[ Geen leven ]


Achterstallige post.

Brood (oud en hard).

Camel Box met vier sigaretten.

De Avonden, zevenendertigste druk 1989.

Etensresten van onduidelijke - waarschijnlijk buitenaardse - afkomst.

Folder gericht aan 'De directeur van [ Maar wat is het? ]'.

Gitaarsnaren (brons).

Hard rulende CD van Beth Orton.

Inktvis (Wat doet die hier? Snel gooi ik hem in de wasbak. Het water, dat al enkele dagen maar niet weg wil lopen, neemt terstond een blauw-zwarte koeleur aan.)

Jeneverflessen, een open en bijna leeg en een dicht en vol.

Kaartje uit San Francisco van Jole met daarop de tekst: 'He Eijd, S.F. hebben we al lang achter ons gelaten. Ondertussen hebben we de grootste levende wezens op aarde gezien en zijn door wijde woestijnvlakten gereden. Nu hiken we door het canyongebied. In een woord: overweldigend. Groeten Bert en Sylvia.'

Lamp, kapot.

Muziekstandaard.

Nieuwe Revu van vorige week.

Opener.

Pot pindakaas (met nootjes) van de Albert Heijn.

QwikTime (TM) stemapparaatje en Qwiktime (TM) metronoom.

Rekenmachine.

Schaar.

Thermoskan koffie met daarop een sticker van Gitaarschool Heddy v/d Laan.

Uitgebloeide plant.

Visitekaartje van Ellen, architect of change.

Woordenboek Nederlands van Kramers.

X-ray-visionbril om mee naar eclipsen en Gouden Onderstellen (TM) te kijken.

Yarbrough & Peoples' twaalf-inch van Don't stop the music.

Zooi, alleen maar zooi, dat is wat ik zie om mij heen. Elke dag weer en dus ook vandaag. Ik zet mijn computer aan en start ICQ op. 'Uh-oh!', hoor ik, en een geel briefje knippert in mijn statusbalk. Een berichtje van Sladjana, of ik een column wil schrijven voor de Digitale Stedeling over 'het A t/m Z van mijn leven online'.
Ik zou wel willen, Sladjana, echt waar, maar als ik nu niet snel ga opruimen sterf ik in mijn eigen afval en schrijf ik helemaal nooit meer iets.



Deze column verscheen eerder in De Digitale Stedeling van 22 september 1999.


[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]