[ Kareltje ]


Oh nee!


Kareltje slaakte een diepe zucht. Corveeën! Wat zou hij deze keer moeten doen? Alle bordenwissers uitkloppen? De aula dweilen? De WC's schoonmaken? Kareltje verheugde zich er niet op. Maar het corveeën was eigenlijk nog heel ver weg. Want eerst moest Kareltje zich nog door de gymles heen worstelen.

Kareltje was niet zo goed in gymnastiek. Hij viel altijd uit het wandrek of uit het touw. Meestal omdat Jordi of iemand anders het touw heel hard heen en weer schudde als de meester niet keek (en soms ook als hij wel keek). En als Kareltje dan met een geschaafde knie op de grond lag ging meneer de Beuckelaer, de gymleraar, hem niet troosten maar juist uitschelden! Dat hij een worm was en een mietje en dat hij het in Libanon nog geen vijf minuten zou hebben uitgehouden.

Toch was Kareltje vol goede moed. Hij deed namelijk altijd heel erg zijn best en meneer de Beuckelaer zou dat heus wel eens in zien. Op naar de kleedkamer dus!

Kareltje deed zijn rugzakje open en wat zag hij? He-le-maal niks! Hij was zijn gymspullen vergeten!

Oh nee!