|
In de trein van het Utrechtse stadje U. naar H. was het weer eens dodelijk gezellig. Weekendtassen (en dat op dinsdag), studentenbenen en een gekooide poes bepaalden het beeld. Ik probeerde wat verhalen te lezen uit het zojuist aangeschafte boek Duizend Vlinders van Maarten Biesheuvel, maar werd enigszins afgeleid door het geluid van spelende kinderen op de bank vóór mij, en de harde stem van een panikerende moeder die duidelijk niet in de wieg was gelegd voor het moederschap. Terwijl ik die hilarische passage waarin Biesheuvel droomt dat hij Freud ontmoet in een fietstunneltje nog eens overlas, hoorde ik de moeder op dwingende toon tegen haar kind zeggen: 'Hier! Hier zijn je stiften! En nu kleuren!' Het kind, een meisje dat net nog als een specht on acid de hele coupé doorstuiterde, begon nu braaf te kleuren. 'Doe dat maar rood,' sprak de moeder betuttelend toen het meisje een blauwe stift wilde pakken om een clownsneus mee in te gaan kleuren. Ik voelde een licht gevoel van ergernis opkomen. Laat dat kind toch blauwe neuzen maken, dacht ik, terwijl ik een bladzijde omsloeg die ik nog niet eens helemaal had gelezen. Ik probeerde me weer te concentreren op het verhaal. Even later bitchte de moeder: 'Neehee! Binnen de lijntjes blijven!' Nu werd het mij teveel. Hier werd verdomme een potentieel kandidaatje voor [ Met thee wordt geen kunst gemaakt ] in de bloei van haar ontwikkeling vertrapt door de terreur van de middelmaat! Strepentrekkers! Ik was nu niet meer te houden. 'Hou me niet tegen!' riep ik dan ook, terwijl ik opsprong en krijgshaftig in het middenpad ging staan. 'Als zij buiten de lijntjes wil kleuren, dan mag dat best! Is dat begrepen?' riep ik tegen de moeder op dezelfde toon als waarmee zij zonet nog haar spruit toesprak. Andere treinreizigers begonnen zich er nu ook mee te bemoeien. Een grijzende meneer met een vriendelijk gezicht riep: 'Ja! Laten we allemaal buiten de lijntjes gaan! Ik ben al zestig jaar saai, dat is nu wel lang genoeg zo geweest!' De vonk begon op het hele compartiment over te slaan. Mannen in pakken gooiden hun attachékoffertjes in de lucht, de poes werd bevrijd uit haar kooi en riep 'Free at last, free at last!' (het was een zwarte poes) en achterin het gangpad begonnen enkele Brabanders voorzichtig een polonaise te organiseren door elkaar allerlei onverstaanbare commando's toe te roepen. Opeens gingen de schuifdeuren open en kwam de conducteur binnen. Hij keek even rond en aanschouwde de situatie als een veldheer. En dan had hij nog een uniform aan ook. 'Wat is hier aan de hand?' sprak hij op barse toon. 'Zouden jullie misschien allemaal weer willen gaan zitten? En ruim die rotzooi eens op!' Zijn oog viel op het meisje met het kleurboek. 'En jij,' richtte hij zich tot haar, 'moet die neus rood kleuren. Ooit een clown met een blauwe neus gezien? En binnen de lijntjes blijven!' Daarna ging hij bij iedereen langs om het vervoersbewijs te controleren. Alle mensen die zonet nog Anarchie! en Hoera! schreeuwden hadden netjes een kaartje gekocht zo bleek, en iedereen gaf 'm beleefd aan de conducteur. Daarna keerde de rust weder en gingen op elk station een paar mensen de trein uit, om van negen tot zes achter een bureau te gaan zitten alwaar een computer met Excel duizenden netjes geordende getallen weergaf. [ Maar wat is het? ] [ E-mail ] |