Ik heb een droom

Het gebeurt meestal als ik iets te veel friet bij mijn saté heb gegeten. Of te veel Witte Trappist heb gedronken. Of nog erger: allebei. Ik slaap een onrustige slaap en droom dat ik weer op de heao zit. Best raar, want ook al heb ik acht jaar over mijn studie Bedrijfsinformatica gedaan, uiteindelijk ben ik toch afgestudeerd.

In mijn droom weet ik dat allemaal best. Maar tegelijkertijd verkeer ik in de overtuiging dat ik nog één tentamen moet halen om mijn diploma te krijgen. De laatste keer besefte ik zelfs in mijn droom dat het 2013 was - wandelend door de gangen van het inspiratieloze jarentachtiggebouw waarin de opleiding huisde, rekende ik uit dat ik al zestien jaar geleden mijn diploma in ontvangst had genomen. Toch volgde ik nog maar wat colleges, want ik moest en zou dat laatste tentamen halen.

Van de regering moeten we levenslang leren. Daar voldoe ik ruimschoots aan, want ik blijf waarschijnlijk de rest van mijn nachtbestaan ronddwalen door collegezalen, de kantine en de computerlokalen, vooral de computerlokalen. Daar stonden die eindeloze rijen grijze pc's van Compaq en Tulip waarop drie programma's draaiden: WordPerfect voor DOS (een tekstverwerkingsprogramma), SPSS (een statistiekprogramma) en Lotus 1-2-3 (ik weet eigenlijk nog steeds niet wat voor programma dat was).

Sommige van die pc's hadden een turboknop. Als je daarop drukte, werd je computer trager - alleen al met het nadenken over deze absurditeit heb ik twee studiejaren verspeeld. Misschien had ik beter filosofie kunnen gaan doen.

Nu ik toch bezig ben met een wandeling langs de geheugenlaan... Toen ik eindelijk aan alle eisen voldeed om af te studeren, moest mijn eindcijferlijst worden bepaald. Helaas was het vak Informatiesystemen dat ik had gevolgd zo oud dat het cijferberekeningsprogramma van de studierichtingsleidster (hallo Trudy!) het niet herkende en op tilt sloeg. Handmatig heeft ze toen maar het cijfer bepaald.

Om het allemaal nog spannender te maken, werd ik tijdens de feestelijke diploma-uitreiking pas als laatste naar het podium geroepen. Inmiddels zaten mijn oude vader en moeder te hyperventileren in de zaal omdat ze dachten dat ik het toch niet had gered - zelf was ik er eerlijk gezegd ook niet al te gerust op. Na deze zenuwslopende ceremonie en een diner in pannenkoekenboot Titanic lag ik 's avonds om negen uur als een pannenkoek in bed, volkomen op van de spanning. En dan moest mijn leven nog beginnen, had ik die middag gehoord. (Dit bleek achteraf niet waar te zijn.)

Nee, een iPad-school was het niet, die heao van mij. Al was het maar omdat de iPad nog niet bestond. In hetzelfde jaar dat ik aan mijn studie begon (1989), bracht Apple zijn eerste portable computer uit. Deze voorloper van de iPad was 7,2 kilo zwaar en tien centimeter dik. Vreemd: sinds ik ben begonnen met studeren, zijn portable computers steeds dunner geworden en ikzelf steeds dikker. Misschien moet ik in SPSS maar eens uitzoeken of er een verband is tussen mijn lichaamsgewicht en mijn consumptie van friet en Witte Trappist. Levenslang leren, noemen ze dat. Hoe lang moet ik nog?

Eerder gepubliceerd als column in Bright #53



[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]