[ Modern toerisme ]



Beter dan uw reisbureau:


Eerste brief uit Barcelona

Tweede brief uit Barcelona

Derde brief uit Barcelona

Vierde brief uit Barcelona


En binnenkort:


Vijfde brief uit Barcelona

Zesde brief uit Barcelona



Derde brief uit Barcelona
woensdagnacht, 14 juni 2001

Als je een rat loslaat uit zijn kooi en hem de wijde, vrije rioolbuis instuurt, zou hij dan ongelukkig worden omdat daar geen tredmolen is waarin hij urenlang gedachteloos zijn rondjes kan draaien?

Wat ik met bovenstaande - overigens bijzonder armoedig geformuleerde - hypothese bedoel is mij ook niet helemaal duidelijk. Ik vond deze stelling op de laatste bladzijde van mijn Bugs Bunny-opschrijfboekje, hetgeen moet betekenen dat ik hem vandaag heb opgeschreven, waarschijnlijk in de veronderstelling verkerend dat het hier een geniale inval betrof, maar dat blijkt nu nogal tegen te vallen. (Iemand vertelde mij ooit dat je pas van een geniale inval kunt spreken als er een groep agenten met een gemiddeld intelligentiequotiënt van boven de honderdtachtig je woning binnenstormt.)

Een van de meest opmerkelijke van alle aspecten die kleven aan het fenomeen vakantie is dat de gangers zich anders denken te gaan moeten gedragen dan in hun 'normale leven'. Zo bestaan er bijvoorbeeld mensen die in hun 'normale leven' nog nooit seks hebben gehad ('geneukt hebben'), maar toch met een wanhopig soort van optimisme elke vakantie een voorraad condooms meenemen waarmee een heel Afrikaans land tot vier generaties lang gegarandeerd vrij van Aids en andere vreemde smetten kan worden gemaakt. God sta me bij - ik stel me voor hoe ze, als de vakantie is afgelopen ('de batterij is opgeladen'), bij thuiskomst de voor het zoveelste jaar onaangebroken pakjes aantreffen bij het uitpakken van de naar ongewassen onderbroeken stinkende vakantietas. Deze gedachte is van een bijkans gekmakende treurigheid, en zo heb ik er iedere dag vele, meelevende lezer. Dat ik telkenmale weer de kracht vind om mijn bed uit te komen, er ook nog in slaag voor sluitingstijd bij de bakker te arriveren en daar zonder te huilen mijn bestelling te doen mag dan ook een wonder heten, hoewel ik de omschrijving 'zelfdiscipline' in dit geval prefereer.

Hoe weet de schrijver dit toch allemaal? en ook: Hoe lang al? zult u zich nu afvragen. Welnu, reeds op mijn veertiende deed ik dit soort scherpe levensinzichten op, tijdens een kampeervakantie met vrienden, die, hoewel net als ik nog onder de pukkels en tevens last hebbende van allerlei andere puberperikelen, met een hoeveelheid preservatieven over de camping zeulden alsof ze een goedlopende groothandel in schapendarmen bezaten naast de campingwinkel en die dagelijks dienden te bevoorraden. Ikzelf wist op die vakantie overigens nog niet eens waar condooms voor dienden; toentertijd speelde ik liever met Lego dan met meisjes (ik ben - en dit mag gerust een ontboezeming heten, maar kom, we zijn nu toch beland in een staaltje bekentenisliteratuur van heb-ik-jou-daar - op diverse gebieden een laatbloeier) en had nog nergens schaamhaar, zelfs niet in het kruis.

Maken wij thans een sprong van vijftien jaar en komen uit bij een andere, meeromvattende vorm van ranzigheid. Door de nimmer aflatende warmte en de anderhalf miljoen mensen die hier op een kluitje wonen, hangt er in deze stad een geur die mij een beetje doet denken aan mijn jeugd op de boerderij. Een vaag aroma van gras, vermengd met een veel duidelijker aroma van de gierput, waaruit ik ooit op heldhaftige wijze onze kater Dikke Jan van de verdrinkingsdood heb weten te redden door plat op mijn buik op de rand te gaan liggen, mijn kinderarmpje zo ver mogelijk uit te strekken en hem stevig bij zijn nekvel te grijpen. Niet dat hij mij daar trouwens dankbaar voor was, de druifluis, tijdens het douchen en föhnen, noodzakelijk om hem weer enigszins toonbaar en ruikbaar te maken, spartelde hij tegen als een goudvis op het droge en krabde bovendien mijn arm open. Ik voelde mij, kortom, als een hulpverlener, al formuleerde ik dat toen waarschijnlijk nog niet op die wijze.

Na een bezoekje te hebben gebracht aan stadion Nou Camp - of Camp Nou, zoals sommigen zeggen -, waar R. in extase raakte toen hij een voetbalplaatje van Faas Wilkes aantrof in een van de honderden vitrines en ik een beetje weemoedig werd van de foto's van een jonge, krachtige Cruijff, zijn we vanmiddag onze passe-partouts voor het Sonar-festival gaan ophalen in het Centre de Cultura Contemporània de Barcelona, ofwel het Museum voor Hedendaagse Kunst. De uitreiking vond plaats in een oude vleugel van het museum, waar iedereen netjes in de rij moest gaan staan op een galerij gelegen op de eerste verdieping, vanwaar men een mooi uitzicht had op de door de Spaanse Jan des Bouvrie in middeleeuwse stijl ingerichte, open binnenplaats. Aangezien wij niet zomaar een paar plebs-partouts hadden besteld, maar echte professionele pretpasjes (à fl. 238,- per stuk) op naam van onze lege BV Expansions (tevens een betrouwbaar adres voor al uw tweedehands auto's), stonden we tussen allerlei mensen die van hun beroep hip waren en in die hoedanigheid erg hun best deden blasé over te komen. Niets doet ons nog iets en wij staan boven de wet, leek hun levensmotto, en daar werd ik nogal onrustig van - ik sta liever op een galerij met mensen die hun levensmotto uit het boek Prediker halen.

'De hele boel gaat hier zometeen nog instorten onder al deze verzamelde hipheid,' fluisterde ik angstig tegen T., die net een pilaar aan het filmen was en dit zo geconcentreerd deed dat hij mij niet eens hoorde. Maar het was niet louter de galerij waar ik me zorgen over maakte, nee, de mensen hier liepen zo ver voor op de tijdgeest dat ik bang was dat het hele universum weldra uit elkaar zou knallen. Dat zou dan wel meteen een andere prangende kwestie oplossen: ik vroeg me af of ik straks bij de balie niet naar huis gestuurd zou worden omdat ik maar een eenvoudige Hollandse boerenzoon was in plaats van een vinylspinnende neger uit Detroit.

Misschien dat ik mijn minderwaardigheidscomplex wat kon vereenvoudigen door mij al deze persmensen, muziekmakers en boekingsagenten naakt voor te stellen? Dan zagen ze er al een stuk belachelijker uit, een beetje zoals in Any Body, mijn favoriete onderdeel uit de Viva, geachte lezeres. Het is dat ik celibatair leef en ook nog eens geen partner heb, anders had ik me allang voor die rubriek opgegeven en had mijn vriendin deskundig commentaar kunnen geven bij een naaktstudie van mijn welvingen in stemmig zwart-wit. (We kennen elkaar nu ruim een jaar en vrijen zo'n negentien keer per week. Veel vaker dan met mijn vorige vriend, ja, maar Robert is dan ook niet met hem te vergelijken. Met geen enkele van mijn exen eigenlijk. Hij is knap, onweerstaanbaar grappig, intelligent, verlegen op een charmante manier, gevoelig en toch mannelijk. Eigenlijk is en kan hij alles; hij is een echt renaissance-mens - niet voor niets noem ik hem ook wel de Leonardo da Vinci van de Rivierenwijk. En de seks met hem is elke keer anders. Ik heb hoeken van mijn slaapkamer gezien waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden! Mijn favoriete lichaamsdeel... Moeilijk, eigenlijk is alles aan hem even mooi. Als ik dan toch moet kiezen zeg ik: zijn penis.)

De nachtportier van Hotel Moderno begint ons inmiddels te herkennen, hij noemt mij Pistolero Original (in het Nederlands: Original Gangster) en die vorm van respect bevalt mij uitstekend. Ik moet u nog vertellen over 's mans voorliefde voor buitenproportionele dildo's. Toegegeven, hierin heb ik misschien lichtelijk overdreven, maar dat was allemaal voor de goede zaak, namelijk het vasthouden van uw aandacht tot ver in de derde brief. Toch was deze opmerking niet geheel gelogen: op onze eerste avond hier ter stede namelijk, toen we terugkwamen van dit of dat, lag de nachtportier op zijn ongetwijfeld bevlekte matras achter de balie naar een pornofilm te kijken. Op een minuscuul zwart-wittoestel verdween een enorme dildo in een blote mevrouw. De portier deed niet de moeite om gauw-gauw te zappen, maar gaf ons de sleutel en keek met een geroutineerde kennersblik weer verder naar het vlezige vermaak. Ik wilde een grappige opmerking plaatsen, zeg maar gerust een kwinkslag (niet voor niets noemt men mij ook wel de Seth Gaaikema van de Rivierenwijk), maar wist niet zo snel wat Van Gewest Tot Gewest in het Spaans was en het woordenboek van R. lag helaas nog op onze hotelkamer, dus moest ik onverrichterzake doorlopen.

Wakkere lezer, ik ben aan het eind van het papier en hic et nunc ook aan het eind van mijn Latijn gekomen. De rest van de dag zal ik daarom bondig voor u samenvatten: we hebben van lieve en vriendelijke meisjes onze pasjes gekregen, de galerij is niet ingestort en het universum bestaat nog steeds. Nu wordt het zoetjesaan tijd om te gaan slapen, maar eerst ga ik mijn tanden poetsen met Parodontax en R. een slapeloze nacht bezorgen door hem te vragen of hij weet wat Viva in het Spaans is.

Houd moed, en mocht het allemaal niet zo lukken op kantoor of in het atelier: geen nood, morgen bied ik u wederom troostende woorden.





[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]