In feite is spaghetti ook een soort bami

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #09/2018

Als kind had ik een rode plastic paprika op de boekenplank in mijn jongenskamer liggen. Geen idee hoe ik eraan kwam, maar hij lag er prima en vormde een mooi seventies-stilleven met mijn boeken van De Vijf en een mysterieuze blauwe steen waarvan ik dacht dat-ie van de maan afkomstig was. Het zou nog tot mijn achttiende duren voordat ik een echte paprika at.

Ik moest aan mijn paprika denken omdat ik met vriend Paalman in een duur restaurant een exquise voor- en hoofdgerecht had besteld en het gesprek op onze culinaire oertijd kwam. Net als al mijn vrienden at ik als kind alleen aardappels, vlees en groenten. Toen in de jaren zeventig de eerste exotische etenswaren Nederland binnenkwamen, wisten onze ouders niet precies wat ze ermee aanmoesten, net zoals ik anno nu niet weet wat ik met quinoa aanmoet. Dat leidde nog wel eens tot rare gerechten, maar wisten wij veel? Het enige buitenlandse eten dat ik kende was afhaal-babi pangang, waarvan mijn ouders het zakje sambal altijd meteen weggooiden, zodat ik jaren heb gedacht dat sambal een soort vergif was dat alleen diende om de maaltijd goed te houden - een beetje zoals het zakje silicagel dat in de schoenendoos naast je nieuwe sneakers ligt.

'Rijst met Maggi,' zei ik. 'Bami met soepgroenten en gehakt.'
'Macaroni met Smac,' zei Paalman.
'Bij mijn vriendin thuis aten ze vroeger spaghetti met satťsaus,' zei ik. 'Nou ja, in feite is spaghetti ook een soort bami.'
'In feite is alles altijd hetzelfde,' zei Paalman, 'had ik je dat wel eens verteld, Van Eijden?'

We hadden allebei twee bier op. Paalman vroeg of ik er nog een wilde, wenkte de ober en bestelde een bier en een spa rood.
'Spa rood?' zei ik toen de ober weer wegliep.
'Ja,' zei Paalman, 'ik moet een beetje op mijn pens letten.'
'Ja maar... Je kunt toch niet stoppen na twee bier? De alcoholtrein is net vertrokken!' Ik deed alsof ik aan een stoomfluit trok en maakte het bijbehorende geluid.
'Wel hoor, dat doe ik thuis ook vaak,' zei Paalman. 'Gewoon als ik uit mijn werk kom. Eťn biertje, en dan schluss. Afgelopen. Klaar.' Hij ging achterover zitten.
'Wat heeft drinken dan nog voor zin?' vroeg ik. 'Dat is net alsof je begonnen bent met neuken en na tien seconden zegt: Weet je wat? Ik ga weer Comedy Central kijken.'
De vrouw aan het tafeltje naast ons keek ineens onze kant uit.

Terwijl Paalman een monoloog begon over hoe je moet neuken, dwaalden mijn gedachten weer af. Hoe ik begin jaren tachtig in restaurant Routiers in Nunspeet voor het eerst vlees met fruit voor mij had liggen, om precies te zijn kip kerrie met ananas, en dat er toen kortsluiting in mijn kinderkopje ontstond. Ananas at je als toetje, misschien roerde je het door de yoghurt als je in een dolle bui was, maar het hoorde niet bij kip. Je eet toch ook geen karbonade met banaan? Mijn gedachtentrein was niet meer te stoppen. Iglo 'roerbakmaaltijden': die bevroren blokjes erwt, zilverui en aardappelzetmeel met een mysterieus bruin blok in het midden, waarschijnlijk afkomstig van de maan, dat gedurende het roerbakken dan 'saus' werd. Verdroogde 'beefburgers' die met zijn tweeŽn in een foliepak zaten geplakt - dat kan alleen maar UNOX zijn. Ja, ik ben van ver gekomen, dacht ik, en de rest van de mensheid ook. We zijn er met grote sprongen op vooruit gegaan. Veel meer ontwikkeld dan andere zoogdieren zijn we! Hoera voor mensen! Toen riep de vrouw aan het tafeltje naast ons de ober bij zich en vroeg of de eend op de kaart glutenvrij was.



[ Maar wat is het? ]