Een achtergelaten schoen

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #05/2016

Als deze Playboy in de winkel ligt, is het begin mei. Terwijl ik deze column tik, is het eind maart. Dit tijdsverschil is een van de redenen waarom ik nooit actuele onderwerpen behandel. Behalve nu dan, want de journaalbeelden van afgelopen week laten me niet los.

De stofwolken, de rotzooi, de chaos. Mensen die elkaar vertrappen. Mensen die schreeuwen. Mensen met een wezenloze blik in hun ogen. Een achtergelaten schoen op de grond als stille getuige. Enfin, ik hoef niet alle gruwelijkheden te beschrijven, want we weten allemaal waar ik het over heb: de faillissementsuitverkoop bij V&D.

De manier waarop de koopjesjagende meutes de V&D's bestormden, deed me denken aan een aflevering uit het eerste seizoen van The Walking Dead waarin een grote groep zombies een winkelcentrum probeert binnen te dringen omdat er binnen nog levende mensen zijn. Even dacht ik dat ik ook mijn vriendin zag rondrennen op het achtuurjournaal, want als ze ergens dol op is, dan is het wel uitverkoop. Het zal wel iets genetisch-evolutionairs zijn, maar het woord 'uitverkoop' heeft op vrouwen dezelfde uitwerking als het woord 'tieten' op mannen: ze worden onrustig en opgewonden tegelijk en willen zo snel mogelijk hun handen op de koopwaar leggen.

Zelf probeer ik winkelen zo veel mogelijk te vermijden, zeker tijdens de uitverkoop, maar laatst had ik toch echt een matrasovertrek nodig. Ik had geen zin om helemaal naar de Ikea aan de rand van de stad te fietsen, dus was ik op aanraden van mijn vriendin naar De Bijenkorf gegaan, haar favoriete winkel. Bij het beddengoed pakte ik een willekeurig matrasovertrek uit de rekken. Prijs: 84,95 euro. Dat was duurder dan mijn hele bed bij elkaar, rekende ik uit. Andere overtrekken waren niet veel goedkoper, dus ging ik naar buiten en fietste alsnog de twintig minuten naar de Ikea. Voor 12,99 euro kocht ik daar een matrasovertrek van het type OXEL. Hoe komen ze erop, die Zweden? Omdat je in bed veel zweet, waarschijnlijk.

Voor mijn vriendin zijn regulier geld en Monopolygeld hetzelfde. Zo kwam ze afgelopen zondagavond terug van een weekendje Londen met haar nieuwe BFF. Ze was erin geslaagd in drie dagen in twee verschillende vijfsterrenhotels te slapen, vier high-teas weg te werken en ook nog wat 'spulletjes' aan te schaffen. Haar nieuwe oorbellen van Vivienne Westwood had ze al in.

'Ik heb ook een pot dagcrème gekocht,' zei ze terwijl ze in haar rolkoffer rommelde. 'Honderd pond. Waar is-ie nou?'
'Honderd pond?!' riep ik zo hard dat haar oorbellen begonnen te rinkelen. 'Dat is vijftig kilo! Hoe til je zo'n pot het vliegtuig in?'

Maar nee, het bleek dat ze in Londen geen euro's kennen en nog steeds ponden als betaalmiddel gebruiken, net als in de jaren tachtig toen ik er met 4 havo op werkweek was. Mijn vriendin viste een schoenendoos uit haar koffer. 'Kijk,' zei ze, 'deze schoenen waren in de uitverkoop, in Regent Street. Heb ik veel geld op bespaard.'
'En als ze niet lekker zitten, ga je dan volgend weekend terug naar Londen om ze te ruilen?' vroeg ik.
'Ja,' zei ze.

Nadat ik haar tien minuten had geprobeerd uit te leggen dat aanbiedingen alleen van nut zijn bij producten die je toch al gebruikt, zoals potten Calvé-pindakaas met een gele dop, fietste ik maar naar huis. Op mijn flatscreen bekeek ik drie nieuwe afleveringen van The Walking Dead achter elkaar. Zombies hebben het eigenlijk ook niet makkelijk, dacht ik. Tegen vier uur 's ochtends viel ik in slaap op mijn oude matras met nieuw overtrek en droomde van een ideale wereld zonder faillissementsuitverkopen.



[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]