[ Area 52 ]


Ook de op zijn kant liggende schotel werd door R. gefotografeerd. Oxysept haalde intussen een sterk touw uit zijn rugzak en bond het om zijn middel. Toen R. klaar was met fotograferen pakte hij het uiteinde van het touw en hield dat stevig vast, terwijl Oxysept zich voorzichtig naar beneden liet glijden, de krater in. Na enige meters stond hij beneden, en zijn oog viel meteen op een berg zand, waar een stroompje water achter vandaan kwam en in het stroompje lag... Was het echt waar? Lag daar?

Oxysept geloofde zijn ogen niet, kneep heel hard in zijn arm, riep 'Au! Kut!' en keek nog 'ns. De rillingen liepen over zijn rug en even kreeg hij een flashback naar het moment dat hij als elfjarig jongetje E.T. the Extra-Terrestrial zag in de bioscoop. Want daar lag onmiskenbaar een BUITENAARDS WEZEN!

EEN BUITENAARDS WEZEN!

Hij leek halfdood te zijn. Er zat geen beweging in en hij reageerde ook niet op de Sultana (met stukjes fruit ook nog) die Oxysept hem aanbood. Oxysept raakte in paniek, het zou toch niet zo zijn dat hij de eerste alien in het Utrechtse stadje U. had gevonden, maar dat dat meteen een dode alien was? Hij voelde eens aan de halsslagader van het schepsel en bemerkte gelukkig nog een vaag kloppen.

Man, leef je nog? Zeg dan wat!

Naast de alien lag een soort van buzzer from Mars. Een felrood apparaatje, waarop in een terminalfont slechts één woord te lezen viel. Het knipperde.

Koffie, kon Oxysept lezen nadat hij het zand van de buzzer had geveegd. 'Hij heeft koffie nodig, natuurlijk!' riep Oxysept tegen R., die inmiddels al een paar mooie plaatjes had geschoten vanaf de rand van de krater.

Dit verhaal escaleert uit de hand!