Espresso voor dorpsbewoners verklaard

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #02/2021

Ik heb het ideale huis gevonden op Funda. Nu denkt u misschien aan een woning met een grote werkzolder welke een fraaie lichtinval heeft, plus drie kinderkamers en een 'zonneterras' van 34,03 m². Maar nee: het is een huis met een bar in de kelder.

Rondklikken op Funda is leuk, daarom begint de naam van de site ook met fun, dat is Engels voor fun. Ik gok dat hooguit één procent van de ongetwijfeld honderdduizenden dagelijkse Funda-bezoekers daadwerkelijk op zoek is naar een nieuwe woning. Vier procent wil binnenkijken bij het huis dat te koop staat verderop in de straat en de resterende 95 procent wil gewoon ontsnappen aan het dagelijks leven en het is nog te vroeg op de dag voor drank of drugs of de huisdealer appt niet terug omdat-ie ook op Funda zit te klikken.

Het huis met de bar dus. Het was zo'n in de jaren zeventig gebouwde nepboerderij, gunstig gelegen aan de rand van mijn woonplaats Utrecht. Eraan vastgebouwd was een nepboerderijschuur - dit gedeelte kun je inzetten als bed and breakfast, stond erbij. Handig om die belachelijke aankoopprijs van 1.250.000 euro terug te verdienen.

De kelderbar zat onder de nepboerderijschuur en zo te zien was er sinds de jaren zeventig niets veranderd aan de inrichting. Ik zag mezelf al achter die bar staan, elke avond kleintjes pils tappend en zwierig longdrinkglazen Pisang Ambon-jus inschenkend voor de ANWB-stellen uit de bed and breakfast. Tegen twaalven zet ik een cassettebandje op met instrumentale versies van Nederlandstalige klassiekers, pak de microfoon en zing eroverheen met veel galm en vibrato. Als de Pisang Ambon begint te werken bij de vrouwtjes, doe ik de bovenste twee knoopjes van mijn hawaïoverhemd los en maak een grapje over mijn eigen pisang.

Twee klikken nadat ik het huis met de bar had ontdekt, droomde ik alweer weg bij een vervallen snackbar met dito woonruimte erachter in een dorp in Zuid-Holland. Het woord SNACKBAR stond nog in grote gele letters op het raam geplakt naast een fotopresentatie van diverse snacks. Waarschijnlijk vanwege deze decoraties moest het krot een hysterische 375.000 euro opbrengen. 'K.K.' stond erachter, ik neem aan een afkorting van kankerduur.

Binnen stond een bijna complete snackbarinrichting: frituur, vitrine, koelkasten, kassa en afzuigkap. Alleen die leuke rijtjes groene blaadjes in de vitrine ontbraken, maar ter compensatie zat er 'een zeer royale achtertuin' bij het pand. We weten allemaal dat makelaars spreken met een tong die gespletener is dan een splitlevelwoning, maar hiervan was nu eens geen woord gelogen: op foto #2 stond een achtertuin zo groot als een weiland.

Vreemd genoeg werd niet vermeld dat er een oude bank in die tuin stond, naast een grote vrieskist waarin misschien wel Calippo's, Gompies of Mexicaantjes lagen. Ik zag mezelf al op die bank zitten met een espresso en mijn MacBook Air, een beetje city swag naar het dorp brengend, je weet toch, bro? Eerst sta ik bij de lokale bevolking bekend als 'die stadse', maar wanneer ik ze heb uitgelegd dat espresso eigenlijk een soort koffie is, nemen ze me op in hun midden. De straatjeugd noemt me bewonderend G - niet de eerste letter van Gangster, maar het energielabel van mijn huis.

Uiteindelijk draagt het dorp me voor als burgemeester, een taak die ik nederig aanvaard. Na mijn beëdiging heb ik recht op een ambtswoning, maar ik kies ervoor om in mijn snackbarwoning te blijven met het argument 'ik ben maar een eenvoudige boerenlul', waarna men mij vereert met een enorm standbeeld (met authentieke details) op het dorpsplein.

Maar ja, geen bar in de kelder.



[ Maar wat is het? ]