De zes snaren

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #07/2020

Van de vele soorten klusjes in het leven waar ik slecht in ben, ben ik het slechtst in nieuwe snaren op mijn gitaar zetten. Gelukkig heb ik maar twee gitaren, een akoestische en een elektrische. Sommige collega-gitaristen hebben er tientallen. Die zijn waarschijnlijk een uur per dag kwijt aan snaren op hun gitaren zetten. Geen wonder dat gitaristen allemaal aan de drank & drugs zijn.

Daar zat ik dan, op de bank, met mijn elektrische gitaar, mijn stemapparaat, mijn snarenwinder, mijn antiroestzakje nieuwe snaren, mijn nijptang en mijn tegenzin. Hoe lang had ik dit klusje nu uitgesteld? Minstens vijf jaar, dacht ik - de snaren op mijn gitaar waren inmiddels zo oud dat ze alleen nog geschikt waren voor het laten klinken van middeleeuwse muziek. Ik trok de oude snaren van mijn gitaar, opende het zakje en pakte de zes in elkaar opgerolde nieuwe snaren eruit. Toen ik de eerste snaar uit het bundeltje peuterde, sprong het uiteinde ervan in mijn gezicht en miste mijn linkeroog op een linkerooghaar na. Gelukkig maar, want op mijn repertoire staat geen enkel nummer van Stevie Wonder.

Mijn aversie tegen dit klusje gaat zo ver dat ik ooit bij het kopen van een nieuw setje snaren (8,35 euro) in mijn wanhoop aan de boy achter de balie heb gevraagd of hij ze er meteen even op wilde zetten, ik had mijn gitaar toch bij me. Dat wilde hij niet, ook niet toen ik hem 25 euro bood. 'Zoiets hoor je zelf te kunnen,' zei hij. Ik antwoordde dat ik een rocker was en dus maling had aan hoe het hoort, maar dat argument lachte hij weg in E-majeur. Die middag moest ik drie keer terug naar de winkel om een nieuw setje te kopen omdat ik in mijn klunzigheid weer wat snaren had vernield, zodat de boy alsnog 25 euro extra omzet via mij binnenhaalde.

Terwijl ik de eerste snaar door de stemknop haalde en de snarenwinder op de knop zette, zag ik door mijn openstaande balkondeur de zoveelste nieuwe, jonge buurvrouw op een balkon aan de overkant zitten. Mijn woonblok wordt gegentrificeerd: als er een arme en/of allochtone huurder is vertrokken, zet de woningbouwvereniging het doorgeblazen krothuis te koop, waarna het binnen tien dagen is verkocht voor 255 duizend virtuele euro's en voor je het weet zit er weer zo'n Rutger Bregman (m/v) op het balkon een educatief YouTube-filmpje te kijken met het geluid te hard. Ik moet wennen aan die nieuwe buitenleefgeluiden - de allochtone huurders gebruikten hun balkon alleen om de was op te hangen. Logisch, wanneer je je halve leven in de woestijn hebt doorgebracht ben je blij dat je een dak boven je hoofd hebt, dan ga je niet wéér in die brandende kutzon zitten, goedverdoemme.

De snarenfabrikant had alle snaren aan het uiteinde een kleurtje gegeven, op het zakje stond in welke volgorde de kleuren moesten. Maar toen ik de derde snaar erop had gezet, zag ik dat ik per ongeluk de dunnere vierde snaar had gebruikt, waardoor ik nu geen vierde snaar meer had. Verslagen realiseerde ik me dat ik moest stoppen met dit klusje en een nieuwe snaar moest gaan kopen, voor de zekerheid maar meteen een heel setje. Hoe dom kun je zijn? dacht ik, kun je dan helemaal niks? De nieuwe, jonge buurvrouw hield haar telefoon omhoog, recht voor haar gezicht - ik wist niet of ze een selfie maakte of een foto van mij om op het twitteraccount @YouHadOneJob te zetten. Even overwoog ik mezelf te verhangen aan de dikste overgebleven snaar, maar nee, voor dat klusje was ik waarschijnlijk ook te onhandig.



[ Maar wat is het? ]