[ Kareltje ]


Mot je, goochem?


Vol goede moed liep Kareltje met Uli in zijn kielzog naar de schoolcafetaria, in een hoek van de kantine. Zoals gewoonlijk stond daar helemaal niemand. Je kon er namelijk alleen gezonde dingen kopen zoals fruit, salades en broodjes gezond. En soep natuurlijk!

Hee! Wat was dat? Was die lieve mevrouw van Eckel er niet? Kareltje was helemaal verbaasd. Nou kwam hij eigenlijk ook niet zo vaak in de schoolcafetaria want het duurde doorgaans nogal lang voor hij een gulden bij elkaar gespaard had. Zoveel dubbeltjes en stuivers vind je namelijk niet op straat. Bovendien werd Kareltje altijd beroofd door zijn klasgenoten zodra iemand in de gaten kreeg dat hij wat geld gevonden had. Vaak kreeg hij dan ook een pak slaag omdat het zo weinig was.

Er was nu een nieuwe meneer in de schoolcafetaria. 'De Beer' stond er op zijn naamplaatje.

'Mot je, goochem?' bromde De Beer.

'E-e-een k-k-kommetje soep, a-a-alstublieft?' stamelde Kareltje.

'E-e-e-een kuh-kuh-kommetje soe-soe-soep?' bauwde De Beer hem na. 'Kuh-kuh-komt eraan eikeltje! HAHAHA! Weet je wat, omdat je zo'n lekker gek kereltje bent maak ik er crèmesoep van. Speciaal voor jou. Is gezond. HAHAHA!'

De Beer schepte een kommetje vol soep en liep naar de keuken. Blijkbaar was crèmesoep maken best wel moeilijk want Kareltje hoorde de Beer hijgen...

Umpf!