[ Modern toerisme ]



Beter dan uw reisbureau:


Eerste brief uit Barcelona

Tweede brief uit Barcelona

Derde brief uit Barcelona

Vierde brief uit Barcelona


En binnenkort:


Vijfde brief uit Barcelona

Zesde brief uit Barcelona



Vierde brief uit Barcelona
donderdagnacht, 15 juni 2001

Maakt u zich geen zorgen als de inhoud van deze brief niet helemaal duidelijk overkomt - ik schrijf dit vierde bericht omtrent mijn wederwaardigheden in Barcelona namelijk met oordopjes in mijn oren.

Zoals u, trouwe lezer van mijn werk, ongetwijfeld weet, zijn mijn oren enige jaren geleden lichtelijk beschadigd geraakt tijdens een concert van The Jon Spencer Blues Explosion, en sindsdien zie ik mij af en toe genoodzaakt ze te beschermen tegen al te harde bassen, zoals die bijvoorbeeld vandaag te horen waren op deze eerste dag van het Sonar-festival. Volgens mij heb ik dit al eens eerder ergens geschreven, maar bij gebrek aan beter is citeren uit eigen werk hier even nodig: een concert bezoeken met oordopjes in is een beetje als autorijden met de handrem erop of seks hebben met een condoom (ik heb liever seks met een meisje dan met een condoom). Je voelt maar de helft, dat is kort en goed wat ik wil zeggen. Als gevoelsmens ga ik daarom regelmatig met onbeschermde oren op pad, en daarbij rook en drink ik ook nog. Ik zal vroeg en doof sterven, maar daar heb ik het dan ook zelf naar gemaakt.

Over opgewektheid gesproken: de koffie die hier in de restaurants en cafés wordt geschonken, wordt blijkbaar gemaakt van heilige koffiebonen, want hij is van een bijkans goddelijk niveau. Heet, sterk en wat betreft smaak en geur een bezoek aan het Hof van Eden. De drank lijkt uit dezelfde espresso-apparaten te komen als die in de Nederlandse horeca worden gebruikt, hetgeen mij nogal verwondert, want waarom smaakt de koffie in Nederlandse cafés dan steevast naar afgewerkte olie die een dag in de koelkast heeft gestaan?

Zo kwam ik ooit regelmatig in café B. in het Utrechtse stadje U., voornamelijk vanwege de ruim opgezette leestafel aldaar, een leestafel vol met kranten en tijdschriften voor intellectuelen zoals u en ik. Elke bioloog die regelmatig tot aan zijn liezen in een modderpoel staat om lichtgevende stekelbaarsjes te vangen zal het met mij eens moeten zijn dat de kwalificatie 'slootwater' nog een veel te complimenteuze benaming is voor wat ik in die uitspanning van de rabiaat apathische bediening onder de noemer 'koffie' geserveerd kreeg. Dat wil zeggen, als ik het personeel überhaupt kon overhalen zich te verwaardigen tot het opnemen van mijn bestelling, want de ongeïnteresseerdheid hing bijna fysiek zichtbaar boven hun hoofden, zoals feromonen boven het mijne op de eerste warme dag van het jaar (bloesjesdag).

Nu ben ik als jongen van het platteland nogal naïef, maar de eerste keer dat ik café B. met een bezoek vereerde dacht ik serieus dat ik per ongeluk in een zaaltje van de toneelschool was beland, waar eerstejaars studenten in de rol van ober leerden hoe stil spel geacteerd diende te worden, en waar 'gewone mensen' figureerden in de rol van clientèle om daarna een fles slechte wijn in een doos als beloning naar huis mede te nemen. U zult begrijpen, koffie- en aandachtminnende lezer, dat ik na enige weken besloot mijn heil te zoeken bij de tapasbar (!) aan de overkant, waar een buitengewoon knap en ook nog eens lief glimlachend meisje zich een stuk gedienstiger opstelde en zelfs het leesvoer aantrekkelijker gepresenteerd werd. (De koffie was er helaas wederom - en vergeeft u mij deze volkse uitdrukking, fijnbesnaarde lezer - niet te zuipen.)

Waarom zevert de schrijver hier toch zo over door? zult u zich afvragen. Welnu, de kwestie is deze: mijn gehele persoonlijkheid bestaat uit cafeïne (om de laat-twintigste eeuwse denker David Letterman maar eens aan te halen), en ik zou mij werkelijk geen raad weten zonder koffie, hoewel deze drank ook vervelende bijwerkingen kan hebben, waar je nooit over leest op de zijkant van het pak, maar wat ik mij telkenmale realiseer wanneer ik weer eens door de politie wordt opgepakt omdat ik met negentien Nijntje-mokken zwarte koffie in mijn gestel en voorzien van zwartomrande lippen al Attica! Attica! scanderend de Rijnlaan op en neer stuiter. (Niet voor niets noemt men mij ook wel de Al Pacino van de Rivierenwijk.)

Op instigatie van R. hebben we gisteravond de gebaande paden in en om La Rambla verlaten en zijn, als echte toeristen, naar een niet-toeristisch gedeelte van de stad gegaan, om daar de avondmaaltijd te nuttigen. Volgens de Lonely Planet van R. werd de wijk waarin we belandden voornamelijk bevolkt door 'bohémiens', een omschrijving die het voltallige reisgezelschap deed opmerken dat ik mij er dan wel in hoge mate thuis zou moeten voelen. Om daar achter te komen diende ik eerst even het woordenboek te raadplegen, niet het Spaans-Nederlandse bruine Ster woordenboek van R., maar mijn eigen beduimelde bijbel: Kramers' Nederlands - de eerste druk uit april 1983, samengesteld onder de bezielende leiding van Mieke G. van Hulst en Drs. Y.C.M. Lie-Nederpel, dus dan weet u wel dat het goed zit. (Ik weet ook niet waar dit allemaal toe moet leiden, doch ik schrijf gewoon door. Ook wel: het blijft allemaal even raadselachtig, maar het is nu te laat om te stoppen.)

Achter het lemma 'bohémien' vond ik de volgende omschrijving: iem. die een bewust ongeregeld, onburgerlijk leven leidt. Bewust ongeregeld leven! Dat zou ik ook wel willen! denkt u nu waarschijnlijk, maar laat mij u vertellen: niets vergt zoveel geregel en georganiseer als het leiden van een bewust ongeregeld leven. En ik kan het weten, want de hele dag ben ik bezig met dingen in de war te schoppen (deze week overigens niet; tenslotte dient ook een bohémien op vakantie even te ontsnappen aan de dagelijkse sleur) en om dat op een beetje professionele wijze te kunnen doen zit ik iedere maandagochtend stipt om half acht achter mijn computer, met als doel een planning voor de hele week te maken in Excel - een planning die ik daarna nog uitvoer ook. Zo ziet u maar weer, op het eerste gezicht lijkt het allemaal zo makkelijk maar bij nader inzien valt het allemaal niet mede. Maar ach, dit is nu eenmaal mijn bestemming, en wie ben ik om daartegen te ageren?

Het wordt zo langzaamaan eens tijd om u te vertellen wat wij vandaag allemaal op de eerste dag van het Sonar-festival medegemaakt hebben, maar anders dan dat ik nog weet dat ik een uiterst vette hiphopset van een lokale platendraaier heb gehoord, kan ik weinig onderscheid meer maken in het bombardement van beats dat vanavond over mij is uitgestort, hoewel O. en R. regelmatig de naam van de desbetreffende dj in mijn oor schreeuwden. (Ergens in de middag was het, die hiphopset dus, de zon scheen stralen op mijn gezicht en ik lag loom met een cerveza onder een plastic palmboom te dromen over een carrière als pistolero original, vanzelfsprekend wel met een ziekenfondsverzekering en dertiende maand.)

Ook mijn Bugs Bunny-opschrijfboekje biedt in deze weinig soelaas. Misschien moet ik maar eens een literatuurwetenschapper of kundig loodgieter inschakelen voor het interpreteren van de woordenstroom die ik hier, op kamer 301 van hotel Moderno, met stijgende verbazing over mijn eigen associatievermogen, lees op de bladzijde van vandaag. Ik zal u even deelgenoot maken van wat er op een gemiddelde donderdag in Barcelona zoal in mij omgaat:

'Wat mag het zijn?' 'Doet u mij maar wat die mijnheer heeft.' 'Die mijnheer heeft aids.' 'O, doet u dan maar een kopje koffie.' Thuis meteen aan beginnen: pornosite met zelfgemaakte content. (De afdeling masturbatie is al af.) 'Heb je wel eens rijstwijn gedronken?' 'Nee.' 'Nou, het is best lekker, maar je merkt niet dat er alcohol in zit dus je bent snel dronken.' 'Ah, net als bier dus?' Niet vergeten! De koelkast ontharen! 'Bij zo'n urinoir ben ik toch altijd bang dat ik George Michael tegen het lijf loop.' 'Ja, of Andrew Ridgeley!' 'Je moet die lucifers in hun eigen taal toespreken.' 'Ga eens achter die computer vandaan; de straat op!' 'Hoezo, ik ben toch geen politieagent?' Internettend in de internettent. 'Dag Gouden Onderstel™, weet jij misschien hoe laat het is?' 'Nu wel, ja.' Ze zag er goed uit, zelfs de vogels floten haar na. 'Vallen je contactlenzen nooit uit je oog?' 'Nee, ik heb geen harde.'

Iets anders dan maar, dat lijkt me beter voor iedereen. Ik ben inmiddels aardig gewend geraakt aan het mediterrane klimaat en overweeg - mede vanwege de koffie - zelfs al om een leuk optrekje alhier in de binnenstad te gaan huren, maar men moet in Barcelona vast nog langer bij de woonservice staan ingeschreven voor een woning dan bij die in het Utrechtse stadje U. Ik heb mij daar alweer een ruime twee à twee en een halve maand geleden aangemeld, en als een soort van anarchistische performance-art en autonoom protest tegen het bouw- en huisvestingsbeleid van de gemeente begon ik reeds na twee dagen mee te dingen naar fraai gelegen en pas gerenoveerde huizen met drie kamers en een ligbad in het centrum van de stad. Aangezien men voor dat soort optrekjes een jaar of negentien inschrijftijd dient te hebben, eindig ik meestal als zevenhonderd en vijfentachtigste in de race, maar dan heb ik toch weer even pret gemaakt en kan ik het leven weer voor een paar uur aan.

Goedwillende lezer, ik beloof u morgen wat meer en betere notities te maken van het muzikale aanbod. Voor nu wens ik u, net als mijzelf, een ongestoorde nachtrust en alle goeds voor de toekomst. Maak zelf ook eens wat pret, wil ik u bij deze nog meegeven - als iedereen dat wat vaker zou doen zou er nergens meer oorlog zijn en wordt de wereld een groot groen paradijs met overal bloeiende fruitbomen, klaterende watervallen, sprekende koeien, lekkere koffie en, voor de mensen die dan toch nog wat te zeuren hebben, duidelijk bewegwijzerde fietspaden. Amen.



[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]