[ Van de afgrond en de sneeuwpop ]


De sneeuwpop zegt:


Kijk hem daar eens staan, die blozende sneeuwpop in de kracht van zijn leven. Een romp die zo stevig is dat de sneeuwpop zonder nek door het leven kan, een hoofd ter grootte van een genetisch gemanipuleerde meloen en ogen, neus en mond gemaakt van diverse schatten der moeder natuur. Vogels fluiten, radio 538 staat te schetteren, de SRV-man doet zijn ronde en er lijkt niets aan de hand te zijn. Het leven is mooi en waard geleefd te worden. Je ziet de sneeuwpop denken: 'zal ik vanavond naar het dorpscafé gaan en een lekkere sneeuwpoptjik scoren, of zal ik met mijn gabbers gaan snowboarden in de Grote Stad?' Mogelijkheden te over in deze maatschappij voor een hedonistisch ingestelde sneeuwpop met alle diploma's.

Echter, vijf dagen na het nemen van deze foto steeg de gemiddelde buitentemperatuur tot schrikbarende hoogten. De sneeuwpop zag er ineens helemaal niet meer blozend uit en lichte paniek was af te lezen in zijn aardappelogen. Elke dag keek hij naar teletekstpagina 704 om te zien wat het weer ging doen, en elke keer voelde hij het onheil naderen, dichter- en dichterbij kwam het, als een stoomwals langzaam en onafwendbaar, en er was niks dat hij eraan kon doen.

Na een week begon hij langzaam te smelten.

Eerst probeerde hij het nog te verhullen door zijn muts strategisch op de gaten in z'n hoofd te zetten en z'n das zo te draperen dat het afbrokkelen van de romp niet meer zichtbaar was, maar op een gegeven moment moest de dappere sneeuwpop het onder ogen zien:
de 
strijd
tegen
het
verval
is
zinloos
Het lijden van de jonge sneeuwpop duurde uren en uren, en er was niemand die hem hielp. Op een mistroostige vrijdagavond, terwijl een zachte regen de laatste modderige resten van zijn lichaam verteerde, gaf hij de strijd op. Zijn gabbers waren in geen velden of wegen te bekennen. Het gevecht tegen de elementen had hen niet verenigd, maar juist uit elkaar gedreven; het was ieder voor zich geworden.

'Alles van waarde is weerloos,' murmelde de sneeuwman nog terwijl zijn lichaam onder hem vandaan smolt alsof hij een Magnum was die per abuis uit het vriesvak was gevallen. 'Red jezelf! Voor mij is het te laat... Arrggh...' waren zijn laatste woorden. Ze gingen verloren in het geluid van een langsrazende vrachtwagen.

Een week na de zaterdag van zijn glorieuze conceptie was er van de sneeuwpop alleen nog een zielig hoopje stinkende sneeuw van vijf centimeter hoogte over. Het grasveld om hem heen had weer de oorspronkelijke groene kleur aangenomen en de omringende gebouwen stonden er nog alsof er niks gebeurd was, ongeveer zoals na een nucleaire aanval op het verenigd Europa ook Hoog Catharijne er nog zal staan als enige gebouw op het westelijk halfrond, tussen de rottende, door ratten half aangevreten lijken. Het noodaggregaat doet zijn werk: uit de speakers klinkt tot aan het einde der tijden 'Last Christmas'.

Dat doet me eraan denken! Zondag koopzondag!



[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]