel me anders vanavond even,' mailde ik terug, 'dan zet ik mijn cassetterecorder aan en is er morgen een update.' En zo geschiedde. Lees meer >>



m a a n d a g   1 1   o k t
MET JE KNECHT - Vanwege de voordracht ervan, gisteren in café De Stad, het stokoude verhaal [ Met je knecht ] herschreven, uitgebreid en digitaal geremasterd. Lees meer >>



m a a n d a g   5   j u l
HET AFSPRAAKJE - Daar zat ik dan: gewoon thuis, in mijn rookstoel, de krant te lezen. De klok tikt en het koffiezetapparaat pruttelt. Ziet u het voor zich? Het lijkt een vredig tafereeltje, zeker met dat schilderij van een huilend zigeunerjongetje aan de muur, maar intussen bevond ik mij in een noodsituatie: die avond zou ik een afspraakje hebben. Met een vrouw - ook dat nog. Lees meer >>



w o e n s d a g   1 2   m e i
VAN EEN LEKKER BIERTJE IS NOG NOOIT IEMAND DOODGEGAAN - Maarwatishet.com bestaat vijf jaar. 'Wat een stijl! Wat een humor! En dan ineens weer die diepzinnigheid! Ja, dat heb ik toch allemaal maar mooi bij elkaar geschreven.' Lees meer >>



w o e n s d a g   1 4   a p r
OXYSEPT GAAT VERHUIZEN - (Als u binnenkort op het journaal beelden ziet van braaf lerende negertjes in 'de warme landen', en ze gaan gehuld in een T-shirt met het opschrift Jopie's Bloemenhuis of Eet vaak bij Sjaak, dan weet u dat Humanitas werkt.) Lees meer >>



m a a n d a g   3   n o v
HET VERROTTE LEVEN VAN OXYSEPT - 'Nou ja, zoals dat gaat, hè. Op een gegeven moment begon ze een beetje over m'n buik te kriebelen en te vertellen dat ze een geschoren poes had en of ik misschie-' Lees meer >>



m a a n d a g   2 9   s e p
PROJECT DEKBEDHOES - Op een zomerse namiddag in de maand september van het jaar 2003, zat ik met mijn gabber Paalman op een terras in het oude centrum van het Utrechtse stadje U. We waren bezig met een serieuze activiteit, noem het topsport zo u wilt: het verbeteren van het wereldrecord bierdrinken.

 'Ritme,' zei ik tegen Paalman, terwijl ik door mijn opgeheven glas heen naar de zon keek die het bier nog meer goud kleurde dan het al was, 'daar gaat het allemaal om. Je moet het juiste ritme vinden. Niet meteen om twee uur 's middags halve liters achterover slaan met je kop in de zon, maar rustig doch vastberaden vaasjes drinken in de schaduw. Later kun je het tempo eventueel iets opvoeren.'
 'En kleine slokjes drinken, dat het gelijkmatig in je bloed komp,' zei Paalman, die zijn klassiekers beter kent dan zijn taks.

De zon verdween langzaam achter de Domtoren en wierp een zachte gloed over een prachtig-scheve gevelrij aan de gracht. De wereld leek in dit licht even te vertragen, stil te vallen zelfs. Ik kreeg het gevoel dat ik maar even met mijn ogen hoefde te knipperen om alles voor eeuwig vast te leggen, als op een schilderij van een oude Hollandse meester. Alomtegenwoordig en onontkoombaar was de schoonheid van dit tafereel. Bijna kreeg ik een 'esthetische ervaring', zoals ik het een bevriende-kunstenaar-die-de-dingen-altijd-zo-mooi-kan-zeggen eens had horen zeggen.

Ik voelde een sterke drang om deze emotie met Paalman te delen, het liefst door middel van een lyrisch gedicht, zo mooi van vorm en inhoud dat het compleet recht zou doen aan de innerlijke wereld van Paalman, die toch minstens net zo fijnbesnaard was ik, want waarom was hij anders mijn gabber?

Ineens had ik het.

 'UTRECHT DE GEKSTE!' schreeuwde ik over het terras.
 'HOEREN!' riep Paalman uit, die net naar een boot met veertien identiek gekapte en geklede studentes zat te kijken.

Ja beste lezer, de alcohol, die weet wat. Dat hoef ik u natuurlijk niet te vertellen. U 'houdt ook wel van een glaasje op zijn tijd'. Gewoon, 'voor de gezelligheid', dat u er eens 'eentje meedrinkt'. Maar 'de hele nacht in een rokerige kroeg zitten', dat is niks voor u, natuurlijk niet. En zo slecht voor uw huid ook. Zelf heb ik laatst de eigenaar van mijn stamcafé gevraagd of ik een stretcher achterin de zaak mocht zetten, in dat rustieke hoekje bij de flipperkast op de verhoging, zodat ik nooit meer naar huis zou hoeven.

Ja beste lezer, de alcohol, die weet wat. Op de fles zelfgestookte Lozovaca (een Montenegrijnse, naar spiritus smakende druivenjenever) waaruit Poes mij geregeld schenkt, worden de tegengestelde krachten die de alcohol los kan maken kernachtig samengevat. Op het etiket op de voorzijde staat een plaatje van een lieflijk-groene wijnrank met rijpe, diepblauwe druiven afgebeeld (God), en op het etiket op de achterzijde een doodshoofd (Satan of De Oude Slang). Verborgen symboliek is het makkelijkst te herkennen wanneer het aan de oppervlakte komt.

(Ja beste lezer, de alcohol, die weet wat.
 'Altijd maar die drank,' verzuchtte mijn oude moeder toen ik haar op een ochtend meldde dat ik iets later dan afgesproken bij haar langs zou komen, omdat mijn handen zo ernstig trilden van een kater dat ik mijn tas niet kon inpakken, 'het kan met een glaasje jus toch ook gezellig zijn?'
 'Ja, met een flinke scheut wodka erin wel,' antwoordde ik, en werd ineens zo misselijk dat ik naar de wc moest rennen. God straft meteen en gerechtigheid kent geen tijd.)

 'Effe sassen,' zei Paalman. Hij stond op en liep de kroeg binnen die bij het terras hoorde. Ik keek wat om me heen. Er zat een jonge vrouw naast me. Ze was gekleed in een witte linnen broek en een vaalrood t-shirt waarop ik vaag een tekening van een struik broccoli meende te herkennen, maar het kon eigenlijk net zo goed het gezeefdrukte hoofd van Che Guevara zijn. Het verschil tussen groente en revolutie is hooguit tien wasbeurten, bleek maar weer eens. Daarom wassen krakers zich natuurlijk ook nooit. Mijn levensinzichten werden er per glas scherper op, bemerkte ik.

Het gezicht van de vrouw had die typische ongezonde huidskleur van mensen die gezond leven. Druk gebarend probeerde ze de jongen naast haar, die sprekend op Jezus leek, maar dan met een bril op zijn neus en zonder kruis op zijn rug, iets uit te leggen.
 'Zachte ogen,' zei ze met een harde stem, 'daar gaat het om. Je moet je ogen zacht maken.'

Jezus keek haar geïnteresseerd aan, hetgeen hem zichtbaar moeite kostte. Toch was het eindresultaat heel behoorlijk te noemen. Als zij haar orgasmen net zo goed kan faken als hij zijn interesse, zouden ze best eens een lange en succesvolle relatie kunnen hebben, dacht ik moedeloos. Nee, het zou allemaal nooit meer goed komen tussen man en vrouw, zoveel was mij vandaag alweer duidelijk geworden. Allemaal de schuld van Eva - had ze maar niet naar die Oude Slang moeten luisteren. Ik dronk mijn glas bier leeg en bestelde er nog een. Van Paalman nog geen spoor. Ik wist niet wat het was, sassen, maar blijkbaar kon het verdomd lang duren.

 'Je weet wel, toen ik een paar maanden geleden dat conflict had met Welmoed,' vervolgde de groentevrouw. 'Als je kwaad bent worden je ogen hard. Maar ik dacht: zachte ogen maken! Zachte ogen maken! Gewoon door je buik ademen en zachte ogen maken. Dan reageert de ander ook veel rustiger. En het werkte. Kalm konden we alles uitpraten. Als je maar door je buik ademt.' Zelf voelde ik ineens een niet te onderdrukken neiging om door mijn kont te ademen. Ik ging even verzitten en tilde mijn linkerbil op. Was dat het geluid van een speedboat die door de gracht onder het terras voer, of had ik vannacht dat tweede broodje shoarma met iets te veel rode-uiensaus bedekt?

Paalman kwam terug en ging weer naast me zitten. Ik probeerde de draad van ons gesprek op te pakken, maar dat is nogal moeilijk als het gesprek een onontwarbare kluwen wol is.

 'In het leven draait het allemaal om de duit en de fluit,' debiteerde ik op goed geluk een van mijn levenswijsheden, en begon weer over mijn plan om steenrijk te worden. Jaren geleden had ik in een flits het idee gekregen om dekbedhoezen op de markt te brengen met aan de ene kant een foto van Jody Bernal, en aan de andere kant een foto van Jodi Pijper. Helaas had ik nog steeds geen investeerders voor dit project kunnen vinden.

We bespraken de diverse haken en ogen die er aan 'Project Dekbedhoes' zaten. Dat bleken er wat meer te zijn dan gedacht, en zo vonden we onszelf zeven uur, zes cafés en vijfentachtig uiro later terug in danstempel Tivoli, ook omdat Paalman uiteindelijk toch meer in de fluit dan de duit was geïnteresseerd. Hier geen zon maar duisternis, geen verstilde taferelen maar wild dansende mensen en geen rustiek landschap maar De Tuin Der Lusten. Alleen de drank was gebleven, altijd maar die drank. Ik ging naar de bar.
 'Twee bier,' sprak ik. Voor mijn neus werden twee biertjes getapt. 'Ipse dixit, et facta sunt; Ipse mandavit, et creata sunt,' mompelde ik in mijzelf. Mijn levensinzichten begonnen nu wel beangstigend scherp te worden. Moest ik niet eens op Spa Rood overschakelen, voor ik van de druiven bij het doodshoofd zou belanden?

We dronken. De ene na de andere plaat kwam voorbij terwijl Paalman en ik een beetje lodderig tegen een pilaar stonden geleund. Met zijn kennersblik en een opmerkelijk vaste hand wees Paalman diverse aantrekkelijke meisjes aan, of 'lekkere wijven', zoals hij ze zelf noemde. Toen werd er een nummer opgezet met een beat die zo goed was dat ik eerst niet geloofde dat zoiets kon bestaan. In de stuiterend-repeterende ruimte tussen de basdrum en de snare werd ik al snel de dansvloer op gezogen. Steeds dichter bewoog ik naar de enorme boxen toe. Harder, die beat moest harder, ik wilde opgaan in het nummer, mijzelf vleselijk verenigen met de beat ('ketsen' zou Paalman zeggen, of 'roompotje peilen').

Halverwege het nummer al stond ik met mijn neus tegen het doek van de linkerbox aan. Zelfs de haren op mijn hoofd bewogen nu in de maat, dankzij de luchtverplaatsing - of ik heb gewoon funky haar, dat kan natuurlijk ook. Dit was het, dichterbij kon niet... Of toch?

Ik nam nog een slok bier en kreeg ineens visioenen van wijnranken, doodshoofden, Jody Bernal en Che Guevara.
 'Broccoli!' riep ik, maakte zachte ogen en stapte de enorme box binnen. Een halve seconde werd alles zwart, toen kon ik weer zien en horen. Het geluid was hier anders: niet harder, maar wel duidelijker. Ik ging zitten en keek eens wat om mij heen. Op de maat van de basdrum trilde een conus, hypnotiserend als je er langer dan vier maten naar keek.

Ik keek er 128 maten naar. De beat was alomtegenwoordig en onontkoombaar - dit was het ritme waar ik naar had gezocht. Ik zat hier goed, ik zat hier prima en het was nog lang geen sluitingstijd. In deze wereld bestonden geen wereldrecords, hier waren geen antwoorden, hier waren geen vragen. Nu ja, eentje dan: zou ik hier ook ergens bier kunnen krijgen?



m a a n d a g   2   j u n i
AUTO CENTRUM UTRECHT* - Al zeseneenhalf jaar woon ik in het Utrechtse stadje U. en nog nooit ben ik in het ACU geweest - een grote schande voor een parttime-anarchist als ik. Zaterdag is die schande dan eindelijk uitgewist: van T. moest ik die avond naar een bandje bestaande uit vijf Russische tjiks gaan koeken. In het ACU, inderdaad.

Bij binnenkomst, zo rond een uur of 22, belandde ik meteen in een timewarp. Het was ineens begin jaren negentig, toen ik in het Groningse stadje G. woonde en daar regelmatig tenten als VERA en Simplon frequenteerde. Een glas bier kostte in die tijd twee gulden, als je vanuit een café iemand wilde bellen moest je aan de barman een grijze telefoon met een snoer en een draaischijf vragen en het internet was een overkoepelende organisatie voor zeevissers.

Terug naar nu. Volgens mijn collega Jack Nouws is zelfs chips eten (helaas geen Krek Snek) in het ACU een politieke daad, en inderdaad: het publiek zag er behoorlijk axie-bereid uit. Of misschien hielden ze mij allemaal voor de gek en was het gewoon een vintage-retro kraakstylee die ze droegen. Zelf was ik in ieder geval ook tot axie bereid, namelijk het drinken van bier; een taak waar ik mij grondig van kweet. Een Amsterdammer kost in het ACU maar 1 uiro 60 (cola maar 1 uiro) en dat is prettig, zeker als de temperatuur in zowel café als concertzaal zo'n 45 graden klein nulletje c bedraagt.

De band, waarvan de zangeres een soort Nina Hagen rip-off was, boeide mij maar zeer matig, zodat ik maar weer in het café voor de concertzaal ging zitten. Het was ÃÎÐß×Î;, om de zangeres maar eens te citeren - gelukkig was het in de gang naar de wc's nog enigszins uit te houden (dit is tevens de plek om te vozen, vertelde een vaste bezoekster mij).

Na het concert was het tijd voor de maandelijkse Kitty-avond: dansen voor lesbi's, homo's en hetero's. Aangezien ik hetero ben (kwam dat even goed uit!) bleef ik dus maar hangen. Dat bleek een verstandig besluit te zijn. De dj's van dienst draaiden een soort van overtreffende Russische rakettrap van eclectisch: Nelly, Joy Division, Sisters of Mercy, The Prodigy, SL2, wat hip-hop (van wie is die plaat met een sample van Edie Brickell? Vet zeg!), Rage Against The Machine, etcetera, enzovoort. We kregen een beetje een euforisch schoolfeestgevoel en iedereen ging uit zijn/haar dak tot aan zijn/haar naad. Af en toe keek ik een beetje bevreesd naar de uitgang, bang dat ineens meester Driessen of juffrouw Corstjens binnen zou komen, de tl-lampen aan zou doen en iedereen naar buiten zou bonjouren, waar onze ouders al zouden staan te wachten in hun leuke middenklassertjes, behalve dan de ouders van die ene stoere jongen die al overal haar had en op zijn brommer naar huis ging met die ene tjik achterop die ook al overal haar had.

Terug naar nu. De nacht werd afgerond in de muziektent op het Lepelenburg (ambiance: 10) alwaar de ghettoblaster van T. de cd Greatest Hits From 1992 ten gehore bracht, appelsap van Dr Siemens (tevens een betrouwbaar adres voor al uw mobiele telefoons) werd genuttigd en de zon opkwam en zag dat het goed was.

*Deze tekst is een iets uitgebreide versie van het exemplaar op Maar hoe was het? - Utrechts eerste horeca-weblog, soort van, waar ik lustig aan medetyp. Allen daarheen!



z o n d a g   2 2   s e p t e m b e r
DE WAARGEBEURDE WOENSDAGAVONDFILM - Het was woensdagavond en het liep tegen etenstijd - mijn etenstijd, althans. De hele middag had ik op het balkon geknutseld aan een vergiet, dat ik met behulp van een flinke hoeveelheid zilverpapier, een tube Velpon, een negenvoltsbatterij, vier breinaalden en twee fietslampjes aan het ombouwen was tot een hoofddeksel. Met dat ding op mijn kop kon ik rustig door de stad lopen, zonder dat De Grijzen mijn gedachten konden lezen, was het achterliggende idee.

Ik had een stevige honger en ik was moe - niet van het werken aan het vergiet, maar van de zoveelste confrontatie met twee Jehova's getuigen, die mij blijkbaar in hun lijst van favoriete heidenen hebben staan, want ze komen zeker vier keer per jaar langs. Aan het begin van de middag hadden ze me uit mijn werkzaamheden gedeurbeld en mij allesbehalve zachtmoedig doorgezaagd over 'de zachtmoedigen' die 'de aarde zouden erven'. Diverse citaten uit Mattheüs en Prediker werden door een vrouw in een strontkleurig mantelpakje naar mijn hoofd geslingerd, terwijl haar secondant, een man in een kotskleurige combinatie, er gedurende het hele gesprek het zwijgen toe deed.

'Erg interessant allemaal, maar ik moet nog inkopen doen voor mijn andijviestamppot, dus als u het niet erg vindt, doe ik zo meteen de deur weer dicht,' had ik tegen het mantelpakje gezegd, in een poging het gesprek naar mij toe te trekken. 'Ik zou hier graag nog wat scheldwoorden aan toevoegen,' ging ik verder, 'maar dat werkt waarschijnlijk averechts, want staat niet in Mattheüs 5, vers 11: gelukkig bent u als u beledigingen, vervolgingen, leugens en laster te verdragen krijgt omdat u bij Mij hoort?'

'U bent een grappenmaker!' antwoordde het mantelpakje, terwijl een weke nepglimlach niet van haar gezicht week. 'En nog creatief ook! Ik zie tenminste dat u aardig woekert met uw talenten,' voegde ze eraan toe, terwijl ze naar het halfopgetuigde vergiet in mijn handen keek. 'Ja, mijn leven is één groot kunstwerk,' antwoordde ik, en deed de deur dicht. 'Alleen jammer dat het al zevenendertig jaar in de kelder van het museum staat,' murmelde ik er nog achteraan, terwijl ik de trap weer opslofte.

Andijviestamppot dus. Benodigdheden: een kilo aardappelen, een grote zak andijvie, een half litertje volle melk, zout en peper. En natuurlijk een halve eetlepel spekblokjes en 250 gram geraspte nootmuskaat. Of was het nu andersom? Bereidingstijd: ongeveer een half uur. (Hier slaan we even ongeveer een half uur over.)

Hoewel ik de andijviestamppot had gegarneerd met twee zogeheten partysticks, wilde de stemming er nog niet echt inkomen toen ik, met mijn bord op schoot voor de tv gezeten, de eerste happen nam. Ik zei tegen mijzelf: 'Vooruit, schep vreugde in het leven en vermaak je zo goed mogelijk!' - wat er meestal op neerkomt dat ik naar RTL 4 ga kijken. Zo ook nu, en waarachtig, ik trof het: de waargebeurde woensdagavondfilm stond op het punt van beginnen. Ik ging er eens goed voor zitten.

De openingstitels waren nog maar nauwelijks voorbij of er werd al een razend ingewikkelde plot uitgezet. We maakten kennis met een ambitieuze Australische hordeloopster, haar enkele maanden oude baby en een zwaarbesnorde trainer. Deze laatste liep continu in een uiterst hip jarentachtigtrainingspak van de firma Adidas rond, maar al snel kwam ik erachter dat deze rolprent gewoon in de jaren tachtig was opgenomen en dat de trainer dus eigenlijk een uiterst saai nieuw trainingspak droeg. Hip zijn is meer een kwestie van timing dan van smaak, zo bleek maar weer eens. Er was geen vaderfiguur aanwezig - de vriend van de hordeloopster had haar verlaten, omdat ze naar zijn idee teveel tijd aan haar atletiekcarrière besteedde, zo zagen we in een grofkorrelige flashback.

Ongeveer tien minuten na het begin van de film voltrok de eerste ramp zich al: de hordeloopster rijdt, vermoeid van weer een uitputtende training, met haar auto tegen de pijler van een brug. Terwijl de camera langdurig inzoomt op de zwaargewonde vrouw zien we ineens een dingo het beeld in rennen. Aangezien het dak bij het ongeluk van de auto is geslagen, kan het beest de baby (die ongedeerd op de achterbank in een Maxi-Cosi De Kabouterdans zit te zingen) in zijn roze nekvelletje pakken en ermee vandoor gaan. 'Waar is je trainer als je hem nodig hebt?' zie je de vrouw denken. Een seconde later verliest ze het bewustzijn.

Ik nam de vierde hap van mijn derde bord andijviestamppot en voelde me een beetje loom worden van het vele eten. Misschien had ik er iets minder nootmuskaat in moeten doen, dacht ik nog, en toen moet ik even in slaap zijn gevallen. Het was in ieder geval al donker buiten toen ik weer wakker werd. Mijn hoofd rustte op de leuning van de bank en een straaltje kwijl liep vanuit mijn linkermondhoek via mijn schouder naar een kussen, waar zich al een groene vlek gevormd had.

In tegenstelling tot ikzelf was de waargebeurde woensdagavondfilm inmiddels goed op stoom gekomen. Al snel kwam ik erachter dat de vrouw bij het ongeluk niet alleen haar baby, maar ook een been had verloren. Echter, koppig als ze was, had ze toch het plan opgevat een gouden medaille te winnen bij de volgende Olympische Spelen, die toevallig in haar woonplaats zouden worden gehouden. In overleg met haar trainer besluit ze over te stappen van het hordelopen naar de hink-stap-sprong, het enige atletiekonderdeel dat een beetje fatsoenlijk met één been is uit te voeren. Na een jaar van hard trainen wordt ze zowaar geselecteerd voor de Olympische selectie en haalt ze de finale van de spelen. En wie staat haar toe te juichen op de tribune, vlak voor haar laatste en belangrijkste hink-stap-sprong? Inderdaad, haar ex-vriend. Gesterkt door deze steun uit onverwachte hoek wint de eenbenige heldin Olympisch goud. Als ze haar ex, met de medaille nog om haar nek, mededeelt op dit hoogtepunt in haar carrière te willen stoppen met atletiek, vraagt hij haar meteen ten huwelijk. Ze twijfelt geen moment en zegt ja. Die avond wordt er uitbundig gefeest. (Het reclameblok dat volgde was lang niet lang genoeg om de implicaties van deze specifieke gebeurtenis voor het feminisme in het algemeen te overdenken.)

In de volgende scène is de situatie ineens een stuk minder feestelijk: de heldin betaalt de tol van de roem en raakt in een existentiële crisis. We zien haar aan de rand van een roestkleurige rivier - bittere tranen schreiend gooit ze haar gouden medaille in het water. 'De rivieren stromen in zee, in zee, maar de zee raakt nooit vol,' roept ze dichterlijk-vertwijfeld uit. 'Het water keert weer terug naar de rivieren en vloeit weer naar de zee. Alles is onuitsprekelijk vermoeiend. Hoeveel wij ook zien, het is nooit genoeg; hoeveel wij ook horen, tevreden zijn wij nooit.' Hierna kwam een reclameblok waaraan maar geen eind leek te komen.

Existentiële crisis of niet: de huur moet ook worden betaald. Aangezien het salaris van haar man niet om over naar huis te mailen is, neemt de vrouw een baantje als wc-juffrouw in het stadion waar ze ooit haar grote successen behaalde (symboliek!). Het verdient niet goed, maar dat maakt haar niet uit, want ze is bezig met een Geheim Plan om rijk te worden. Geïnspireerd door de cijfers die de stadionspeaker de hele dag opdreunt, heeft ze tijdens één van haar schaarse pauzes een idee voor een spel gekregen. Het uitwerken van dit idee verloopt niet echt vlot, maar dit wordt cinematografisch handig omzeild: terwijl Beautiful Noise van Neil Diamond klinkt, gaan er in vijf filmminuten vijf echte jaren voorbij - tijd die de vrouw gebruikt om haar spelidee te perfectioneren. We zien vele versies in de prullenbak verdwijnen, maar uiteindelijk is het eindresultaat daar, toevallig precies op het moment dat Beautiful Noise is afgelopen. (Het spel is even simpel als briljant: Op een kaart staan vijf kolommen met getallen. Een spelleider trekt blind wat blokjes met getallen uit een jute zak en leest deze voor. Staat het getal op de kaart, dan mag het worden doorgestreept. Degene die als eerste alle vijf kolommen op zijn kaart heeft doorgestreept, is de winnaar.)

Terwijl de vrouw haar hoofd breekt over een pakkende naam voor het spel, zien we de politie bij haar aan de deur komen: ze hebben haar kind gevonden, dat inmiddels is uitgegroeid tot een flinke kleuter. De dingo blijkt de baby al die jaren te hebben opgevoed in zijn hol achter het atletiekstadion. Uit ontroering en als dankbetuiging besluit de moeder haar spel Dingo te noemen. Met deze krachtige naam begint de victorie van het spel: binnen no time wordt in elk bejaardentehuis Dingo gespeeld en kan ze financieel op eigen been staan door het geld dat de verkochte licenties opbrengen. De opbrengsten zijn zelfs zo hoog dat ze samen met haar man en de trainer een eigen sportschool voor kansarme kinderen zonder benen kan openen.

Uiteindelijk komt alles dus toch nog goed (pas op dit moment begon ik serieus te twijfelen aan het waarheidsgehalte van deze film), en het laatste beeld is dat van de hele familie, gelukkig poserend voor de pas geverfde sportschool. Alleen de kleuter grijnst vals met zijn hoektanden de camera in en hapt af en toe naar een vlieg, maar ja, wat verwacht u anders van iemand die is opgevoed door, ja, laat ik het maar gewoon zeggen, door een dingo?



w o e n s d a g   2 3   j a n u a r i
BERICHT VAN DE RATTENKONING - In de tijd toen de laat-twintigste eeuwse kunstenaar Kurt Cobain nog leefde en op de toppen van zijn roem verkeerde, liep ik, verkerend in de diepste dalen van mijn roem, snackbar De Paardeschuur aan het Borneoplein in het Groningse stadje G. uit. Het was een drukkend warme augustusnacht. Ik was, samen met mijn huisgenoot en een met een lichte zomerbries aangewaaide vriend, de warmte te lijf gegaan met vele beugelflessen Grolsch en - als verrassingswapen - een halve liter jenever. We hadden de strijd niet gewonnen, maar het voeren ervan was een prettige tijdsbesteding geweest. Al wat er nu voor mij overbleef op het slagveld, was een lichte staat van dronkenschap en een zware honger.

De Paardeschuur had nogal ruime openingstijden. Ik kwam er uitsluitend 's nachts, in noodgevallen, wanneer de vertrouwde kwaliteitssnackbar met het vleeskeurmerk bij mij om de hoek reeds gesloten was. Want voor het eten, of in dit geval, het voer dat dit etablissement zijn clientèle voorzette, hoefde ik er niet heen; dat was louter geschikt voor culinaire psychopaten, temeer omdat de eigenaar pertinent niet aan branchevervaging wenste te doen: letterlijk alles werd er gefrituurd, ook voer dat beter op een bakplaat bereid zou kunnen worden. Warme worst, karbonades, schnitzels, ja, één keer heb ik de uitbater zelfs een zakje m&m's in het vet zien gooien alvorens het te verkopen. Iedere buurt krijgt de snackbar die ze verdient.

Toen ik het stoepje voor de deur af wilde stappen, struikelde ik bijna over iets, dat ik in een eerste, vluchtige blik voor een dikke kat aanzag. Nadat ik mijn evenwicht weer had hervonden keek ik nog eens omlaag, snoof terloops de geur van mijn bestelling op - een zogeheten patat stoofvlees was het - en zag dat het geen kat was, maar een grote zwarte rat (ratten zijn altijd groot, net als vorige week gevangen snoeken. Iemand ooit een kleine rat gezien? Ik denk het niet. Bovendien, een kleine rat is een marmot.).

Hoe zal ik het zeggen: van ons tweeën schrok de rat het minst. Hij keek me even aan met een blik van wat doet mijn broer Henk op jouw patat?, schoof daarna rustig de straat over, sprong een stoeprand op en verdween in het gras van de middenberm. Inderdaad, ratten lopen niet, maar schuiven; toch duwt niemand ze voort. Daarom zijn mensen ook zo bang voor ratten. Geld moet schuiven, maar ratten niet. Ratten moeten lopen, net als rekeningen.

(Als een groep ratten met de staarten in elkaar verstrikt raakt en niet meer loskomt, ontstaat er een van de meest angstaanjagende verschijnselen uit de natuur: een rattenkoning. Dit gebeurt echter zeer zelden, en komt bovendien alleen bij zwarte ratten voor. Afhankelijk van de grootte van de rattenkoning kunnen de ratten nog geruime tijd voortleven - leden van de groep die niet aan eten kunnen komen worden gevoed door hun soortgenoten (voornamelijk met Berenklauwen in satésaus, zo las ik laatst in een biologieboek). Een van de grootste en doodste exemplaren ooit gevonden, bestaat uit tweeëndertig ratten. Het ding wordt 'de rattenkoning van Buchheim' genoemd, en is - geheel en al gemummificeerd - te bewonderen in het Naturkundliches Museum te Altenburg, Duitsland.)

Rattenkoning, Berenklauw, Paardeschuur: de natuur kent vele mysteries. Zo probeerde ik hedenmiddag een snoer met kerstlampjes te ontwarren - een queeste die een geheel nieuwe dimensie aan het begrip 'ingewikkeld' gaf. Na twee uur rukken en trekken (zachtjes, alles zachtjes) zat het geheel nog meer in de war dan aan het begin. (Onderwijl voerde ik een telefoongesprek met A., die mij half-hysterisch vertelde dat ze er zojuist achter was gekomen dat haar ex niet de ideale schoonzoon, maar een liegende, vreemdgaande gokverslaafde was geweest. 'Nou, ik zit hier anders met een snoer kerstlampjes dat ik niet uit de war krijg,' antwoordde ik. 'Jij hebt het eigenlijk ook niet makkelijk,' zei ze.) En het ergste was: het snoer had mij inmiddels volledig omwikkeld, als een Boa Constrictor, aangezien het mij handig had geleken, tijdens mijn ontwarringswerkzaamheden de stekker in mijn mond te houden. Tweeëndertig lampjes bedekten aldus mijn sterfelijke lichaam, met elkaar verbonden door een rommelige kluwen zwart draad. Voor even was ik niet de Zonnekoning (l'internet, c'est moi!), maar de rattenkoning van de Rivierenwijk geworden.

Aangezien ik nog een factuur op de bus moest doen, stuiterde ik even later met lampjes en al over de Rijnlaan, op weg naar de brievenbus. In het begin keek ik nog angstig om mij heen of 'de mensen op straat' me niet nastaarden, maar gaandeweg interesseerden de blikken van 'de mensen op straat' me niet meer, want deze uitdossing begon mij danig te bevallen. Ik was kunst geworden, een wandelende installatie, en overwoog reeds om mijzelf mediakunstenaar te gaan noemen, zodat ik de volgende dag voor honderdvijftig euro per maand een enorme, lichte ruimte ergens in de binnenstad zou kunnen betrekken, een ruimte die ik 'atelier' zou gaan noemen en waar ik iedere week een nieuw lampje van mijn snoer zou aanzetten, zodat ik iedere week een openingsfeest kon houden met beugelflessen Grolsch, liters jenever, een hippe dj en blote mevrouwen in kooien met kerstlampjes in hun

 'Kut!'
Luid vloekend ontwaakte ik uit mijn korte, maar daarom niet minder gesubsidieerde dagdroom. De lampjes moesten natuurlijk wel werken, bedacht ik mij ineens, en dat had ik nog steeds niet getest. Ik moest zo snel mogelijk een stopcontact zien te vinden. Gelukkig zaten er in een deuropening, aan het einde van de stoep, twee allerliefste kleine meisjes te spelen met een poppenwagen. Met mijn aardigste gezicht op liep ik naar ze toe, en vroeg aan de leukste (ze had vlechtjes in), terwijl ik mijn jas opendeed om haar de lampjes te laten zien: 'Mag ik misschien mijn stekker even in je stopcontact steken?'
 'Viezerik!' gilde ze.
 'Rot op, smeerlap!' riep de andere, en gooide de voordeur dicht.

Misschien moet ik toch maar eens dat rare baardje afscheren.



d i n s d a g   2   o k t o b e r
IN DE KNOP - En we gaan meteen verder met de volgende vraag: Ga ik een patat speciaal halen of ga ik mijzelf dertig keer opdrukken?

In de gloria en op naar de snackbar dan maar. Deze keer nu eens niet naar Het Vraagteken, er rennen in mijn hoofd al genoeg vraagtekens rond, veel te veel eigenlijk. Het leven is een quiz - af en toe vind ik een antwoord, geef vol enthousiasme een spreekwoordelijke knal op de spreekwoordelijke rode knop, maar dan blijken we al een ronde verder te zijn en doet mijn antwoord niet meer ter zake, aldus de pinnige presentatrice. Het leven is een quiz, gebaseerd op een concept dat op papier wel leuk leek, maar in de praktijk toch niet zo goed uitpakte, met God als stuntelende quizmaster die ook 'liever een eigen talkshow zou hebben bij een publieke omroep, zodat ik wat meer van mijzelf kan laten zien, want ik heb heus wel wat te melden, dat is een kant van mijn persoonlijkheid die ik nu niet aan de kijkers kan laten zien', maar om de huur van de hemel te betalen nu maar even een spelshow presenteert, smaakvol geprogrammeerd tussen Een rug te ver en Nederland gaat plat in.

(Helaas is dit sluitende werelbeeld nog niet bij iedereen bekend. De gemiddelde religieuze fanaticus zou zich wel drie keer bedenken als hij wist dat hij na het plegen van een zelfmoordaanslag naast een goddelijke troon terecht kwam met daarop gezeten Marc Klein Essink, Caroline Tensen of Ron Brandsteder.)

Gelukkig zijn er in het Utrechtse stadje U. meer snackbars dan betaalbare huurwoningen, dus enige minuten later sta ik al in een alternatief voor Het Vraagteken. Het vet begint te sissen zodra de uitbater de patat erin gooit, zo hebben we dat met zijn allen afgesproken en anarchisme staat bij deze tent niet op het menu. Ik heb, vanaf nu, twee minuten de tijd om een originele gedachte over een patat speciaal te formuleren. (Als ik te weinig opdrachten heb, geef ik ze gewoon aan mijzelf - helpt elkaar, koopt Hollandse waar, etcetera.) Zo speciaal is een patat speciaal nu ook weer niet, sterker nog: eigenlijk is er weinig voedsel gewoner dan een patat speciaal. Maar aangezien de uitbater nu niet direct op mij overkomt als de grootste intellectueel sinds Erasmus, zie ik een discussie over de semantische implicatie van de toevoeging van de omschrijving 'speciaal' aan de patat niet zo snel ontstaan als de schimmel op de huzarensalade voorin de vitrine.

Uit het plafond komt wat ondefinieerbare muziek. En er is nog een klant aanwezig: een rochelende, ongeschoren man in een rolstoel, die, zittend aan het enige tafeltje van deze ruimte, een formulier aan het invullen is. Hij wordt hierbij geholpen door de uitbater. (Wat gij doet voor de minste van mijn broeders, doet gij voor mij.)

  'Wie is je huisarts?' vraagt de uitbater. De man in de rolstoel noemt een naam.
  'En je specialist?'
  'Godver, ze willen weer alles van me weten. Eh... Daar kom ik zo wel op, doe eerst maar de volgende vraag.'
  'Voor welke klachten ben je onder behandeling?'
  'Ja, hoor eens, voor welke niet, kunnen ze beter vragen,' spuugt de rolstoelpatient kwaad uit. Hij zet zijn blikje Heineken met een klap neer op de formica tafel, haalt een pakje Marlboro uit zijn binnenzak en steekt een sigaret op. 'Astma, bronchitis...' Hij hoest, hij hoest zo hard dat zijn wielen bijna vierkant worden. 'En longemfyseem!'

Ineens krijg ik behoefte aan frisse lucht. Ik verander mijn bestelling van 'hier opeten' in 'meenemen' en loop, na de bereiding en plechtige overhandiging van het voedsel, al etend de snackbar en de straat uit. Ik sla een zijstraat in, kom er aan de andere kant weer uit, loop een rotonde anderhalf keer rond, word een beetje duizelig, passeer hier en daar wat kantoorflats en kom uiteindelijk uit bij een park annex kinderboerderij. Zowel het park, de kinderboerderij als de mensen die er rondlopen zijn een beetje vergeten door de gemeente. Er hangt hier ook een ander licht dan boven de rest van de stad, schemerig, ongeacht het tijdstip van de dag. Vanachter een roestig hek kijken een hele ezel met een halve staart en een wit paard met benen mij vragend aan. Jammer dat ik geen beamer bij me heb, dan kon ik wat filmpjes op het paard projecteren. 'Allemaal projectie,' zei de psychiater, toen hij de bioscoop uitkwam. Ik zou de ezel wel mijn laatste patat willen aanbieden, maar aan het hek hangt een verbodsbord met de tekst U mag de ezel niet uw laatste patat aanbieden, dus dat feest voor mens en dier gaat niet door. Jammer, ik had de ezel wel eens met zo'n leuk hoedje op willen zien.

Exact achttien minuten later doe ik de voordeur van mijn huis open, raap de post van de mat, loop de trap op en zet mijn computer aan, om verder te werken aan mijn plan om alle 'knipperende borden' langs de snelweg met de tekst U rijdt te hard! te laten vervangen door borden met teksten als: U bent te dik!, U bent te dom! of U mag de ezel niet uw laatste patat aanbieden! Het leven is een quiz met maar één prijs. 'Laten we maar doorwerken. Wat blijft er anders over, behalve je eigen ophangen?'



w o e n s d a g   2   m e i
MEI - Ik heb het ook niet makkelijk. Of had ik u dat al eens verteld? Ik heb het ook niet makkelijk.

Langs het Merwede-kanaal fiets ik, op weg naar het zwembad. Om twaalf uur 's middags, als normale mensen op hun werk cijfers intypen in Excel, kunnen werklozen, studenten, parttime uitzendkrachten, bejaarden en freelancers met RSI daar, in het wedstrijdbad, hun deeltijdbaantjes trekken. Zo ook ik. Ik hou niet van zwemmen maar het moet. Zwemmen is als het leven zelf: je begint voortvarend, spant je maar eens flink in want dat doet iedereen dus het zal wel zo horen, ziet een leuke mevrouw en probeert tegelijkertijd wat vervelende kerels met haar op hun rug te ontwijken, denkt op de helft van het traject dat je heel wat bereikt hebt, ziet daarna ineens dezelfde vervelende kerels weer terwijl die leuke mevrouw nergens meer te bekennen is, wordt doodmoe en na nog een tijdje dit en dat ben je ineens weer op het punt waar je begonnen bent. Alles voor niets geweest en zo gauw je het zwembad uit bent is iedereen je weer vergeten.

Er is, kortom, bijna niets vervelender dan zwemmen. (Behalve dan misschien kijken naar zwemmen.) Blijkbaar vond de directie van het zwembad zwemmen ook maar niks, en dus hebben ze naast het gewone, saaie zwemmen het zogeheten funzwemmen geïntroduceerd. Het funzwemmen valt meestal samen met het gezinszwemmen (zou er ook alleenstaandenzwemmen bestaan?) en is ook even duur. 'Fun' staat blijkbaar gelijk aan 'gezin', ben je dan geneigd te denken, maar wanneer je de scheldende ouders en zinkende kinderen ziet moet je die analogie laten varen als een zwemband. En koud dat het water is! (Roken mag je er ook al niet, trouwens.) Ik bezit dan wel de tred en de lichamelijke gesteldheid van een bejaarde, maar het warme bejaardenbad dat even verderop uitnodigend bubbelt durf ik niet in; dan moet je waarschijnlijk een praatje met echte bejaarden maken en ik ben niet zo'n prater.

Het is mooi weer hier langs het kanaal - de zon schijnt, de vogeltjes fluiten een liedje van The Commodores, het water kabbelt mee in de maat en nergens drijft een lijk. Ook levende mensen zijn er niet te bekennen op dit stukje niemandsland. Niet verwonderlijk dus dat mijn gevoelens van afkeer over het zwemmen langzaam vervagen en mijn ziel overvallen wordt door een voormiddagse gelijkmoedigheid, of innerlijke rust zoals dat tegenwoordig heet. Door het funky ritme van mijn benen op de trappers en de rechte weg die voor mij ligt raakt mijn hoofd, op wat vunzige gedachtes na, compleet leeg.

Een lichte euforie welt in me op. Het lijkt alsof alle vogels stilhangen in de lucht en van pure levensvreugde besluit ik al fietsend een korte liefdesmeditatie te doen.

Sinds kort weet ik een beetje hoe dat moet, want mijn manifest-esoterische huisgenoot heeft een pamflet met van die bedwelmende teksten opgehangen op de wc, waardoor ik na iedere bruine sessie zo vol met liefde zit dat ik er bijna geconstipeerd van raak. Ik adem eens in door mijn neus en uit door mijn mond en begin. 'Diep in het centrum van mijn wezen is een oneindige bron van liefde,' zeg ik in mezelf. 'Ik sta deze liefde nu toe naar de oppervlakte te stromen. Het vult mijn hart, mijn lichaam, mijn gedachten, mijn bewustzijn, mijn wezen zelf, het straalt van mij uit in alle richtingen en komt verveelvoudigd naar mij terug. Ik hou van mezelf. Ja, ik hou van mezelf.'

Dat voelt best goed, zeg! Nu begrijp ik waarom zoveel mensen mediteren! Nog zes keer mezelf de liefde verklaren en het mediteren zou wel eens naadloos kunnen overgaan in masturberen, denk ik nu enigszins opgewonden, maar helaas: de heilzame stilte wordt ineens ruw verstoord door het geluid van een zware mannenstem. 'Eins, zwo, drei, vier!' klinkt er. Het geluid komt achter me vandaan. Dankzij de ontspannende werking van de meditatie slaag ik erin mijn nek een ruime kwartslag te draaien en zie, zo'n twintig meter van me verwijderd, de schuldige: een roei-nazi. De roei-nazi (niet te verwarren met de soep-nazi) fietst evenwijdig aan een roeiboot en geeft bevelen, want dat doen roei-nazi's, nooit zul je ze eens relaxed een joint zien roken boven een scrabble-bord, nee, altijd maar fietsen en commando's schreeuwen naast zo'n lelijk vaartuig waarin een stuk of acht amechtige studentes proberen in hetzelfde ritme aan de spanen te trekken. Zal ik de roei-nazi er op wijzen dat zijn gedrag in combinatie met die pet en die laarzen een beetje ongepast is? Dat mensen zo niet met elkaar om dienen te gaan, zeker niet in deze eerste dagen van mei?

Ik stop en zet mijn fiets en mezelf in de berm; de roei-nazi en zijn mini-Bismarck passeren mij aan twee kanten. Ik houd toch mijn mond maar - waarschijnlijk ben ik zo'n type dat pas na 1945 in het verzet zou zijn gegaan. De waarheid is vaak lelijk, maar we mogen onze ogen er niet voor sluiten.

Als het sportieve gezelschap weer buiten gehoorsafstand is doe ik mijn ogen dicht en probeer mijn meditatie voort te zetten. 'Ik hou van mezelf. Daarom zorg ik liefdevol voor mijn lichaam. Daarom heb ik werk dat ik waarlijk met plezier doe. Ik hou van mezelf en iedereen die het niet met me eens is kan een knal voor zijn kop krijgen met een loden pijp. Tegen de muur met die ver-' Nee, dit gaat niet goed. De sfeer is er nu wel een beetje uit. Hoe zou een echte goeroe dit oplossen? Met doorgaan tegen beter weten in, waarschijnlijk. 'Ik hou van mezelf,' probeer ik daarom nog maar eens, 'Want ik ben een geliefd kind van het universum, en het universum verzorgt me liefdevol, nu en altijd. Zo is het.' In de verte zie ik de roei-nazi ineens panikeren: de boot is omgeslagen en de studentes hebben hun ruime sop gekozen. O ja, ik was op weg naar het zwembad.



d i n s d a g   13   m r t
KOMT MET GEBREKEN - Ik kijk in de spiegel. Een veredelde balletzaal waar veertien kinderen van zes, zeven en acht jaar voor meer lawaai en beweging zorgen dan een formule-1-wedstrijd op zondagmiddag, RTL5. De jongens rennen schreeuwend achter de meisjes aan, klimmen op de piano en springen er weer af, hangen ondersteboven aan alles waar je aan kan hangen maar toch vooral aan alles waar je niet aan kan hangen en maken radslagen. In een hoek van de zaal zie ik een kromme, vermoeide man. Hij zit op een bankje over zijn gitaar heen gebogen. Die man ben ik. Ik voel me alsof ik op een onbewaakt moment op een onbewaakte overweg terecht ben gekomen. Gelukkig zitten de kinderen op een heel ander spoor dan ik.

Of ik een keer een les Muziek en Beweging voor kinderen wilde begeleiden, vroeg M. Of het erg was dat ik dan alleen de muziek zou doen en niet de beweging, vroeg ik. Dat was niet erg. 'Laten we het maar eens proberen,' zei ik toen, en daarom zit ik nu hier, want eens komt vaak sneller dan je denkt.

Eigenlijk zou ik ook wel deel uit willen maken van deze ongebreidelde vreugde, maar ik weet niet precies hoe. Van piano's af springen durf ik niet meer met mijn snowboardknieën. En ondersteboven aan een rekstok hangen levert waarschijnlijk alleen maar een botulistische uitvoering van een stervende zwaan op. Schreeuwend achter meisjes aanrennen, ja, dat moet nog wel lukken, dat doe ik tenslotte vrijwel iedere dag. Maar om dat nou hier en nu te gaan doen lijkt me niet helemaal gepast. Als de ouders van deze kinderen welgesteld genoeg zijn om hun spruiten Muziek en Beweging te laten volgen kunnen ze vast ook een uitstekende advocaat betalen.

Hoe komen die kinderen toch aan al die energie? vraag ik me af, terwijl ik - zachtjes, je wilt de jongens en meisjes toch niet op het verkeerde pad brengen, dat kunnen ze zelf veel beter - Cocaine van J.J. Cale speel om mijn vingers wat op te warmen. Koffie heb ik ze niet zien drinken. Winegums misschien? Elke dag kijken naar Dragonball Z? Met een kwart van hun levenskracht had ik al vier keer zoveel in het leven kunnen bereiken als nu.

Als iedereen binnen is gaat de groep (na het ondergaan van wat pedagogisch verantwoorde dwang) netjes in een kring om M. heen zitten. Er circuleert een stokje door de menselijke cirkel, en alleen degene die het stokje vast heeft mag wat zeggen. Het woord is hout geworden - een briljant systeem. Als dat was toegepast in alle vergaderingen waar ik ooit bij aanwezig ben geweest, had ik al vier keer zoveel in het leven kunnen bereiken als nu.

'Heeft er iemand nog iets leuks beleefd deze week?' vraagt M. de kring.

'Wij hadden een project op school over vroeger,' begint een meisje in een roze balletpakje, 'en toen gingen we ons verkleden!' Ze geeft de stok aan het meisje naast haar. 'Ik ben in slaap gevallen op weg naar de les,' zegt deze. 'In de auto, op de achterbank!' Triomfantelijk kijkt ze in het rond en geeft het estafettestokje door aan een jongetje dat een beetje loenst, maar het ding toch in één keer aan weet te pakken. Meteen barst hij los: 'Ik heb gisteren mijn teen gestoten en toen moest ik naar het ziekenhuis maar het was niet gebroken!'

Vol bewondering kijkt iedereen het jongetje aan en het is, voor het eerst sinds de kinderen binnen zijn, compleet stil. Aangezien ik toch ook een stuk hout (met zes stalen snaren) vast heb lijkt me dit een mooi moment voor een vrijblijvende bijdrage mijnerzijds. 'Gisteravond wilde ik gaan slapen, maar toen was ik mijn knuffelbeest kwijt en toen moest ik huilen en toen ging ik zoeken en toen vond ik hem achter mijn bed en toen kon ik weer slapen!'

'O ja,' zegt M., nu iedereen toch met grote ogen naar mij kijkt, 'Dat is onze muzikant van vanmiddag. Hij zal zich nu even voorstellen.'

Van dat soort aankondigingen schiet ik meestal spontaan in een existentiële crisis, zo ook nu. Hoe zal ik mij eens voorstellen? Ik weet het niet. Voor iemand met zoveel voorstellingsvermogen als ik, heb ik wel erg weinig voorstellingsvermogen. Als Jimi Hendrix dan maar? Rudi van Dantzig? Wie ben ik eigenlijk, en wanneer ben ik precies gestopt met het maken van radslagen?

Ik kijk in de spiegel. 'Noemen jullie mij maar opa,' zeg ik, en zet rochelend een blues in E in.



d i n s d a g   23   j a n
NU LATER - Je merkt pas echt dat je oud begint te worden als je in de cd-winkel geremasterde versies tegenkomt van cd's die je nog hebt gekocht toen ze net uitkwamen. Zo vond ik vorige week bij de Plato aan de Steenweg een gloednieuw en geremasterd exemplaar van Shake your moneymaker, het debuut van The Black Crowes. Zo lang bestaat die band toch nog niet? Led Zeppelin en The Doors en Jimi Hendrix, ja, die worden geremasterd. Maar The Black Crowes?

Voortijdig of niet: mensen zouden af en toe ook eens geremasterd moeten worden. Het gedachtegoed van de gemiddelde zichzelf respecterende intellectueel verstoft tenslotte sneller dan menig moederband. Om over het aftakelende lichaam nog maar te zwijgen. Ik zou bijvoorbeeld wel eens geremasterde knieën willen hebben en ook mijn rechterarm dient nodig opgepoetst te worden.

Ik heb het net even opgezocht op de achterkant van de cd: Shake your moneymaker dateert uit 1990. In dat jaar schafte ik het album ook aan, vooral vanwege de instantklassieker Jealous again. Zelf stond ik toen ook nog in de bak met het opschrift nieuw! fris! veelbelovend!, om de analogie mens/cd nog maar even door te trekken. Ik was niet aan te slepen, zogezegd. Tegenwoordig ben ik waarschijnlijk niet meer dan een aardig lopende midprice-titel. Dat valt dan nog mee ook: sommige vrienden van vroeger slijten hun dagen in de uitverkoopbakken. Een enkeling is zelfs helemaal niet meer verkrijgbaar - uit de handel genomen wegens gebrek aan belangstelling. Zo gaat dat.

Op familiefeestjes raken oudere mensen danig opgewonden als ik - onder bedreiging van een in een plakje ham gewikkelde asperge - vertel dat ik mijn centjes voornamelijk verdien 'met internet'. Over een paar jaar ben je dan dus miljonair, zeg-vragen ze dan. Meestal zeg-antwoord ik daarop: 'Over een jaar of twintig woon ik waarschijnlijk in een gammele caravan, ergens naast het viaduct bij de Uithof. Ik ben dan mager, heb een lange grijze baard en draag slechts een vergeelde onderbroek van de HEMA en een glimmend rode badjas met op de achterkant een kreet als Ghetto Pimp, Niggaz 4 life of Jopies Bloemenhuis. Om in leven te blijven eet ik gevarieerd van alle soorten half aangevreten welvaartsvoedsel die vanaf het talud naar beneden rollen. De lucht van uitlaatgassen voert een bittere strijd met die van mijn excrementen. Af en toe zal een ongelukkige functionaris van de gemeente, een belastinginspecteur of een verdwaalde student het wagen om op mijn deur te kloppen. Dan kom ik woest schreeuwend en zwaaiend met een bijl naar buiten (door mijn gerimpelde vel heen kun je mijn ribben zien) en roep dingen als 'De regering heeft het gedaan!' of 'Scheer je weg, doerak!' of 'De grijzen! Ze zijn onder ons!' of 'El es min el!'. Natuurlijk zit ik in mijn caravan niet de hele dag duimen te draaien. Van rommel maak ik kunst, en van kunst rommel. Ziedaar het perpetuum mobile van mijn leven.'

Na deze monoloog is de stemming er dan meestal een beetje uit, hetgeen mij de kans geeft af te gaan door een zijdeur.

En als ik straks dood ben en na een maand of zes gevonden word in mijn caravan, zal Shake your moneymaker nog steeds springlevend zijn en overal verkrijgbaar. Is er misschien iemand die tegen die tijd de hosting van maarwatishet.com wil betalen?



z o n d a g   10   d e c
EEN OPEENVOLGING VAN ZETTEN - Gebeurt er nog wat? Ik dacht het niet. Ik dacht het al twee weken niet. En wat denken anderen? Dat zal ik u vertellen.

Bij gebrek aan een verse Donald Duck lees ik een boek van Rudolf Steiner, en ik doe dit op de enige juiste plek voor dit soort filosofische diarree: de wc. Ik lees graag op de wc. Een van mijn aardse verlangens is: de rest van mijn leven al lezend op de wc doorbrengen. Als iedereen mij eens met rust zou laten, zou dat best een uitvoerbaar plan kunnen zijn. Voorlopig ben ik aardig op weg, ik zit hier nu al zeker drie kwartier. Dat ligt overigens niet zozeer aan de kwaliteit van het leesvoer, maar meer aan de hoeveelheid eten van gisteravond. En die heeft weer te maken met een van mijn andere aardse verlangens: de rest van mijn leven al etend doorbrengen. Eventueel op de wc.

Alles lijkt vast te zitten. Steiner heeft er wel een verklaring voor: 'De mensen lopen, wat hun intuïtievermogen betreft, zeer uiteen. De een wordt overstelpt door een stroom van ideeën, de andere verwerft ze zich met de grootste moeite.' Dubbel omgekeerd geldt dit eigenlijk ook voor naar de wc gaan, bedenk ik mij terwijl ik dit lees.

Er begint eindelijk wat beweging te ontstaan in mijn darmkanaal, dat nu een sterke gelijkenis moet vertonen met de brug bij Zaltbommel, vrijdagmiddag in de spits. Ook het boek komt wat meer tot leven. Ik lees verder. 'Het is toch zeker niet zonder reden, dat het spijsverteren nu eenmaal niet tot object van het spijsverteren, maar het denken wel degelijk object van het denken kan worden.' Maar hoe zit het dan met het denken over het spijsverteren? Wanhopig bladerend door het boekje vind ik geen enkel verhelderend inzicht over dit onderwerp. Inmiddels voel ik me niet helemaal goed, of laat ik zeggen: slechter dan normaal. Misschien was het toch niet zo verstandig om gisteravond na die drie borden spaghetti met vette saus en extra kaas nog een stuk appeltaart ter grootte van een wagenwiel en een zak paprika-chips te eten.

'Wie naar idealen van verheven grootsheid streeft, doet dit, omdat zij de inhoud van zijn wezen uitmaken. De verwezenlijking zal voor hem een genot betekenen, waartegenover de lust, die de armzaligheid in de bevrediging van alledaagse verlangens smaakt, gering te achten is,' lees ik, terwijl ik nog maar naar een ding verlang: deze hele maaltijd zo snel mogelijk achter mij laten. Ineens voel ik dat het gaat lukken. En terwijl naar schatting vier kilo verteerd voedsel in een keer - al dan niet uit vrije wil - mijn lichaam verlaat met een geluid alsof de brug bij Zaltbommel instort, vrijdagmiddag in de spits, lijkt de verwezenlijking van idealen van verheven grootsheid verder weg dan ooit.



v r i j d a g   24   n o v
KLUSSEN MET KIJKERS - Ik heb een pistool gekocht. Weliswaar kun je er alleen maar kit mee verschieten en geen kruit, maar toch: volgens de olijke meneer in de kluswinkel was het een pistool. Hij vertelde me dit terwijl hij de prijs van het ding plus de prijzen van nog wat andere door mij aangeschafte mysterieuze voorwerpen op een blaadje schreef en de bedragen uit zijn hoofd optelde. Het was een hele tijd geleden dat ik iemand had zien hoofdrekenen. Ineens kreeg ik enorm veel zin om ook weer eens te gaan hoofdrekenen. Lekker ouderwets - zonder rekenmachine of computer - staartdelingen maken, die dan net als in de vierde klas bij meester Uppelschoten allemaal op hele getallen zouden uitkomen.

Er kwam een vrouw met roestbruin haar en scheuren in haar gezicht naast me staan. Ik keek even naar haar en vroeg me af of ze kwaad zou worden als ik haar zou vragen of ik even op haar huid mocht oefenen met mijn vulpistool. Ze negeerde mijn gedachte en vroeg wat voor lijm ze het beste kon gebruiken om een asbak op de rug van haar hond te lijmen, zodat ze tijdens het uitlaten van Bello kon roken, maar toch de as netjes in een asbak kon deponeren en uiteindelijk ook de sigaret daarin kon uitdrukken. Ineens kreeg ik enorm veel zin om een sigaret te gaan roken. Of eigenlijk: om al rokend staartdelingen te gaan maken.

Met mijn pistool in een tas wandelde ik de winkel uit, op weg naar de even verderop praktijkhoudende fysiotherapeut. Het was de bedoeling dat ik een afspraak zou maken voor een behandeling tegen RSI, maar dat kon nog wel eens moeilijk gaan worden, zag ik al direct na binnenkomst: er zat niemand achter de balie. Ik ging op een stoel zitten naast een stapel tijdschriften. Tussen een Vrij Nederland uit de tijd dat Nederland nog bezet was en een aflevering van Het Beste uit 1968 vond ik een boek met mooie plaatjes van depressieve dieren, inclusief tekst en uitleg. Gretig begon ik erin te bladeren. Panda's hebben nimmer last van RSI, las ik, omdat ze bijna nooit een beweging maken, laat staan een repeterende. En sommige hagedissen (vooral de Coleonyx Variegatus) werpen een stuk van hun staart af als ze op de vlucht slaan voor een slang. Biologen noemen dit proces ook wel staartdeling.

Na mij een half uurtje in de wonderen van het dierenrijk te hebben verdiept besloot ik maar weer eens naar huis te gaan: er moest nog geklust worden en in deze medische tempel viel verder weinig actie te verwachten, tenzij ik mijn vulpistool hier alvast tevoorschijn zou halen en overal met rode verf de woorden Helter Skelter op de witte muren zou gaan spuiten, schreeuwend: 'Kan ik hier misschien een kopje koffie krijgen? Dat is toch heel normaal, dat ik een kopje koffie wil?!'

Klussen is best leuk, en nog goed tegen RSI ook - iedere minuut dat je kit in een kier spuit zit je in iedere geval niet achter een computer. Doel van mijn guerilla-actie: het dichten van de gaten tussen de kozijnen en de buitenmuur en de gaten in de buitenmuur zelf. De bouwvakker die de huisbazin normaal gesproken voor dit soort werkzaamheden inhuurt was al wekenlang spoorloos verdwenen, zo had ze mij vorige week gemeld toen ik haar vroeg wanneer hij de boel eens af kwam maken. Waarschijnlijk had hij zichzelf ingemetseld bij een klus in een van haar dertien andere huizen in het Utrechtse stadje U., zei ze erbij - de politie was nog aan het uitzoeken in welk huis precies.

Vrolijk een wijsje van een groep boze negers over vulpistolen te berde brengend zette ik op mijn balkon de aanval op het verval in. Smoke any muthafucka that sweats me, zong ik - en vulde de eerste kier op de maat van een denkbeeldige beat. Or any asshole that threatens me (dreigend richtte ik mijn pistool op het kale hoofd van de verbaasd omhoogkijkende buurman), I'm a sniper with a hell of a scope, takin' out a cop or two, they can't cope with me! riep ik, en haalde de trekker over. De buurman vluchtte weg - een hoeveelheid kit, genoeg om een gat ter grootte van een buurman op te vullen, miste hem op een haar (als hij die had gehad). Als je in een getto woont, moet je je daar ook naar gedragen, vind ik. Als toegift spoot ik nog wat spuitbussen purschuim leeg, op de muur, op het kozijn, in de lucht: overal, want meer schuim betekent meer gezelligheid.

Al dat gespuit van wit spul met vulpistolen in scheuren deed mij beseffen dat klussen eigenlijk een gesublimeerde vorm van seks is, seks voor mensen die geen echte seks hebben. Niet voor niets zijn de fanatiekste klussers vaak lelijke mannen. De trots waarmee ze een eigenhandig gemetseld muurtje aan hun vrienden laten zien is bijna vergelijkbaar met de trots waarmee je je vrienden vertelt over een die nacht veroverde vrouw. Bijna.

Na een uur was ik klaar en bevredigd en kon ik me verheugen op een warm huis en het bijbehorende succesvolle leven. Voldaan ging ik weer naar binnen en deed waar ik de hele dag al zin in had: ik stak een sigaret op en begon een staartdeling te maken op een blaadje. Als uitkomst kreeg ik een gebroken getal, maar daar liet ik me niet door uit het veld slaan. Eindeloos bleef ik doorgaan met delen, steeds meer cijfers kwamen er achter de komma, buiten begon het te regenen, het werd nacht, en langzamerhand vielen mijn ogen dicht. Toen ik wakker werd was het alweer licht. Het regende nog steeds en het was koud. Door het raam zag ik een grote witte plas op het balkon: alle kit was weggeregend uit de gaten. Ik trok mijn jas aan en ging naar de kluswinkel om een nieuwe voorraad te halen.



w o e n s d a g   8   n o v
BLAUW BLOED - Het weer schrijft vandaag een stevige maaltijd voor, dus ik kook op recept. Pasta met spek, tonijn en ansjovis. 'Weersta aan de verleiding om deze saus te binden of om ze sterker te kleuren met tomatenpuree of zo,' lees ik met een schuin oog de in smakelijk Vlaams opgestelde instructies van een papiertje. Beter had ik met een recht oog naar mijn handelingen kunnen kijken: het blikje ansjovis waar ik vruchteloos aan sta te rukken, scheurt ineens open en snijdt mijn hand bijna doormidden. Bloed smurft uit het stuk tussen duim en wijsvinger rechtstreeks de pan met saus in. Kleuren met bloed of zo, daar werd gelukkig niks over gezegd.

De pleister die ik na zenuwachtig zoeken vind in de la onder mijn tv stopt het bloeden maar matig. Ik besluit dat ik heel snel heel veel nicotine nodig heb (om mijn bloed te verdikken) en ga sigaretten halen. Buiten is het nog steeds guur, en tot overmaat van ramp blijkt snackbar Het Vraagteken dicht te zijn, zoals overigens altijd op dinsdag. Waarom dat zo is weet ik niet (het is voor mij ook een vraagteken, zou ik bijna willen zeggen), maar het is nu eenmaal zo en dus zie ik mij genoodzaakt door te lopen naar de volgende snackbar, een slordige vijfhonderd meter verderop.

Schuin tegenover staat een hotel. Ik kom er vrijwel dagelijks langs, op weg naar dit of dat. Op de begane grond hebben ze geprobeerd het een beetje sfeervol te maken, maar die poging is tamelijk rampzalig uitgepakt: er staat een verzameling tafeltjes en stoeltjes die de ruimte de uitstraling geeft van een Oost-Duitse Raststätte na sluitingstijd. Op een leitje aan de muur staat geschreven: Lounge geopend van 18:00 tot 23:00. Maar er zit daar nooit iemand, echt nooit. Wel staan er af en toe een man en een vrouw achter de bar; waarschijnlijk hopen ze na al die jaren nog steeds dat er iemand in hun lounge komt zitten. Soms heb ik zoveel medelijden met ze dat ik serieus overweeg een nachtje in het hotel te boeken, en dan van 18:00 tot 23:00 in de lounge door te brengen en verschillende drankjes te drinken aan verschillende tafeltjes, zodat het er eindelijk een keer gezellig druk lijkt. Maar ik doe het nooit.

En voort gaat het, altijd maar voort. Ik passeer een slagerij. De winkel is volledig uitgestorven en in het bijna-donker is dwingend het oplichtende nummer te zien van de klant die aan de beurt is: 49. Op de toonbank staat een enorme Smurf. Zouden ze soms Smurfenvlees verkopen hier? Dat is misschien ook wel eens lekker bij de pasta, met wat blauwe kaas erbij! Ik druk mijn neus tegen het raam en lees op een bord dat de slagerij midden in 'de drie waanzinnige Smurfweken' zit, en dat iedereen maar gezellig langs moet Smurfen. Het lijkt wel alsof de Smurf leeft, en mij doordringend aankijkt met een blik van: wat moet je? Vroeger was ik verliefd op de Smurfin. Later op een echt meisje. En nu sta ik 's avonds om kwart voor elf met mijn neus tegen het koude raam van een slagerij. Ik ben nummer 48.



z o n d a g   29   o k t
IN HET ZWEET UWS AANSCHIJNS - Hoe begon het ook alweer? Oh ja! In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

En God zeide: Daar zij licht! En daar werd licht. En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

(Hier slaan we even een paar dagen over...)

En God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; zo werd de mens tot een levende ziel. Ook had God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar de mens, die Hij geformeerd had. En God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en de boom des levens in het midden van de hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.

(Hier slaan we even een paar duizend jaar over...)

En de mens dacht: zo'n boom der kennis des goeds en des kwaads, dat kan toch allemaal wel wat efficiënter? En de mens schiep, min of meer per ongeluk, een wereldwijd netwerk van computers en noemde het: Internet.

Welnu, wat het Internet ons allemaal gebracht heeft hoef ik u natuurlijk niet meer te vertellen, maar ik doe het toch. Kennis des kwaads, depressies, afstomping, paranoia, permanente mentale onrust, iets te veel kijkjes in iets te veel afgronden, hebzucht, maar ook: betekenisvol intermenselijk contact, kennis des goeds en (had ik hier nu echt deze hele inleiding inclusief twee stukken uit Genesis voor nodig?) de mogelijkheid tot thuiswerken!

Wat ik dus eigenlijk wilde zeggen: ik werk nogal veel thuis de laatste tijd. Een van de voordelen daarvan heet te zijn dat je ongestoord door kunt werken. Mis. Per dag word ik gemiddeld een keer of veertig telefonisch gespamd (of 'mentaal aangerand', zoals Zaza het noemt) door onderzoeksbureaus, financieel adviseurs en telemarketeers in opdracht van dagbladen.

Een willekeurige werkdag in huize Oxysept: Ik sta op, zet koffie, doe m'n contactlenzen in, zie dat ik de koffiepot naast het apparaat heb gezet, veeg de plas koffie op, zet nog een keer koffie, doe m'n computer aan, kijk uit het raam, beantwoord wat fanmail en begin twee uur later te typen aan een stuk over dit of dat. Na vier letters gaat de telefoon. Ik neem op, noem mijn naam en een enigszins opgefokt klinkende mevrouw aan de andere kant van de lijn zegt: 'Goedemorgen! U spreekt met onderzoeksbureau [naam vergeten].'

'Erhm...' stamel ik, in een nu al mislukte poging dit gesprek snel maar beleefd af te kappen, 'ik heb geen belangste-'

'Wij zijn bezig met een onderzoek naar het bestedingsgedrag van vrouwelijke consumenten tussen de achttien en vijfenzestig jaar, woonachtig in Utrecht,' is ze me te vlug af. 'Is er een vrouw aanwezig die ik zou kunnen spreken?'

'Dacht u nou echt dat ik de telefoon had opgenomen als er hier een vrouw aanwezig zou zijn?' antwoord ik. (Voor alle zekerheid kijk ik even om me heen, controleer ook nog mijn slaapkamer en de douche, maar nee: geen vrouw.)

De mevrouw van het onderzoeksbureau is heel even van slag, maar herstelt zich (ongetwijfeld met behulp van haar belscript) snel. 'Is er vanavond misschien een vrouw aanwezig dan?'

'Nee, vanavond ook niet. Er is hier bijna nooit een vrouw aanwezig, vreemd eigenlijk...' Ineens krijg ik een idee, ik heb nu toch een onderzoeksbureau aan de lijn. 'Kunt u daar niet eens een onderzoek naar doen?' vraag ik, 'en mij dan terugbellen als het rapport klaar is?'

'...'

'Hallo? Bent u daar nog?'

Ze heeft opgehangen; klaarblijkelijk stond deze vertakking van ons gesprek niet in haar script. Ik schenk nog maar een geurig kopje koffie in, ga op mijn houten stoel (model Catharsis, uit de moeilijke-woorden-lijn van IKEA) zitten en tik weer verder. Na acht letters gaat de telefoon alweer, en ook na twaalf, zestien en twintig letters. Van alles wordt mij gevraagd en soms wordt mij ook iets toegeworpen: gratis financiële planningen, gratis juridisch advies en gratis abonnementen op Het Parool of het Utrechts Nieuwsblad. Ze zijn bij mij aan het verkeerde adres, zoals dat heet. Ik heb geen huis, geen auto, geen geld, geen financiële planning, koop - behalve eten, drinken en boeken - vrijwel nooit iets en kranten lees ik wel op het Internet.

Bij het zoveelste telefoontje wordt het me teveel en begin ik te schreeuwen tegen de ongelukkige - hij doet dit immers ook alleen maar om de huur te betalen - telemarketeer van dienst. 'Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds!' spuug ik de telefoonhoorn onder. 'Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens!'

Aan het eind van de avond ben ik weinig opgeschoten. Een hele dag achter de computer gezeten, maar het scherm is nog steeds woest en ledig, en duisternis is op de afgrond. Ik doe mijn contactlenzen uit, poets mijn tanden, stap mijn bed in, val al vrij snel in slaap en droom van het Hof van Eden, vol met sappig groen gras, paardenbloemen, sprekende koeien, hier en daar een Furby® en overal ligt O-x-y-s-e-p-t in banketletters. Opeens verandert de droom in een nachtmerrie; het gras wordt dor, de paardenbloemen laten hun kopjes hangen en sterven, de koeien vallen om en veranderen in hopen rottend vlees. Het laatste wat ik zie voor ik wakker schrik is een vlammend zwaard dat de weg naar de boom des levens afsluit.

(Dit gaat trouwens zes dagen per week zo, behalve op zondag, want dan rust ik en lees wat in de bijbel.)



z a t e r d a g   2 1   o k t
ZIE DEKSEL - Om twee minuten voor acht meldde ik mij present in de Albert Heijn, ruim op tijd om wat ontbrekende boodschappen voor de avondmaaltijd te doen. Nasi moest het worden, met de overheerlijke satesaus van Suzi-Wan. Dat 'sate' in mijn woordenboek (Kramers, eerste druk, tweede oplage, 1983) direct na 'Satan' komt maakt mij altijd wat huiverig om het te kopen, maar ach, na een dag apathisch klikken wil een mens ook wel eens gevaarlijk leven.

Ondanks de dreiging van het occulte heerste er een uitgelaten stemming in de supermarkt. De medewerkers maakten lollige grappen met elkaar en ook de muziek was iets anders dan gewoonlijk: in plaats van de gebruikelijke weke shit van The Carpenters of Gilbert O' Sullivan draaide men rap. Weliswaar geen ribbenkastverknetterende noise van NWA of Public Enemy, maar een soort hip-hop voor supermarkten - burgerlijke beats waarover je gemakkelijk woorden als 'komkommer', 'plumpudding' of 'gorgonzola' kon rappen. Zo klonk er (terwijl ik een beetje lusteloos bij de bakken met prei en ruisvoorn rondhing) bijvoorbeeld een alleszins acceptabele versie van Summertime van DJ Jazzy Jeff & The Fresh Prince uit het plafond.

Al jaren trek ik gekken aan als een stronthoop vliegen, en ook deze avond was het raak. Een verwilderd type dat een karretje voortduwde met veertig potten appelmoes waarop hij kunstig een blikje asperges had geplaatst, begon ineens tegen me te praten, alsof we ons in een talkshow bevonden in plaats van in een winkel.

'Heeft u ook zo'n hekel aan dit soort muziek?' vroeg hij.

'Valt wel mee,' antwoordde ik. 'Het is dan misschien geen Fuck tha police, maar de groove is wel lekker loom, dacht ik zo.'

'Ja, dat is precies wat ik bedoel,' zei de man. 'Het is alleen maar ritme, meer niet. Boem! Boem! Boem!' Hij trok een afkeurend gezicht, waardoor hij ineens op een rode kool van Fl. 3,49 leek.

'Ach, je kunt er wel aardig op bewegen,' wierp ik tegen, en om mijn gedachtegoed te operationaliseren knikte ik met mijn hoofd de maat mee en maakte er wat danspassen bij die ik die nacht had gezien op The Box in de nieuwe clip van Dr. Dre (die overigens helemaal geen dokter is).

Dit scheen nogal komisch te zijn. 'Hahaha!' lachte de man. 'U kunt het goed nadoen. U moet bij Het Cabaret gaan!'

'Het Cabaret, ja, dat hoor ik wel vaker,' zei ik. 'Maar helaas ben ik het adres van Het Cabaret kwijtgeraakt, dus dat wordt een beetje moeilijk.' Dit hoorde mijn oppervlakkige gesprekspartner echter niet meer, op weg als hij was richting toetjes. Ik bleef nog even staan en liep toen ook maar door, naar de sauzen. Alwaar de schrik mij om het hart sloeg, want de Suzi-Wan satesaus zat niet meer in de oude, vertrouwde blikverpakking, maar in een moderne glazen pot! Nieuwe verpakking, dezelfde unieke smaak! had men er nog wel opgezet, in een lafhartige poging de consument deze flagrante schending van alles wat ooit was door de strot de duwen, maar daar was niks van waar, merkte ik later die avond bij de eerste hap.

En de maaltijd smaakte mij toch al niet, want volledig in de war van het onverwachte gesprek was ik ook nog eens vergeten gehakt te kopen en de seroendeng die ik bij de nasi had gegooid was houdbaar tot maart 1999 en de nasikruiden tot september 1998 en de Atjar Tjampoer tot 30 augustus 1944 en na het eten en de opkomende misselijkheid en het achteraf bestuderen van al die data vroeg ik mij af of ik zélf eigenlijk nog wel houdbaar was en ik denk dat ik het antwoord wel weet en volgens mij ga ik zo maar eens enorm kotsen.



m a a n d a g   9   o k t
HET SYNDROOM VAN VE-TSIN - Het regent en waait als ik in het vroege donker van de zondagavond door de plassen naar de Chinees loop. Een zwabberende gestalte met een beugelfles Grolsch in zijn hand komt me tegemoet. Pas als hij me tot op een paar meter genaderd is herken ik hem: het is de man van een paar huizen verderop, die vorig jaar nog door vier heren in witte jassen met behulp van een vriendelijke herdershond schreeuwend en tierend werd afgevoerd. Hij is weinig veranderd, zo blijkt. Schreeuwend en tierend komt hij op me af en probeert me de weg te versperren. Ik loop in een boogje om hem heen en hij richt zijn aandacht weer op zichzelf. Zo gaat dat.

Terwijl ik netjes mijn beurt afwacht en in mijn hoofd alvast mijn tekst repeteer (Nummer vierentachtig, met nasi graag), zie ik dat de Chinees tussen het opnemen van de bestellingen door een schriftelijke cursus webdesign aan het doornemen is. Op de volledig in zwart-wit uitgevoerde bladzijdes van zijn cursusboek is hij bij het hoofdstuk Kleurgebruik aanbeland. Naar de Chinees gaan is ook niet meer wat het geweest is.

Nadat ik mijn bestelling gedaan heb ga ik in de vensterbank naast de leesportefeuille zitten en kijk wat in het rond. Een mevrouw met stro op haar hoofd, een lubberende legging om haar benen en een gezicht dat qua structuur opmerkelijke overeenkomsten vertoont met de geribbelde Chinese kalender aan de muur, een corpsbal en zijn vriendinnetje (haar stem is zwaarder dan de zijne), een trucker zonder truck die bij de mevrouw met het stro hoort en een zenuwachtige zwerver die eruit ziet alsof hij ook de alternatieve - wat minder gezonde - betekenis van de activiteit 'Chinezen' uit ervaring kent; dat is het gezelschap waar ik het vandaag mee moet doen. Als er bij mijn Chinees niet altijd bovenmatig veel van die Chinezen rondliepen, zou je de bevolking van dit sjofele pand een dwarsdoorsnede van de maatschappij kunnen noemen. Maar je zou het natuurlijk ook niet kunnen doen, en gewoon betalen, je eten meenemen, naar huis gaan en het voor de televisie opeten terwijl je gedachteloos kijkt naar Ja, ik wil een miljonair.

Aangezien ieders bestelling nog geproduceerd moet worden, heb ik tijd genoeg om na te denken over enige belangwekkende zaken. Zou de Gouden Gids zelf ook in de Gouden Gids staan? Waarom liggen er alleen maar klinkers in een straat, en nooit eens een medeklinker? En mag een fijnschrijver wel fijnschrijver heten als hij helemaal niet fijn schrijft? Om de antwoorden op deze vragen te vinden blader ik wat door de Aktueel, de Privé, de Panorama en de Mijn Geheim. Onnodig te zeggen dat ik ze daar niet in vind; vooral het laatste tijdschrift roept meer vragen op dan het beantwoordt.

Er gebeuren eigenlijk een hoop interessante dingen hier. Zo komen door een geheimzinnig luikje in sneltreinvaart allerlei bakjes tevoorschijn, die in hetzelfde hoge tempo in vetpapier worden verpakt door de Chinees. Wat er in de bakjes zit weten ze alleen aan gene zijde. Aan deze kant moeten we er maar gewoon vanuit gaan dat het ook echt de gevraagde Babi Ridja, Biefstuk in kerriesaus of Foe Yong Hai is. Dat zijn zo van die stilzwijgend geaccepteerde regels die de smeerolie van onze samenleving vormen, en laten we daar in Godsnaam niet aan gaan tornen. Hoewel, misschien zit er in de bakjes wel gewoon wat je denkt dat erin zit, bedenk ik mij ineens. Een beetje als bij het gedachtenexperiment met de doos en de kat van Schrödinger - niet voor niets wordt er vaak beweerd dat Babi Pangang eigenlijk gemaakt wordt van katten.

Ik kijk naar buiten en schrik als ik een enorme herdershond zijn neus tegen het raam zie drukken. Dan bedenk ik dat het beest waarschijnlijk bij de zwerver hoort en word weer wat rustiger.

Door de honger, het iets te lang lezen in de Mijn Geheim en een aangeboren talent begin ik intussen behoorlijk te malen. De anderen hebben daar geloof ik geen last van, die zijn (om de stilte te verdrijven?) allerlei wanhopig geanimeerde gesprekken met elkaar aan het voeren over dit en dat en zus en zo. En ze zijn er behoorlijk goed in. Het zijn (afgezien van de zwerver, die inmiddels uit het vuil onder zijn voet iets aan het samenstellen is dat gerust als een volwaardig gerecht op de kaart van de Chinees zou kunnen staan) waarschijnlijk van die vrolijke, levenslustige types die het leven en de wereld omarmen - je ziet ze steeds vaker, de laatste tijd. Kon ik dat ook maar, geanimeerde gesprekken voeren over dit en dat. Kon ik dat ook maar, de wereld omarmen.

Dan zou ik haar langzaam maar zeker wurgen.



w o e n s d a g   1 3   s e p
WARME WOORDEN - Het is weer woensdag formulierendag. En hoewel mijn dokter het mij ten strengste verboden heeft (omdat ik te gedeprimeerd word van al die rechte lijnen en die vakjes die alleen maar koude cijfers in plaats van warme woorden accepteren), start ik Excel op. Mijn reiskosten invoeren, dat is het doel van deze missie. Na een halve minuut echter is mijn serotonine-spiegel zodanig gedaald dat ik het duivelse programma wel dicht móet klikken, om ongelukken (of erger) te voorkomen. Van auto-opmaak via auto-samenvatting naar auto-mutilatie is immers maar een kleine stap.

De kartonnen doos die de volledige administratie van de firma [ Maar wat is het? ] bevat scheurt uit elkaar op het moment dat ik hem oppak. Verborgen symboliek is het makkelijkst te herkennen wanneer het aan de oppervlakte komt, blijkt maar weer eens. Er valt onder meer een naheffing betreffende een naheffing uit wijlen de doos (inmiddels teruggebracht van tienduizend naar nul gulden overigens, maar toch bedankt, iedereen die een genereuze bijdrage op mijn rekeningnummer heeft gestort) en een brief van Media Development Europe, gericht aan 'De directie van Maar wat is het?'. Ik begin te lezen.

U ontvangt dit schrijven omdat uw bedrijf door ons is geïndexeerd als zijnde actief in de ICT-markt. De ICT-markt staat bekend als een turbulente branche die met de dag verandert. En niet alleen in technisch opzicht. Steeds meer nieuwe ondernemingen komen de branche versterken, of er worden tussen bedrijven strategische samenwerkingsverbanden gesloten.

De sigaret die ik net had opgestoken valt uit mijn mond. Mijn ogen worden groot als Blue-Bandbordjes. Lees ik het goed? Staat het er echt? Als dit allemaal waar is, denk ik, dan gaat die ICT-markt dus echt groot worden! Dit soort onthullingen heb ik niet meer gelezen sinds ik op de rommelmarkt een exemplaar van het Nieuwe Testament vond met daarin een extra bladzijde, bevattende enkele voetnoten geschreven door Jezus zelve, waarin hij in een paar welgemikte zinnen het hele boek wat relativeert!

Van de opwinding! Een kop koffie omver gooiend! Ren ik naar de telefoon! En bel mijn moeder!

'Moeder!' schreeuw ik in de hoorn, 'mijn bedrijf is geïndexeerd als zijnde actief in de ICT-markt!'

'Dag jongen! Gezellig dat je eindelijk weer eens belt. Leuk voor je, wat je net zei. Maar wat is het (ik heb het niet van een vreemde) precies, die ICT-markt?'

'De ICT-markt staat bekend als een turbulente branche die met de dag verandert,' fluister ik in de hoorn, alsof ik mijn oude moeder deelgenoot maak van een nieuwe samenzwering, 'en niet alleen in technisch opzicht. Steeds meer nieuwe ondernemingen komen de branche versterken, of er worden tussen bedrijven strategische samenwerkingsverbanden gesloten!'

'Mooi hoor. En heb je die inktvlek nog uit je broek gekregen, gisteren?'

En m'n ICQ-conversatie met 61434317 wil ook al niet echt vlotten.

De verzekering maar eens bellen dan, ik heb nu toch de telefoon vast. Ook op het gebied van polissen en premies ligt mijn bureaucratische competentie op een vrij laag niveau. Zo was ik ooit een jaar lang helegaar niet verzekerd (vreemd genoeg ben ik nooit zo lichamelijk en geestelijk gezond geweest als in die periode), maar nu ben ik alweer een half jaar dubbel verzekerd, het andere uiterste. Ook leuk, maar het kost handenvol geld.

Er wordt opgenomen - niet door een leuke verzekeringstjik met een prettige telefoonstem, maar door een computer. 'Bent u ziekenfonds verzekerd,' hoor ik een blikken stem zeggen, 'toets dan een 1. Bent u particulier verzekerd, toets dan een 2.'

Welgemoed druk ik de 1 en de 2 van mijn telefoontoestel in, exact tegelijk. Je kunt in dit soort zaken niet secuur genoeg zijn; voor je het weet sta je verkeerd geregistreerd. Aan de andere kant van de lijn beginnen ineens twee mensen tegelijk tegen me te praten. Een man en een vrouw. Dat wordt me al snel te veel; ik kan een gesprek met één mens al nauwelijks aan, laat staan met twee. Ik leg de hoorn op tafel neer (in de hoop dat de twee elkaar wel even bezig zullen houden) en ga naar de opticien, om mijn nieuwe contactlenzen op te halen.

Ik ben meteen aan de beurt en mag achter het indrukwekkende oogmeettoestel gaan zitten om letters te lezen, toevallig een van mijn favoriete bezigheden. 'De lenzen die u nu in heeft zijn allebei gescheurd, mijnheer!' vertelt de dienstdoende ogenmeter mij, terwijl hij met een akelig fel lampje in mijn ogen schijnt. 'Hoe krijgt u dat voor elkaar?'

'Ja, dat komt,' probeer ik voorzichtig wat nieuwe grappen uit, 'ik heb nogal een scherpe blik, ziet u?'

'Denkt u soms dat u lollig bent?' barst de ogenmeter uit. 'Het is vijf voor zes, ik heb de hele dag in deze bloedhete winkel gestaan en echt geen behoefte aan klanten die denken dat ze grappig zijn! Eruit! Optiek Gaaikema is hier tegenover!' Met zijn arm in de Hitlergroet-houding wijst hij mij de winkel uit. 'Maar, maar...' stamel ik nog, 'in mijn optiek was dit toch best een lollige grap, om te lachen enzo... Toch?' Het helpt niet. Zonder lenzen verlaat ik het pand.

Thuisgekomen pak ik de hoorn weer op en hoor dat de man en de vrouw elkaar inmiddels gevonden hebben en reeds zijn overgegaan tot een verbaal polisnummertje, waarin allerlei vunzigheden worden uitgewisseld die niets met verzekeren te maken hebben. Zij wel, verdomme!

Dan Excel maar weer opgestart. De telefoonhoorn klem ik tussen mijn wang en mijn schouder en iedere seksueel geladen term die het nieuwbakken liefdespaar uitkraamt zet ik netjes in een apart vakje. Werken met Excel kan best leuk zijn, maar je moet er zelf wat van maken.



w o e n s d a g   1 6   a u g
NIET LEUK - Het kopen van nieuwe sneakers is een bezigheid die in deze door en door verrotte consumptiemaatschappij niet te licht moet worden opgevat. Je moet verschillende zaken in de gaten houden, waarvan de belangrijkste twee toch wel een aussergewöhnliches Preis-Leistungsverhältnis en een Coole Optik zijn. Niet zo gek dus dat ik mijn oog liet vallen op de Adidas Lawsuit II - een degelijk Duits kwaliteitsproduct dat er nog goed uitziet ook.

Er was helemaal niemand aanwezig in de sportschoenenwinkel die ik betrad in het centrum van het Utrechtse stadje U. (iedereen was op vakantie), behalve dan een verkoper met een agressief-holistische houding: aan zijn gezichtsuitdrukking kon ik zien dat hij bereid was over werkelijk alles te praten met iedere klant die zijn nering maar binnenkwam. Míjn houding daarentegen was op dat moment manifest-onverschillig, behalve dan tegenover alle zaken het onderwerp sneakers aangaande. Een van ons tweeën zou moeten buigen, zoveel was wel duidelijk, of het hele universum zou ontploffen.

'Ga je nog op vakantie?' vroeg de verkoper, terwijl ik - gezeten op een iets te klein bankje een iets te krappe maat 44 om mijn voet wurmend - mij wanhopig probeerde te herinneren wat ook alweer de meest stoere manier was om je veters niet te strikken. Fukking hell, het onderwerp 'op vakantie gaan' opbrengen, die slag was duidelijk voor hem. Ik moest nu hard terugslaan, anders liep ik hier meteen al een onoverbrugbare achterstand op. Gelukkig had ik net allebei de sneakers aan mijn voeten. Ze zaten ineens helemaal niet krap meer, integendeel, het leek wel alsof ze op maat gemaakt waren voor mij! Terwijl ik de kracht van de Lawsuit II in mijn voeten voelde vloeien, stond ik langzaam maar zeker op, zette mijn cowboy-hoed af en kneep mijn ogen tot spleetjes.

'Kweenie,' antwoordde ik, 'misschien wel, misschien niet. Maakt het jou wat uit?'

'Dus je bedoelt dat je net zo goed niet zou kunnen gaan?'

Onze gezichten waren slechts enkele centimeters van elkaar verwijderd. Ik kon zijn adem ruiken: de geur van zooltjes die drie jaar lang in de loopschoenen van een marathonloper met zweetvoeten en een ongezonde voorliefde voor een of andere abdij-kaas hadden gezeten.

'Ja,' antwoordde ik. Ergens achterin de zaak viel met donderend geraas een etalagepop omver. We negeerden het geluid.

'Het maakt je dus eigenlijk niet uit?' ging hij verder.
'Nee.'
'Dat is lekker makkelijk dan!'
'Is moeilijker dan je denkt hoor... Veel mensen onderschatten het niet op vakantie gaan.'

'Hoezo? Je gaat toch gewoon niet?' De verkoper begon nu een beetje onrustig heen en weer te wippen op zijn rode Reeboks met witte stippen.

'Tja, daar ga je dus al de fout in,' doceerde ik. 'Denk eens aan al die dingen die je moet doen voordat je niet op vakantie kunt: geen reisgidsen kopen om er niet in te kunnen kijken, uitzoeken welke vlucht je niet wilt boeken, dan nog het daadwerkelijke niet-boeken, vervolgens niet je koffer pakken en dan ben je dus nog niet eens vertrokken!'

De verkoper keek me bedenkelijk aan. 'Ik weet het niet,' zei hij, 'maar volgens mij neem je me niet serieus.'

'Niet hoor!' zei ik. 'De niet-business is een niet te onderschatten handelssector, die jaarlijks voor zeker 4% bijdraagt aan de groei van de wereldeconomie.'

Hij kwam - voor zover mogelijk - nog een centimeter dichterbij. Het was de abdij van St. Michel, rook ik nu.

'Ik ben heus niet de enige die er zo over denkt, hoor!' zei ik, terwijl ik me afvroeg waarom ik ooit naar deze duivelse plek was gekomen, en ook waarom ik dit paar Adidas Lawsuit II eigenlijk nodig dacht te hebben. 'En dan wilde ik nu graag niet afrekenen!' riep ik snel. 'Kan dat? Of eh... niet?'

Het bleek dat ik de Adidas Lawsuit II vooral nodig had om er heel hard op te rennen.



z o n d a g   2   j u l
DAT IS DE VRAAG - Mijn maag rommelt. En er cirkelen al de hele middag een paar vliegen rond in mijn kamer. Nu eens niet om mijn hoofd, maar om de lamp aan het plafond. Ik zet de balkondeur wat verder open, in de hoop dat ze dan misschien vanzelf wel naar buiten zullen gaan. Maar ja, niets gaat vanzelf, heeft mijn oude moeder mij geleerd, en dus blijven de vliegen rustig hun rondjes van laag in de 31 draaien. Even later ben ik ze alweer vergeten, want ik heb andere dingen aan mijn hoofd:

Meestal gebeurt het op zondag, misschien wel omdat deze dag onlosmakelijk verbonden is met bezinning en het aanbidden van een willekeurige God. Ook deze zondag is het raak: ik word overvallen door De Vraag.

(De Vraag. Vele filosofen hebben zich er al het hoofd over gebroken. Kant poogde haar te beantwoorden in zijn Kritik der reinen Vernunft, Hegel wijdde er de helft van zijn Wissenschaft der Logik aan en de Tsjechische wijsgeer Masaryk was zelfs van mening dat De Vraag de ultieme verwoording was van alle kwalen van de moderne wereld.)

Gek word ik van De Vraag, en dan moet u bedenken dat het nog maar half vijf 's middags is. Wat te doen? Handenarbeid! Dat leidt lekker af van de maalstroom in mijn hoofd die toch nergens heen gaat, behalve dan misschien via de altijd op de loer liggende krankzinnigheid naar een voortijdig einde van mijn bestaan.

Kortom, de snaren van mijn gitaar zijn nodig aan vervanging toe. Alle zes zitten ze er al op sinds het grote Smurrie reunion concert van 12 december 1998. Ik doe dus al ruim anderhalf jaar met hetzelfde setje snaren, realiseer ik me ineens, en schaam me diep. En even daarna nog dieper. Want waar is de tijd gebleven dat ik iedere week minstens twee snaren brak, als de geest van Jimi Hendrix weer eens in mij was gevaren omdat ik met veertig koppen koffie op naar Live at Winterland had zitten luisteren?

De hele gitaar mag trouwens wel eens grondig gereinigd worden. Zo zitten er bijvoorbeeld nog steeds bloedvlekken op (rock 'n roll!) van die keer dat ik mijn wijsvinger openhaalde toen ik mee probeerde te spelen met een concert van The Kelly Family op RTL4 (minder rock 'n roll).

Als ik de laatste snaar erop heb gezet kijk ik voldaan omhoog, om een willekeurige God te bedanken voor het feit dat er geen enkele snaar is gebroken tijdens deze (voor iemand zonder praktisch inzicht altijd zo lastige) klus. Meteen zie ik de vliegen weer. Het zijn er meer dan zoëven en ze zijn ook harder gaan vliegen, alsof ze mij willen treiteren. Ik sta op, pak een slecht boek uit de kast en probeer de beestjes daarmee richting balkon te slaan. Het boek is te klein, zo blijkt al snel, maar dan krijg ik een beter idee: de gitaar! Ik pak hem op en sla ermee in het rond als ware ik Jimi Hendrix zelve. Een voor een spatten de vliegen kapot. Rock 'n roll! Eindelijk weer vers bloed op m'n gitaar! Zal ik 'm nu ook nog in brand steken? Ja! Nee! Dat is zonde!

Even later sta ik uit te rusten op het balkon en overzie de buurt en mijn leven. Zouden al die mensen in al die huizen op dit moment nou ook bezig zijn met De Vraag? Of ben ik de enige in mijn straat, en is het misschien mijn taak in dit leven om 'de anderen' van het bestaan van De Vraag op de hoogte te brengen? Moet ik er misschien een boek over gaan schrijven? Ach nee, dat werkt niet. Ik moet het ze gewoon vertellen. En high als ik ben van mijn overwinning op de vliegen en de door de fysieke inspanning geproduceerde endorfinen haal ik diep adem, en schreeuw met alle kracht die ik in me heb De Vraag over de daken: WORDT HET VANDAAG CHINEES OF PIZZA?



w o e n s d a g   2 1   j u n
MEDISCHE UPDATE - Ziek zijn is geen pretje, om mijn dokter maar eens te citeren. Helemaal vervelend wordt het als het buiten vierendertig klein nulletje C is, in mijn lichaam tegen de negenendertig en in mijn slaapkamer ongeveer achtenzestig. Normaal gesproken is mijn ziekbed net als mijn gewone bed koud en eenzaam, nu echter is het warm en eenzaam. Overal uit mijn lichaam komt snot, alles doet zeer en bij tijd en wijle zie ik gele kuikens over het behang lopen. Die gele kuikens zijn eigenlijk net hallucinaties, merk ik: als ik ze wil vangen zijn ze er ineens niet meer. Omdat mijn huisarts mij het lezen van Lulu Wang heeft afgeraden in deze toestand, herlees ik oude Lucky Lukes. Af en toe val ik in een halfslaap.

Een mens moet een beetje creatief met zijn lijden omspringen, daar is het tenslotte voor bedoeld. Dus doe ik mij elke middag - als de temperatuur haar schreeuwende hoogtepunt bereikt - voor als verkoper van Straatnieuws, want dan mag ik een paar uur in de luchtgekoelde Albert Heijn doorbrengen zonder dat de vriendelijke manager, de heer Van Dam (een poster van zijn hoofd hangt bij de ingang: 'Ik ben benieuwd naar uw ideeën om deze vestiging van Albert Heijn nog beter te maken!' Iedere keer als ik langs die bus loop stop ik er een briefje in: Mijnheer van Dam, ik ben zo gek op die pindakaas met nootjes van de EDAH, kunt u die niet gaan verkopen?), mij wegstuurt. Ik kom namelijk behoorlijk natuurgetrouw over in mijn rol van zwerver, omdat ik ongeveer zes jaar geleden voor het laatst nieuwe kleren heb gekocht en bovendien nogal vaak naar de grond kijk (uit verlegenheid, niet uit kwartjeszucht, maar dat weet Van Dam niet). Bovendien sla ik graag onsamenhangende taal uit in het openbaar. Alleen dat stoere backstage-pasje dat die verkopers tegenwoordig allemaal zo trots dragen (Wat willen ze daar eigenlijk mee laten zien? Dat ze toegang hebben tot all areas van Hoog Catharijne?) heb ik helaas niet op mijn tie-sjurt, maar voor men daar achter komt is de zon allang weer onder, het winkelende publiek naar huis en de heer Van Dam vloekend en tierend de ideeënbus aan het ledigen.

's Avonds laat blijkt de temperatuur niet echt veel lager te worden. Ik gooi een matras op het balkon - dat is nu immers toch schoon - en ga er op liggen. Best lekker, en nog extragratis uitzicht op maan en sterren ook! De maan is vol en mijn hoofd ook, van snot in combinatie met mijn waandenkbeelden. Al kijkend naar al die sterren voel ik me ineens bijzonder nietig, hoor ik nu te schrijven, maar dat valt eigenlijk best wel mee. Zo groot zijn die sterren nou ook weer niet.

De volgende ochtend word ik om een uur of zes wakker, badend in mijn eigen zweet en het volle zonlicht. Groen kwijl is uit mijn mond op de matras gelopen. Ik open mijn ogen. Dat zijn wel hele grote mussen! denk ik, terwijl ik de groep vogels zie die boven mijn hoofd gestaag haar rondjes draait. Dan herken ik ze pas, met dank aan de Lucky Luke van gisteren: het zijn aasgieren. Traag cirkelend wachten ze hun moment af.

Misschien dat ik vanavond toch maar weer binnen ga slapen.



m a a n d a g  10   a p r
IN DE PUT - Wegens omstandigheden belandde ik gisteren op een golfbaan. Hoewel ik in mijn jeugd, net als Marco van Basten, aardig kon voetballen, blijkt dat niet - zoals bij hem wel het geval schijnt te zijn - automatisch een garantie te zijn dat je dan later, als je volwassen bent (soort van), ook goed kunt golfen.

Nou ja, ik kan dan weer andere dingen, zoals bijvoorbeeld een mooie zin met vijf komma's, twee streepjes en twee haakjes erin bedenken en opschrijven, en dat is voorwaar toch ook een hele prestatie, maar die vaardigheid had ik gisteren graag ingeruild voor een beetje meer swing in mijn swing. Gras, oude vrouwtjes, toevallig passerende eidereenden: van alles raakte ik vol, behalve het witte balletje. Terwijl ik de juiste lichaamshouding probeerde aan te nemen, werd mij uit de lichaamshouding van de andere golfers op het terrein al vrij snel duidelijk dat ze mij geen respect gaven. En toen ook nog op een gegeven moment via de speakers het enigszins geaffecteerd uitgesproken bevel 'Wil die jongeman met die leren jas en dat paarse haar zich onmiddellijk van de baan verwijderen?' over de baan schalde, was de lol er voor mij al helemaal af.

Dat wordt straks nog lastig als ik investeerders wil gaan paaien om hun smeergeld in maarwatishet.com te stoppen. Ik zal dan namelijk toch eerst een paar keer met ze moeten gaan golfen, want dat is wat rijke mensen leuk vinden. Arme mensen vinden weer andere dingen leuk en komen daarom nooit op een golfbaan. Zo blijft de wereld overzichtelijk en gebeuren er niet al te veel rare dingen waar je maar van in de war zou kunnen raken, concludeerde ik, en ik voelde me ineens zo oud en moe dat ik in de hal van het clubgebouw maar vast mijn naam plus URL op de inschrijvingslijst voor de seniorenkampioenschappen schreef.



w o e n s d a g  5   a p r
VAN DE MADEN EN HET KONIJN - Nog een uur en dan vertrekt mijn trein. Ik zit achter mijn computer en kijk uit het raam. Het schrijven van de eerste Nederlandstalige hip-hopklassieker over RSI voor mijn nog op te richten crew The Carpal Tunnel Syndrome schiet nog niet echt op. Ja, 'homies' rijmt op 'ergonomisch' en 'muis' op 'in het huis', maar verder ben ik nog niet.

Nog drie kwartier en dan vertrekt mijn trein. Ik probeer mijn leven op orde te krijgen door het invullen van talloze formulieren en het plegen van al even zovele telefoontjes. Heeft dat zin? Nee. Formulieren roepen alleen maar meer formulieren op en de mensen die ik probeer te bellen nemen niet op. Als ze wel opnemen zeggen ze de verkeerde dingen. 'Ik verbind u even door!' in plaats van 'Wil je met mij trouwen?' of 'Ik doe het allemaal voor jouuuuuuuuuuuu!' Wat in dit soort situaties van totale vertwijfeling nog wel eens helpt is het concentreren op aardse zaken. Schoonmaken, stofzuigen, afwassen, de vuilnis buiten zetten: met het verwijderen van de rommel uit je huis verdwijnt ook de rommel uit je hoofd.

Nog een half uur en dan vertrekt mijn trein. Er blijkt niet genoeg rommel in mijn huis te zijn, constateer ik. Koffie en een sigaret dan maar. Het valt me op dat sigaretten naar teer smaken; zouden andere rokers dat nou ook vinden? Gelukkig zie ik ineens wat rommel in de vorm van een openstaande vuilniszak op het balkon. Terwijl ik met de geur van verval in mijn neus de zak dichtknoop met zo'n geinig stripje moet ik ineens denken aan mijn jeugd op de boerderij, toen eens in de zoveel tijd de kadaverdienst langs kwam om de dieren op te halen die waren gestorven aan van die typische plattelandsziektes als phytophtora of soms aan een stadsziekte als depressiviteit. Go ask Alice, when she's ten feet tall, zingt Grace Slick op de radio. Met de stevig dichtgebonden vuilniszak loop ik de trap af.

Nog een kwartier en dan vertrekt mijn trein. Haast is nu geboden, of op zijn minst een heldere gedachte. Ik smijt de vuilniszak op de stoep, iets te wild. Feed your head, galmt vanuit de boxen in mijn kamer over de trap langs de voordeur naar buiten. De vuilniszak barst open, rottend vlees van een twee weken oude, half opgegeten roti-maaltijd rolt de tegels op. Er krioelen witte maden in rond, ze verspreiden zich over de stoep en kruipen naar mijn voeten toe. Gefascineerd blijf ik staan kijken.

Die trein ga ik missen, denk ik, en ik stel me voor hoe de maden mij - te beginnen met mijn grote teen - langzaam helemaal opeten, van beneden naar boven, totdat ik ben opgegaan in het totale niets.



z a t e r d a g  18   m r t
WIE WINT, ZAAIT - Even dacht ik nog dat ik weer eens mijn recurrent dream over The Village People aan het dromen was toen ik om exact zeven uur 's ochtends de voordeur opende en twee potige bouwvakkers zag staan, maar toen begon het mij opeens te dagen: dit was de grote dag! Mijn dak ging gerepareerd worden!

Bouwvakkers komen uit een ander universum dan ik, zo mocht ik die dag weer eens constateren. Er hangt een vreemde, koperbruin gekleurde (zelf zouden ze deze tint benoemen met exact het juiste Histor-nummer, uit hun hoofd dan ook nog) gloed om hen heen. Ze zijn altijd, maar dan ook echt altijd vrolijk. Ze hebben speciale bouwvakkerradio's, die automatisch net iets naast de gewenste zender afstemmen. Ze hebben mobiele telefoons in plastic mapjes aan hun broek hangen, maar, en nu komen we bij het eerste axioma van de bouwvakker: zolang de afstand tussen twee bouwvakkers niet meer dan vier kilometer bedraagt wordt er gecommuniceerd zonder mobiele telefoon - schreeuwen werkt toch ook prima?

Terwijl er boven mijn hoofd lustig geklopt, gezaagd, geteerd en getimmerd werd zat ik achter mijn toetsenbord een nieuw plan met als doel World Domination uit te werken, onderwijl enige telefoontjes met machtige mensen plegend om te horen in welke mate ze aan dat plan mee wilden werken. Het liep tegen drie uur, voor de bouwvakkers was het alweer tijd om te stoppen. Ik hoorde hoe ze naar hun ladder aan de dakrand liepen en zag de eerste alweer op het balkon verschijnen. Hij liep door mijn kamer en verliet via de trap het pand. Toen kwam de tweede. En toen werd het licht buiten iets anders, donkerder, koperbruin bijna. En er kwam nog een bouwvakker naar beneden, en nog een, en nog een. Wat was er hier aan de hand? Er waren er toch echt maar twee het dak opgeklommen!

Veertien bouwvakkers kwamen er in totaal naar beneden. Geen enkele indiaan, biker, agent of cowboy - alleen maar bouwvakkers. Intussen zat ik met een potentiële investeerder voor maarwatishet.com aan de lijn. Hij wilde niet echt toehappen. 'Maar haar broer dan, Jos Brink ja, die heeft toch ook heel wat te besteden?' probeerde ik nog in een laatste poging. 'Als hij in mij wil investeren krijgt hij een extragratis column bij [ Maar wat is het? ], dat beloof ik!' Het maakte weinig indruk.

Later die dag, na nog zes mislukte telefoongesprekken, probeerde ik uit te vinden of de multiplicerende werking van mijn dak ook op andere zaken dan bouwvakkers effect had. Ik gooide een briefje van honderd op het dak, klom via de ladder die er nog steeds stond omhoog en wierp een verwachtingsvolle blik. Nog net op tijd om het bankbiljet weg te zien waaien, langs schoorstenen en over andere daken heen, totdat het uit zicht was verdwenen. Bedroefd ging ik weer naar binnen, zette de CD The Village People: The best of their greatest hits, volume 1 aan en viel met de koptelefoon op in een onrustige slaap.



m a a n d a g  13   m r t
DE COMPOSITIE VAN EEN ROMAN - 'Het gevaarlijkste wat hij de laatste weken had gedaan was het met behulp van Homesite 3.0 uitvoeren van een zoek- en vervangopdracht in zeventig HTML-documenten tegelijk - met de optie 'Make back-up before replacing' uitgeschakeld. Vind je dat geen goede openingszin voor een Bildungsroman die zich afspeelt in een post-apocalyptische transparante informatiemaatschappij?' vroeg ik aan Harm, terwijl wij café het Ledig Erf in het Utrechtse stadje U. verlieten.

Zojuist hadden wij de geneugten van het 's middags bierdrinken herontdekt, met als gevolg dat ik nu in een vreemde staat van helderheid verkeerde. De relatie tussen yaks (u kent ze wel, die gezellig behaarde Tibetaanse koeien) en het werkwoord jakkeren, het onverklaarbare succes van de Van der valk-restaurants, virtuele winkelwagentjes die het leven van zwervers aanzienlijk zouden gaan vergemakkelijken, hoe de beursgang van World Online het einde van de wereld zou gaan veroorzaken: al die elementen wist ik tijdens de tien minuten durende wandeling naar mijn huis in een allesomvattende theorie te bundelen, die ik al redenerend met weidse armgebaren verkondigde aan willekeurige voorbijgangers.

Had ik die helderheid die nacht ook nog maar gehad, dan was ik vast niet op het idee gekomen om een loodzwaar Yamaha DX-9 keyboard in een loodzware flightcase van een woning in het Amsterdamse stadje A. naar mijn huis in U. te vervoeren. Al lopend naar de taxi-standplaats aan de Ferdinand Bolstraat moest ik het kreng wegens armverkrampingen om de vijf seconden neerzetten en met de andere arm weer optillen.

De taxi-chauffeur van de voorste taxi rook naar jenever (Ketel 1, zo meende ik te herkennen) en keek mij aan met een blik alsof ik een chauffeur van Taxi Direct was maar nadat ik had gezegd dat ik de toetsenist van Toontje Lager was, jongeklaarde zijn gezicht op en bracht hij mij fluks naar het C.S. Geld hoefde hij niet eens te hebben. 'Ik heb altijd zo genoten van Stiekem gedanst en Ben jij ook zo bang, ik ben blij dat ik nu eindelijk iets terug kan doen!' voegde hij mij geëmotioneerd toe terwijl ik hem hartelijk bedankte en uitstapte.

Pinnen! Dat moest ik ook nog doen, anders kon ik straks in U. geen taxi meer betalen. 'Ik denk dat het een sjoelbak is,' zei een broeder tegen me bij de pin-automaten terwijl hij naar de flightcase keek. Even later, terwijl ik naar de nachttrein liep kwam er een zwerver op mij af. 'Bent u toevallig de toetsenist van Kadanz?' vroeg hij mij. In de trein werd ik nog aangesproken door drie blowende Duitse toeristen (Kraftwerk!) en de taxi-chauffeur in U. zei ook nog van alles tegen me, maar dat kon ik niet verstaan. (Tussentijdse conclusie: bent u eenzaam, ga dan eens een dag met een flightcase door de stad lopen en u zult meer aanspraak krijgen dan u kunt verwerken.)

Thuisgekomen haalde ik meteen het keyboard uit de flightcase, sloot wat snoeren aan en drukte op het power-knopje. Lampjes begonnen mysterieus te knipperen en ik drukte op een willekeurige toets. 'Ik denk dat het een sjoelbak is,' hoorde ik ineens een metaal-achtige stem zeggen. Ik drukte op de toets ernaast en de stem zei: 'Bent u toevallig de toetsenist van Kadanz?'

Volkomen verbijsterd zat ik nog tien minuten in kleermakerszit naar dit wonder van Japanse techniek te staren. Als dit allemaal mogelijk is, dan gaan die synthesizers nog groot worden! dacht ik opgetogen, en kroop achter mijn andere keyboard om te beginnen aan een Bildungsroman die zich afspeelt in een post-apocalyptische transparante informatiemaatschappij.



z a t e r d a g  19   f e b
THE SONG REMAINS THE SAME - Led Zeppelin is op TMF! Al anderhalf uur lang! Daar zullen die R&B-kids die het vaste publiek van deze zender vormen toch wel even van schrikken. ('Dit zijn wel hele ingewikkelde Timberlandbeats!' - bij de veertien minuten durende drumsolo in Moby Dick.)

Waar was ik gebleven? Oh ja: het enige voordeel van die Doe Maar-revival is dat nu eindelijk, na een slordige achttien jaar, de LP Doe de dub op CD is verschenen. En aangezien ik vorig weekend toch in Hoog Catharijne was om een echte Robbie de Rups™ van de firma Babbel-Babbel™ bij Bartsmit.com te kopen ging ik meteen maar even naar de Free Record Shop om een exemplaar van onderhavige CD aan te schaffen. Daarna nog een kort bezoek aan de wasserette en de onvermijdelijke Albert Heijn (broccoli, pasta en een biefstukje) en toen werd het tijd om de versch aangeschafte CD in de CD-speler te doen.

Twee uur later stuiterde ik nog steeds in slow-motion door mijn kamer op de organische baslijntjes in combinatie met de kamerbrede echo's die Henny Vrienten ooit op een regenachtige zondagmiddag in de Dutchtone-studio van Johnny Hoes uit de mengtafel had getrokken. Ook Robbie de Rups™ had het naar zijn zin: afwisselend riep hij 'Kiekeboe!' en 'Bravo!' op de tweede en vierde tel van iedere maat. Verder ging zijn woordenschat nou eenmaal niet, maar zijn enthousiasme maakte een hoop goed.

Die nacht, nadat ik Robbie met pijn in mijn hart had afgeleverd op een verjaardag in het Amsterdamse stadje A. (ik koop altijd cadeautjes die ik zelf ook graag zou krijgen, en dat maakt het geven wel eens moeilijk), liep ik door de Haarlemmerstraat in die plaats, op weg naar de nachttrein die mij uit dit Sodom en Gomorra weer terug zou brengen naar het Utrechtse stadje U. Uit een café kwam een groep ladderzatte mannen naar buiten rollen. 'Hier moet je niet naar binnen gaan hoor!' riepen ze tegen niemand in het bijzonder en mij in het algemeen, 'iedereen is er ladderzat!'. Terwijl ik nog twijfelde of ik moest antwoorden, en zo ja, of ik dan 'Kiekeboe!' of 'Bravo!' zou zeggen (altijd lastig, om precies de juiste Amsterdamse humor paraat te hebben op momenten als deze), liep het dronken gezelschap alweer verder. Ik ook dan maar. De nachttrein haalde ik met nog ruim vijftien seconden over.

Thuisgekomen zag ik dat er weer eens wat stukken uit het plafond naar beneden waren gekomen. Vindt u het gek dat ik al vijf maanden geen huur meer heb betaald? Maar wat ik ook zag - en nu wordt het eng - de puinhoop lag PRECIES OP DE PLEK WAAR ROBBIE DE RUPS™ DIE MIDDAG HAD GESTAAN! Nog enger: de afgebladderde resten verf die op de grond lagen vormden met elkaar (mysterieus!) de letters 'TM'!

Hierdoor allerminst uit het veld geslagen legde ik er met de rest van de resten een 'F' achter en zette de TV aan, om nog even wat te ontspannen voor het slapen gaan. Ik viel midden in een aankondiging van een Led Zeppelin-special.



m a a n d a g  31   j a n
HEEL GEWOON - Ook deze keer werden mijn pijl en boog niet ontdekt door de strenge fouilleerders van Paradiso, terwijl die toch zo enorm hard en vooral vertragend hun best deden om zakmessen, pistolen, uzi's, granaten of Leopard-tanks te vinden. Een full cavity search, dat is wat u te wachten staat op de gemiddelde hiphop-avond in deze poptempel in het Amsterdamse stadje A. Gelukkig was ik in een soort van goed humeur, want vooraf hadden we op prettige wijze wat tijd overbrugd in Café Eijlders aan de Korte Leidsedwarsstraat 47 (als ik hun naam en adres noem krijg ik een extragratis bittergarnituur van ze en mag ik de gezellige poes die daar woont een dagje mee naar huis nemen om te aaien).

Toen dan om een uur of twee eindelijk iedereen binnen was kon beginnen waar we voor gekomen waren: een paar fijne rappers van het Rawkus-label die hun ding gingen doen. Geen Mos Def helaas, maar wel Common en Pharao Monch. Het werd om diverse redenen een mooie avond, maar toch vooral omdat Common met een belangrijke uitspraak een einde heeft weten te maken aan een al jaren bij mij woedend intern conflict. Want toen hij vriendelijk doch dringend verzocht of alle niggaz in da house even heel hard yeah wilden roepen wilde ik natuurlijk graag meeschreeuwen, maar (en hier dan het interne conflict) eigenlijk wist ik niet zo goed of dat wel mocht, u begrijpt. Maar toen! Legde Common uit dat je ook een nigga kunt zijn als je blank bent! En zo is het, besefte ook ik ineens. Alle mensen daar aanwezig werden spontaan broeders, of zoals Beethoven (niet de hond, maar de componist) al zei: Alle Menschen werden Brüder.

Geheel vervuld van dit verlossende inzicht verliet ik na anderhalf uur moddervette shit (zelfs Ice-T kwam nog wat woorden meerappen) de zaal. Bij de uitgang stond een massieve broeder van twee bij twee; hij had een T-shirt aan van Led Zeppelin. Ik bedoel maar.



d o n d e r d a g  27   j a n
IN EEN IJSTRIP - Na een copieus diner genoten te hebben in een restaurant in het Amsterdamse stadje A. probeerde ik mij vanavond laat een weg te banen naar het station. Nu weet ik best wel dat ik er in mijn runderlederen jas en met mijn gastvrije 'laat me met rust of ik loop heel hard weg'-blik behoorlijk angstaanjagend uit kan zien (en dan had ik nog niet eens mijn Nijntje-T-shirt aan!), maar was het nu echt nodig om mij naar het station te begeleiden met zes ME-busjes en een helicopter, geachte politie?

Misschien had het iets te maken met de drie bijzonder chemische bolletjes ijs die ik gegeten had ter afsluiting van het diner. Misschien was er via die bolletjes een geheim biologisch wapen geïnjecteerd in mijn bloedbaan. Misschien ben ik nu wel een proefkonijn van de BVD en wordt er daarom zo goed op mij gelet door de overheid. Misschien moet ik nu maar eens gaan slapen (moe als ik ben van het lopen, er was vreemd genoeg geen enkele taxi te krijgen, daar in A.).



z a t e r d a g  15   j a n
KANT NOCH NIETZSCHE - 'De op waarheid beluste man begrijpt het leven als bedrieglijk, hij vervloekt de hogere machten van het valse. Hij maakt het leven tot een fout en de wereld tot enkel een verschijning. Hij stelt kennis tegenover het leven en tegenover de wereld stelt hij een hogere wereld.'

Intussen zat ik maar mooi op het balkon van een trein die stomweg stilstond op het station van Almere-Buiten (tijd genoeg dus om wat aardige alliteraties te bedenken). Ik was beland op de spoorlijn van het nihilisme, zoveel was wel duidelijk.

Vreemde plaatsen waren we gepasseerd, even vreemde gesprekken had ik opgevangen in de trein. Door een tjik in kek mantelpakje was ik volledig op de hoogte gebracht van de werkzaamheden van de gemiddelde vestigingsmanager van een uitzendbureau. De zin van het leven, daar had zij echter nog geen woord aan gewijd, terwijl dat nu juist de informatie was waar ik om zat te springen.

Misschien dat ik er nu, hier, deze grijze middag, dan toch achter ging komen, want naast mij bij de deur begonnen twee intellectuelen en te praten over het gedachtengoed van Nietzsche. Terwijl ik wat citaten opschreef in mijn kladblok om die later te kunnen gebruiken aan het begin van dit stukje, gooide de ene intellectueel het gesprek ineens over een andere boeg, met de uiterst scherpzinnige opmerking dat het toch wel erg koud was, zo met de deuren van de trein nog open. Hij drukte op het knopje dat de deuren deed sluiten.

Vijf seconden later kwam er een jongeman op het perron aanrennen, die erg graag mee wilde (dat was bijvoorbeeld te zien aan de wilde paniek in zijn ogen - Weg! Weg! uit Almere-Buiten!). Helaas, net toen hij op de deur had gebeukt en op het knopje aan de buitenkant drukte floot de conducteur af.
'Als we de deuren hadden opengelaten, had die jongen de trein nog gehaald,' sprak de ene intellectueel plechtig. 'Inderdaad,' zei de ander, terwijl hij een trek nam van zijn sigaret, 'Maar dit was ook interessant. Immers, alleen in de handeling krijgt iedere specifieke relatie tussen krachten een definitieve vorm.'

Langzaam reed de trein het station uit, via een lint van zielloze nieuwbouwwijken op weg naar Weesp.



z a t e r d a g  8  j a n
HET LEVEN IN HET KORT - De boer kwam erbij en riep: 'Ze zijn ziek! Ze hebben snot! Ze hebben griep! Ze zijn ziek! HEEL ZIEK!!!'

Inderdaad, de laatste dagen ben ik niet alleen ziek in mijn hoofd, maar ook nog in de rest van mijn lichaam. Snot komt uit al mijn ooghoeken en neusgaten, mijn hoofd beukt net zo hard als tijdens die legendarische kater van nieuwjaarsdag 1994, maar wat dan nog wel leuk is: al hallucinerend en zwetend in bed heb ik de meest fantastische verhalen bedacht. Helaas was ik te ziek om de computer aan te zetten en ze in te typen, dus ik weet er eigenlijk niks meer van. Jammer, maar zo is het leven. Je wordt geboren, groeit op, doet je best om iets te maken dat jou zal overleven, het lukt niet, je moddert nog wat voort en je gaat dood. Alles voor niks geweest.

Geschrokken riep de haan: 'Heb je nou je zin?! We gaan eraan! WE GAAN ERAAN!!!'



z o n d a g  2  j a n
OLIEBOLLEN WAREN HET - Ik heb mezelf vandaag nog niet kunnen betrappen op een oorspronkelijke gedachte, behoudens deze dan. Het zal wel met het weer te maken hebben, dat al dagenlang grijs en nevelig is. Of misschien met de brute aanslag op mijn lever en hersencellen tijdens oud en nieuw; achtereenvolgens verdween er vrijdagavond wijn (merk: Voorspoed), bier, champagne, whisky-cola, wodka-jus en nog meer bier in mijn maag. En laten we die twee oliebollen niet vergeten! Weliswaar zonder poedersuiker, maar toch, oliebollen waren het.

Het feest waar ik mij ophield was niet zonder reden georganiseerd in een van de vele werfkelders die het Utrechtse stadje U. rijk is: in geval van millenniumproblemen zoals - in volgorde van rampheid - een misdruk op een kalenderblaadje, een vastlopende 286, een lift (merk: Otis) die niet meer op wil maar wel heel snel neer, een exploderende Domtoren of de voltrekking van een complete Apocalyps (mag het? Alstublieft?) zaten wij veilig onder de grond. Wat kon ons nog gebeuren? Helegaar niets! Behalve dan dat een onverlaat een glas champagne (merk: Moët et Chandon) over het mengpaneel gooide. Gelukkig was er toevallig een zanger van een hardrockband aanwezig, die bereidwillig even zijn föhn afstond zodat het mengpaneel drooggeblazen kon worden en de boel ineens weer werkte. Was alles in het leven maar zo simpel.

Maarwatishet.com wordt veel gelezen door trendwatchers, zo weet ik, en speciaal voor hen het volgende: hamsteren is in, aardig zijn is uit. Daar kwam ik vrijdagochtend wel achter in de Albert Heijn. Kinderen werden vertrapt, vriendelijke medewerkers werden onvriendelijk bejegend en de leuke meisjes van de vleeswaren moesten regelmatig hun grote vleesmessen gebruiken om de op hol geslagen menigte - iedereen wilde het laatste plakje boterhamworst (merk: Ardenner) - op afstand te houden. Aangezien er inmiddels ook nog kleine relletjes begonnen te ontstaan bij de kassa's en ik de eerste brandende olievaten al signaleerde in de buurt van het frituurvet, leek het mij raadzaam het pand snel te verlaten. Dan maar geen boodschappen. Drie dagen zonder eten, misschien zou ik daar juist wel hele scherpe levensinzichten van krijgen!

Wat extragratis geld pinnen dan maar, voor als de automaten stil zouden vallen op 1 januari? Helaas, zelfs die kleine deelname aan de millenniumhysterie was mij niet gegund: nadat ik mijn pincode had ingetoetst knipperde in groene letters op het schermpje: Uw saldo is helaas ontoereikend. Alsof u dat niet wist! Wat doet u hier eigenlijk? U bent bijna dertig en u heeft nog steeds geen geld, geen auto en geen eigen huis. Schaamt u zich niet?

Vindt u het gek dat ik die avond zoveel gedronken heb?



m a a n d a g  27  d e c
IN DIE TIJD - En het begon gisteravond allemaal zo vredig, met een kerstdiner dat bestond uit tal van exquise gerechten. Ik noem bijvoorbeeld de patatjes oorlog, de kipcorns, de frikadellen speciaal en niet te vergeten de Turkse pizza's. Dit alles uitstekend verzorgd door snackbar De Nachtegaal. Het geheel werd prettig weggespoeld met de flessen wijn die wij van hun uitgebreide wijnkaart (rood én wit) hadden gekozen. Het feit dat er geen jaartal op de flessen stond bevreemdde mij wel een beetje, maar volgens Bin kwam dat doordat dit uiterst exclusieve wijnsoorten waren, die door De Nachtegaal rechtstreeks van een oude privé-wijngaard in Bretagne werden geïmporteerd. Waarom ook niet?

De stemming was opperbest en de opzwepende achtergrondmuziek van Green Velvet bracht iedereen op het juiste spirituele niveau voor wat het hoogtepunt van de avond (de kerst! december! het jaar! het millennium!) zou worden: de Higher Ground-party die een paar uur later zou beginnen in Tivoli.

Hadden wij een hogere macht gebruskeerd door de geboorte van Jezus te vieren met iets banaals als een bezoek aan de snackbar? Of was het de duivelse muziek (als u die plaat van Green Velvet achterstevoren draait hoort u - als u dat wilt - heel duidelijk de woorden Satan is a DJ voorbij komen) die het hem deed? In ieder geval vonden er ineens een reeks onverklaarbare gebeurtenissen plaats. Zoals: twee mensen begonnen over 'morgen werken', 'vroege dienst' en wat dies meer zij, en verlieten spoorslags het pand. Doch hierdoor liet de rest zich niet uit het veld slaan, en met de vier overgebleven musketiers trokken wij naar Tivoli, alwaar bij aankomst een enorme rij voor de deur bleek te staan en een algehele drukte heerste die te vergelijken was met de chaos in Bethlehem ten tijde van de volkstelling, zo rond het jaar nul. Alweer verdwenen twee mensen uit ons gezelschap de nacht in, onderwijl teksten murmelend als 'morgen werken' en iets wat ik niet helemaal kon verstaan (het leek een beetje op 'Je denkt toch niet dat die Herodes dit allemaal in z'n eentje kan?').

'Tja,' zei ik tegen Bin, 'we kunnen wel tussen al die mensen in de rij gaan staan, maar misschien krijg ik dan wel een paniekaanval! Wat dacht u van een biertje in café De Rat?'
'Goed plan!' zei Bin. Even zag ik een ster oplichten, hoog boven ons, in de verder inktzwarte nacht. We liepen de hoek om.

Kunt u het geloven? Café De Rat bleek dicht te zijn! Verder dan maar, naar café Springhaver, en ook die bleek dicht te zijn. Tenminste, het was er donker, dikke rode gordijnen hingen voor het raam en de deur zat op slot. 'Is er dan geen enkele herberg meer die plaats voor ons heeft?' riep ik wanhopig uit, terwijl ik mijn handen ten hemel hief. Verbeeldde ik het mij, of zag ik toen even de rode gordijnen een stukje opzij schuiven? Verbeeldde ik het mij ook dat ik toen een glimp van een os, een ezel en een slordige verzameling stro zag? Zou het kunnen dat de Messias' wedergeboorte plaats ging vinden in het Utrechtse stadje U.? Dat zou best kunnen, tenslotte is U. een bekende landingsplaats voor aliens en aangezien de Goden kosmonauten waren...

(Ik zal het nooit weten, want even verderop was er gelukkig nog wel een café open, alwaar we een biertje hebben gedronken. Daarna fluks naar huis en slapen, want ik moest de volgende ochtend werken.)



Er is nog meer archief! Joepie!




[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]

Bezoekers
zeggen:


Testimonial
"Als verzekeringsadviseur kom ik graag bij de mensen thuis - behalve als het om het huis van die Oxysept gaat, dan. Nou ja, 'huis' kun je het niet eens noemen: hij bewoont twee kamers in een uitgeleefd studentenhuis, waar vreemd genoeg helemaal geen studenten wonen. Vorig jaar liet hij me al langskomen omdat hij een verzekering wilde afsluiten tegen de zinloosheid van het leven, en nu had hij weer iets vreemds. Hij wilde een verhoging van zijn WA-verzekering, omdat hij sinds kort regelmatig op straat golfde 'met wat gabbers en een ijzeren acht, in het Rotterdamse stadje R,' zoals hij zei, 'en voor je het weet raak ik een kunstenaar, of, nog erger, een nieuwe auto!'

Terwijl ik hem probeerde uit te leggen dat de premie bij deze risico's hoger zou worden dan zijn jaarinkomen, zag ik een muis achter de koelkast vandaan komen, die zich op een restje chinees naast de verwarming stortte. 'Zelfs de ranzigheid is hier verzekerd,' zei Oxysept. Volgens mij maakte hij een woordgrapje, dus ik lachte maar wat, als een verzekeringsadviseur met kiespijn. Daarna ben ik weggegaan en heb bij mijn baas een overplaatsing aangevraagd naar een ander rayon."

-- Henk-Jan Gruters (38), verzekeringsadviseur en praktiserend heteroseksueel



Testimonial
"Nou, en toen we weer een uurtje internetles kregen, liet ik onze juf de website van mijn neefje zien. 'Hop weer onbelanggrijke dingentoen kom ik smiddags thuis licht de tor op zijn kop in mijn kamer ik pak 2 papietjes en hopsakee zo vanuit het balkon naar benen gemieterd niet zo lief van me bendenk ik me opeens en tok hoor ik,' las ze voor.
'Goed he?' zei ik tegen de juf, 'Dat maakt-ie allemaal zelf!'
Nou, en toen liep ze helemaal rood aan en begon ze te schreeuwen: Ik wil niet meer dat je daar naar kijkt en zo leren jullie allemaal verkeerd spellen en dit en dat! Nou, en toen zei ze ook nog: Kijk eens bij weeweewee maarwatishet punt com, daar staan mooie verhalen voor alle leeftijden, en ik heb er nog nooit een taalfout kunnen ontdekken. Nou, en toen ging ik daar dus maar kijken maar ik begreep er niet veel van en ik vond het eigenlijk best wel stom allemaal. Nou, en toen vond ik er ineens dit plaatje, en ik vroeg aan de juf, juf wat is dat, schaamlipverkleining? Nou, en toen mocht ik maarwatishet.com ook al niet meer bezoeken. Best wel stom allemaal, eigenlijk."

-- Kim van Velthoven (15), middelbare scholier



Testimonial
"...en ook voor onze beroepsgroep wordt internet steeds belangrijker. Ik haal er veel informatie vanaf over de nieuwste zienswijzen en therapieën uit Duitsland, de bakermat van de schreeuwtherapie. Toen ik onlangs 'schreeuwen' intypte bij lycos.nl, kwam ik bij [ Maar wat is het? ] terecht. De teksten die ik daar las raakten mij diep in mijn gevoel, maar volgens mij moet die jongen zich eens wat directer uiten, in plaats van alles achteraf op te schrijven. Dan had hij ook nooit RSI gekregen. Dus daarom zeg ik: Schreeuw je frustraties eruit! Schreeuwen moet, altijd en overal. Ik schreeuw zelfs als ik klaarkom. Lekker toch? Men heeft het altijd wel over de softe sector, maar ook daar houden we van harde seks, hoor. Hoewel er van dat laatste helaas weinig meer komt... Mijn vriend, Auke, heeft mij onlangs verlaten, nadat we een knallende ruzie hadden gehad over mijn gedrag tijdens een door hem georganiseerd stilteweekend. Het duurt nog wel even voor de pijn van die breuk geheeld is, maar de verhalen bij [ Maar wat is het? ] bieden mij troost en acceptatie in moeilijke tijden."

-- Oeke Schaafsma (43), schreeuwtherapeut



Testimonial
"...de hele dag halfnaakte mensen op je behandeltafel hebt liggen, zie je natuurlijk de raarste dingen. Niemand is toch perfect? Maar die Oxysept was wel een heel vreemd geval. Ik zag het pas bij de tweede behandeling, toen hij op zijn rug lag: hij had een enorme hoeveelheid moedervlekken, die samen in gotische letters onderaan zijn buik de woorden 'Thug Life' vormden. Volgens Oxysept was dat een spontane fysieke manifestatie van zijn spirituele wens een neger te zijn. En toen ik mijn handen op zijn billen zette om zijn onderrug los te masseren, riep hij steeds: 'Who's your daddy? Who's your daddy?' Hij woont hier vlakbij mijn praktijk - laatst zag ik hem een plaatsnaambord met 'West-Compton' aan het begin van de straat in de grond timmeren. Nou ja, zijn geest kan ik niet behandelen, denk ik dan maar."

-- Carla Castelein-Kolfschoten (57), masseuse en hamsterfokker (op haar hoofd)



Testimonial
"Terug in Nederland (na mijn reis door Japan) mis ik elke dag het genot om via mijn I-mode telefoon het hele Japanse Internet te lezen. Gelukkig heb ik op kantoor een 11 Mbit draadloos netwerk van Lucent, waarmee ik lekker snel en slechts met de aanraking van een vinger op mijn supergrote LCD-scherm kan surfen. Ook naar [ Maar wat is het? ], ja. Best leuk hoor, wat die Oxysept daar allemaal doet, maar zonder investeerders blijft het natuurlijk allemaal gerommel in de marge. Ik zou best wel wat venture capital in maarwatishet.com willen stoppen, want die site heeft ontegenzeggelijk de potentie om IPO te gaan, maar Oxysept wil niet meer met mij praten sinds ik vorig jaar als zesde eindigde in de top honderd van Internet Hotshots en hijzelf als duizendzesde, net achter de broer van Peter Olsthoorn. Die trouwens niks met Internet doet maar een goedlopende shoarma-zaak drijft in de binnenstad - kun je nagaan. Nou ja, dat ik duizend plaatsen hoger eindigde dan Oxysept is ook niet zo verwonderlijk, want die testimonials van hem zijn lang niet zo leuk als de mijne! Behalve deze dan, natuurlijk. Ho, mijn Psion geeft aan dat mijn magnetron ontploft; ik moet nu stoppen!"

- Vincent Everts (41), E-vangelist



Testimonial
"Het is momenteel erg hip om te zeggen dat e-commerce nooit groot gaat worden. Nou, mensen die dat beweren hebben geen verstand van Internet, dat durf ik best te zeggen. Met mijn bedrijf E-lastic ga ik dan ook het tegendeel bewijzen: er zit meer rek in e-commerce dan menigeen denkt. Wat we precies voor idee hebben, mag ik helaas nog niet zeggen van mijn investeerders. Het heeft in ieder geval te maken met het opzetten van een gepersonaliseerde virtuele marktplaats op het snijvlak tussen business en consumer. We spelen nog met wat ideetjes voor een naam van dit concept, maar waarschijnlijk gaat het 'Winkelplaza' heten. Er is al vier miljoen gulden in geïnvesteerd, en bij de volgende investeringsronde hopen we nog eens tien miljoen op te halen.

Oh ja, we zoeken ook nog iemand die voor ons een domeinnaam aan kan vragen en een website kan bouwen, liefst zo een waarbij je aan de linkerkant een menu hebt met dingen waar je op kan klikken, en dat er dan rechts in het scherm iets verandert. En natuurlijk met een plaatje van zo'n geinig winkelwagentje erbij! "

- Henk Manders (32), Directeur E-lastic.nl



Testimonial
"Mijn broer Jos zei vorig jaar tegen mij: 'Wedden dat sites met goede content groot gaan worden?' Zelf schreef hij toentertijd columns voor het weekblad Privé, en die stukjes wilde ik graag op de website van World Online zetten, maar dat mocht niet van Privé. Na een mislukte poging om dan maar het hele blad op te kopen en te sluiten, kwam ik terecht bij [ Maar wat is het? ]. Helaas wilde Oxysept alleen met mij in zee als hij thuis kon werken. 'Freedom of movement', noemde hij dat. Toen ik zei dat dat niet mogelijk was en dat hij gewoon een bureau onder een TL-buis op onze helpdesk zou krijgen, begon hij te bibberen over zijn hele lichaam en liep weg uit de onderhandelingen. Let op mijn woorden: op een dag gaat [ Maar wat is het? ] nog eens failliet door die onprofessionele directeur van ze."

- Nina Brink (53), ex-bestuursvoorzitter World Online



Testimonial
"Gemiddeld ben ik 44% van mijn tijd onderweg. Om toch bij te kunnen blijven surf ik via mijn mobiele telefoon het hele Internet af. En als ik dan even genoeg heb van al die beurskoersen en beleggersinformatie ga ik altijd naar [ Maar wat is het? ]. Die website is bijna nog leuker dan die van mijn zoon!
Het spreekt vanzelf dat mijn bedrijf Newconomy graag in dit soort initiatieven investeert, daarom heb ik de maker benaderd met de vraag of hij misschien niet een samenwerking wilde opzetten om verkiezingsprognoses via [ Maar wat is het? ] te gaan verspreiden. 'Bel me maar op m'n nul zes!' mailde hij terug. Blijkt dat hij helemaal geen mobiele telefoon heeft! Kijk, het is om dat soort humor dat ik zo graag die site bezoek."

- Maurice de Hond (52), Chief Executive Officer Newconomy



Testimonial
"...en na talloze conflicten met de Philips-top over de invoering van een nieuw type semafoon ben ik daar maar weggegaan. Nu ben ik hoogleraar en elk college vertel ik mijn studenten dat e-commerce groot gaat worden. Maar dan gaat er altijd wel weer zo'n vingertje de lucht in en begint er een of andere langharige vlerk te zeuren: 'Maar meneer Pieper, ik heb laatst bij [ Maar wat is het? ] gelezen dat e-commerce uit is!'
God, wat haat ik die site. Van mijn 0,1 fte ben ik toch zeker 0,09 fte bezig om de vuige laster die [ Maar wat is het? ] verspreidt te ontzenuwen. Maarwatishet.com verpest het gewoon voor alle andere dot-commers! Ik ga er dan ook alles aan doen om te zorgen dat hun beursgang volgend jaar een compleet fiasco wordt, en ik heb invloedrijke connecties die me daarbij helpen. Een machtig beest heeft tenslotte vele hoornen."

- Roel Pieper (43), hoogleraar e-commerce aan de Universiteit Twente



Testimonial
"...die muziek wat zachter! Follow the leader, zeggen Eric B. and Rakim dan wel, maar ik doe gewoon mijn eigen ding, weet je. Ik werk hard en koop dure spullen, want met kwaliteit krijg je respect. En daarom zeg ik: fuck al die weak shit op de rest van het web: [ Maar wat is het? ] is gewoon vet, begrijp je wat ik zeg? Die gasten krijgen respect van mij. En ik krijg weer respect als ik hun belastingformulieren goed heb ingevuld. Luister naar wat ik je zeg, man: het draait allemaal om R.E.S.P.E.C.T."

- R.D. (31), registeraccountant



Testimonial
"...lang was het leeg, maar [ Maar wat is het? ] heeft voor mij nu eindelijk het gat gevuld dat het verdwijnen van 'Lieve Mona' achterliet. Een bezoek aan [ Maar wat is het? ] heeft voor mij een duidelijk therapeutische meerwaarde. Eindelijk het gevoel dat er naar de lezer toe wat gedaan wordt qua Internetgebeuren. Als cam-meisje in een wereld vol onzekerheden biedt de column van Lex me de nodige houvast. Lex is mijn spreekwoordelijke zure appel. 't Is even kut, maar daarna is alles beter."

- Corrie (27), cameravrouw



Testimonial
"Kinderporno op het net? Been there, seen it, done that. Nee, geef mij maar de hard rulende content van [ Maar wat is het? ], die is smeuïg als Olvarit! Zo jong als ik ben heb ik dankzij deze site reeds geleerd dat het leven niet veel beter wordt dan het nu is; waarschijnlijk zelfs alleen nog maar slechter. Deze kennis geeft mij en passant een gigantische intellectuele voorsprong op mijn leeftijdsgenootjes met hun hopeloos ouderwetse Playmobil-browsers. Trouwens, wist u dat crèche rijmt op cache?"

- Kleine Tim (1), moderator alt.binaries. erotica.children



Testimonial
"Dat [ Maar wat is het? ] is gewoon net iets minder kut dan de rest! Daarom kom ik er wel eens... Waar is m'n bier?"

- Zero (28), striptekenaar en part-time levensgenieter



Testimonial
"...dus ik durf nu wel te stellen dat het Internet met de verschijning van bèta-versie 6.0 zo goed als af is. En eigenlijk zijn er maar twee sites die de grote shake-out overleefd hebben: Dick $nor productions en [ Maar wat is het? ]. Dick $nor is voor mij een soort voorportaal van de hemel, en [ Maar wat is het? ] levert mij met z'n talloze messcherpe observaties en nieuwsberichten precies die gespreksstof op die ik nodig heb. Want als er weer eens een dame met een Gouden Onderstel™ bij me op bezoek is en de conversatie even stil dreigt te vallen dan vertel ik gewoon een anekdote die ik bij [ Maar wat is het? ] heb gelezen. Het effect is meestal verbluffend. [ Maar wat is het? ] is dus niet alleen een e-zine, maar ook een aphrodysiacum!"

- Jeroen Bosch (33), kolonel



Testimonial
"...toen ik ontdekte dat ik de meeste industriële geheimen zo van [ Maar wat is het? ] kon overnemen, groeide mijn productiviteit aanzienlijk. Waar ik nu nog de meeste tijd aan kwijt ben is voor mijn afnemers te verhullen dat ze dat zelf ook allemaal op het Internet kunnen vinden. Ja, deze site heeft zeker een nieuwe impuls aan mijn carrière gegeven!"

- Philbert de Zwart (26), bedrijfsspion



Testimonial
"En dan val je na dertig jaar directeurschap in een diep, diep gat. Kreeg toen van één van mijn ex-patiënten een PC met Internet, en dat heeft mij er weer helemaal bovenop geholpen. Begin iedere ochtend met een kollumpje van Lex Goudsmit, die ik binnenkort op de eerste [ Maar wat is het? ]-dagtrip (met korte verkooponderbreking) hoop te ontmoeten. De rest van de ochtend houd ik mij bezig met het beoordelen van de langs mijn raam voorbij trekkende schoolmeiskes. Dit met het oog op de Gouden Onderstel-trofee™."

- Marc van Wely (71), voormalig directeur TBS-kliniek Heb ik dat te Bloemendaal



Testimonial
"...een gratis column? Nee, daar begin ik niet aan. Elk woord is een gulden, eigenlijk. Maar om Lex Goudsmit nou de hele boel in z'n eentje vol te laten schrijven... Vandaar dus toch drie regeltjes voor nop van uw toegenegen"

- Jan Rot (41), rocker in Holland



Testimonial
"... dus ik volg de ontwikkelingen op het Internet eigenlijk al vanaf het prille begin. Toen sites als amazon.com en cdnow.com opkwamen besefte ik meteen dat de mogelijkheden van e-commerce ongekend waren en dat Internet de hele wereld zou gaan veranderen in een virtuele marktplaats. Met alle handige tips die ik bij [ Maar wat is het? ] las heb ik een goede site kunnen bouwen waar ik nu verschillende producten verkoop. Voornamelijk kroketten en frikadellen. Over drie jaar verwacht ik het breakeven point te bereiken."

- Gerard v/d Werff (27), eigenaar Snackbar De Bierpul



Testimonial
"...als ik niet op tijd had ingezien dat [ Maar wat is het? ] de beste economische en financiële graadmeter is, had ik nooit geleerd om als de echte androgyne manager die ik zo graag wil zijn op de juiste momenten met mijn vuist op tafel te slaan! Ik weet zeker dat ik dan nooit het zelfvertrouwen had gehad me zo te profileren! Deze boude uitspraken durf ik omwille van [ Maar wat is het? ] gewoon te doen. Eigenlijk durf ik nu gewoon alles te doen! [ Maar wat is het? ]: bedankt!"

- Remko Mantel (26), young executive professional bij TNT



Testimonial
"... [ Aber wass ist es? ]: Wunderschöner website, knapp hundert Textseiten, und ja, es ist ein toppertje! Der Ich-Erzähler Oxysept, an die 30, kultiviert und affengeil, ist vielleicht teilweise ein Alter Ego des Autors; Spannung entsteht von der homepage an durch die Frage, ob dieser Erzähler selber der Mörder ist. Oxysept glänzt hier als gleichzeitig moralischer und ironischer Erzähler. [ Aber wass ist es? ] hat etwas von einem Theaterstück an sich; eine Verfilmung kann ich mir jedoch nur schwer vorstellen; es ist ein feines klassizistisches Kabinettstückchen von einem literarischen website."

- Derrick (67), rechercheur in ruste



Testimonial
"...en waneer het zo slecht met me gaat dat ik er geen gat meer in zie dan kom ik altijd even naar [ Maar wat is het? ]. Daar kijk ik dan wat voor vreselijke mensen Oxysept nu weer ontmoet heeft en dat geeft mij meestal weer het gevoel dat ik toch nog een echt mens ben. [ Maar wat is het? ] is eigenlijk mijn Mr Hyde."

- Scalpel (23), auteur Bouquetreeks afl. 99 t/m 144 en afl. 200 (de jubileumaflevering!)



Testimonial
"...als ik tijdens het draaien van al die fonkie koele tjoens op Radio de Zwarte Panter een beetje in de war geraak, druk ik steevast op die verguisde back-button van mijn illegale Opera-browser en dan lees ik zo'n column van Lex Goudsmit. In deze tijden van snel-sneller-snelst is Ome Lex mijn rots in de woelige branding, en daarbij: hij heeft zelfs een baard! En dat alles kost bij [ Maar wat is het? ] helemaal nix, zelfs nie een duppie."

- Olaf Molenveld (26), DJ Radio de Zwarte Panter



Testimonial
"...maar het vervelendste vind ik wel dat ik in het Big Brother-huis niet kan Internetten. Sex, mijn motor, zuipen met mijn vrienden: ik kan het allemaal prima missen, maar honderd dagen zonder [ Maar wat is het? ] gaat echt niet. Ik begrijp dan wel niet alles van wat er in [ Maar wat is het? ] staat, maar het is tenminste in het Nederlands en dat leest toch wat makkelijker weg dan die Hamlet die ik hier bij me heb. (Alleen maar om indruk te maken op de tjiks hoor, maar het werkt wel zoals u heeft kunnen zien.) Nu moet ik stoppen met schrijven, want Sabine wil met mij naar het kippenhok!"

- Bart (23), bewoner Big Brother-huis



Testimonial
"...en kort daarna stuitte mijn browser op [ Maar wat is het? ]. Ik zag direct welke mogelijkheden deze site in zich had en heb alle rechten ervan opgekocht voor mijn eigen site (natuurlijk met behoud van volledige artistieke vrijheid van de samensteller). Al snel kreeg ik een bod op [ Maar wat is het? ] van de Technische Universiteit Eindhoven dat ik niet kon weigeren. De TUE gebruikt de site nu voor wetenschappelijk onderzoek naar male bonding via the Internet. En van de winst heb ik zeven aandelen Endemol gekocht."

- Vincent Kops Hagedoorn (19), vrije jongen (voorheen zijdelings werkzaam in de horeca)



Testimonial
"Namens Het Doordraavende Paard kunnen wij dit zeggen: [ Maar wat is het? ] is een veel mooiere site dan de onze en er valt nog meer te beleven ook! Wij kijken hier elke week met veel afgunst naar. Waar halen ze de tijd vandaan om zo druk met het eigen leven in de weer te zijn?
In september beginnen wij weer met onze dagelijkse recensie van Goede Tijden Slechte Tijden. Komt allen!"

- Bodil (3,5), de mascotte van Het Paard



Testimonial
"...dus daarom gebruik ik het Internet voornamelijk professioneel. Bij [ Maar wat is het? ] doe ik veel ideeën over mijn vakgebied op. Wat deze site duidelijk maakt is dat het levensgevaarlijk is als twee zieke geesten zulke krachtige communicatiemiddelen tot hun beschikking krijgen. Schokkend ja, maar we mogen als maatschappij onze ogen daar niet voor sluiten vind ik. Wist u overigens dat Danny de Munck een volle neef van mij is?"

- Timo Besselink (31), rector op een Rijksscholengemeenschap



Testimonial
"...eigenlijk kom ik hier dus alleen maar omdat mijn browser (zo heet dat ding toch?) steeds met deze pagina opstart. Ik weet ook niet hoe ik dat moet veranderen, ik ben elke ochtend al blij als ik überhaupt mijn computer aan krijg! En als die leuke jongen van de postkamer voorbij loopt natuurlijk, hihihi!"

- Ilse Postma (23), commercieel medewerkster



Testimonial
"In de jungle hadden we geen Internet. Djiess, wat heb ik een shit meegemaakt daar man, niet lekker weet je. Maar toen ik naar Holland kwam moest ik toch contact houden met het front. Nou, da's nu toch wel gemakkelijker dan toen in Vietnam hoor, tering nou. Ik bedoel, we melen tegenwoordig de ammo-lists gewoon door, hehehe. En de financiers kennen we hiero veel gemakkelijker spreken dus. Maarreu, toen ik wat 2e handse AK-47's zocht, kwam ik meteen bij [ Maar wat is het? ] terecht. Ik begrijp er nog steeds nix van! Maar ik moet er wel om lachen man. Oh ja, wat ik nog zeggen wou over die kritieke noten in de media lately: die lap ik aan m'n spreekwoordelijke aars!"

- Bennie Boutebruns (36), prof. militair en vrijheidsstrijder



Testimonial
"Toen ik onlangs vernam dat [ Maar wat is het? ] in het Utrechtse stadje U. huisde, in plaats van in het door mij en de rest van Nederland zo verafschuwde lichtstadje E. in Brabonië, sprong mijn hart hoog op in mij. Jippie! Dat wil zeggen dat ik, door gewoon mijn ding te doen in de stad, eenvoudig een plaatsje kan krijgen in de avonturen, columns en series. En, ook niet geheel onbelangrijk, dat [ Maar wat is het? ] een fikse kans heeft om in alt0169 te verschijnen in de verhalen van De Ingenieur. En dat is niet onleuk, dames en heren!"

- De Ingenieur (31), nieuwsgenerator



Testimonial
"... daar ontkom je gewoon niet aan. Echt Internetnieuws is schaars en nieuws van concurrende e-zines overnemen is daarom onvermijdelijk, vooral in de komkommertijd. Online nieuwsdiensten staan elkaar naar het leven om een scoop. Gelukkig vormt [ Maar wat is het? ] een prettige uitzondering. Daar kun je altijd met goed fatsoen een berichtje van overnemen. Altijd leuke onderwerpen en nooit te beroerd om je te attenderen op foutjes die zijn ontstaan bij de bewerking. Leuke jongens, daar op de redactie. Daarom lees ik voordat ik aan de slag ga, altijd eerst even [ Maar wat is het? ]"

- Wubbe Telink (29), hoofdredacteur NetWeb Online