Op volle toeren

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #07/2015

Eens in de paar maanden draai ik een zaterdagnacht plaatjes in mijn stamcafé. Als het die avond volle maan is of er net een film met een bruiloft op RTL 8 is geweest, komen er geregeld vrouwen op me af met verzoekjes.

De laatste keer was het al vroeg raak: ik was net op stoom of er sprong een meisje op het dj-podium met een raar hoedje, zwartgeverfde lippen en een doodshoofdtattoo op haar pols. 'Ik heb een zwarte ziel,' fluisterde ze in mijn oor, en rolde een paar keer met haar ogen. 'Mijn ziel is zwarter dan de nacht. Heb je muziek die daarbij past?'

De toon was gezet voor wederom een vreemde avond in mijn dito leven. Een horecawet die altijd opgaat: naarmate de hoeveelheid drank in de verzoekjesvrouwen toeneemt, neemt ook hun vasthoudendheid toe. Als ik zeg dat ik helaas geen One Direction bij me heb, willen sommige vrouwen meteen hun roze iPhone linea rectum achter in mijn mengpaneel pluggen en kost het me al mijn overredingskracht ('Eh... Wacht even... Ik heb liever niet dat je dit doet, geloof ik... Nee...') om ze hiervan te weerhouden.

Een uur na het meisje met de zwarte ziel kwam er een vrouw op me af die met driedubbele tong een spervuur aan verzoekjes deed - helaas allemaal nummers die ik niet bij me had. 'Wat heb je dan wel?' vroeg ze terwijl ze zich vasthield aan de rand van mijn tafel. Ik gaf haar wat cd-mapjes en ze begon erin te bladeren. 'Die platen van jou zijn wel leuk, maar ze zijn het allemaal nét niet,' zei ze zuchtend. 'Doe maar iets van Beyoncé, dan. Dat nummer over die trouwring.' Ze zong oh-oh-oh en schudde een paar keer met haar billen. Een half uur later werd ze met een wit gezicht door haar vriendinnen uit de dames-wc getrokken en afgevoerd naar buiten. Oh-oh-oh, dacht ik.

Halverwege de nacht, na drie kwartier soulstampers, vond ik het tijd worden voor een ander genre en zette een jarenzeventigrockplaatje op. Het nummer was nog geen twee seconden op gang of er stond een type Rachel Hazes voor mijn neus. 'Heb je ook een lekkere soulplaat?' vroeg ze.
'Ik heb net drie kwartier soul gedraaid,' zei ik. 'Nu is het even tijd voor iets anders.'
'Doe maar Sex Machine van James Brown,' zei ze, en liep weg.

Ze werd bijna meteen vervangen door een jonger exemplaar van zichzelf, type Roxeanne Hazes. 'Ik heb het afgelopen uur continu op je staan letten,' zei deze, 'en ik vind dat je zo serieus kijkt!'
Ik draaide aan een knopje op mijn mengpaneel. 'Ja, dj-en is een serieus vak,' zei ik. 'Je hebt je hoge tonen, je lage tonen, je middentonen... En dan heb ik het nog niet eens over repertoirekennis, timing en contact maken met het publiek!' Ik keek op. Ze stond alweer in het midden van de kroeg.

Tegen het einde knalde ik een liedje erin dat iedereen kent: 1999 van Prince. Halverwege de plaat kwam er een man naar me toe met een baard, een zwarte bril uit de Irony-lijn van Tom Ford en een tekening van een platenspeler op zijn T-shirt. Eindelijk, dacht ik. Een man. Een kenner. Iemand die mij gaat vragen of ik Day Tripper van The Beatles wil draaien, maar dan wel de cover van J.J. Barnes op Portugees vinyl. Ik begon het singletje alvast te zoeken in mijn platentas toen baardmans mij aantikte en zei: 'Hoi. Heb je misschien ook iets van Prince?'

Gelukkig maar dat ik als dj de hele avond gratis mag drinken.



[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]