Die ene avond in GelsenkirchenEerder gepubliceerd als column in Playboy #06/2024 (EK voetbal-special)In de namiddag van zondag 12 juni 1988 werd ik thuis met de auto opgehaald door Paalman, of eigenlijk door zijn vader - mijn gabbers M., B. en Paalman zelf zaten al achterin. Het was een vrijwel onbewolkte dag, de temperatuur lag rond de 15 graden. In hoog tempo reed de vader van Paalman (zijn rijstijl zou later erfelijk blijken te zijn) ons naar het stadion in West-Duitsland waar Nederland die avond zijn eerste groepswedstrijd van het EK voetbal zou spelen, tegen de Sovjet-Unie. In de mensenmassa rond het voetbalstadion kocht ik een wit vaantje van het toernooi voor 5 euro, eh, mark. Terwijl we naar de ingang liepen, reed er een touringcar van een Nederlandse maatschappij voorbij. Het dakluik was open, uit de opening stak het hoofd van een roodharige jongen van mijn leeftijd die Olé (4x) zong. Ik herkende hem meteen: Frank van der Velden, met wie ik in de brugklas had gezeten. We klommen het stadion in en zochten onze staanplaatsen op. Zo jong als ik was (16), openbaarde mijn identiteit als zelfstandig denker zich al: tot milde hilariteit van mijn gabbers weigerde ik mee te doen aan de wave die om de ruwweg zestig seconden langskwam. De wedstrijd begon. Golven van verbijstering sloegen over de tribunes elke keer wanneer de Sovjets de aanval zochten - de ploeg bestond voor het grootste deel uit sterkhouders van het Europese succeselftal Dinamo Kiev die elkaar blindelings wisten te vinden en watervlug combineerden (sorry voor alle clichés, ik hoop met deze zin in 2025 Sportjournalist van het jaar te worden). Nederland verloor met 0-1. Enigszins bedrukt liepen we de tribunes af. In de catacomben zag ik achter een raam voetbalcommentator Theo Reitsma met iemand staan praten, wat bijna net zo veel indruk op me maakte als de 'watervlug' combinerende Sovjets. Daarna heb ik 33 jaar lang aan iedereen die het (niet) wilde horen verteld dat ik in Gelsenkirchen ben geweest, bij de legendarische eerste groepswedstrijd van het legendarische Nederlands elftal op dat legendarische EK van 1988. Tot ik in 2021 een EK-quiz moest maken voor het veelgelezen prachtblad Panorama. Als een van de vragen bedacht ik: In welke stad speelde Nederland op het EK 1988 zijn eerste groepswedstrijd? Het was de enige vraag waarvan ik het antwoord niet hoefde op te zoeken of te controleren: ik was er toch zelf bij geweest? Tien minuten voor de quiz naar de drukker moest, kreeg ik mail van de eindredacteur: 'Leuke quiz. O ja, heb antwoord Gelsenkirchen veranderd in Keulen.' Meteen mailde ik terug: 'Gelsenkirchen klopt! Ik was er nota bene zelf bij!' Ik wilde de eindredacteur het hele verhaal vertellen, van de autorit met de vader van Paalman, de temperatuur van rond de 15 graden, mijn vaantje van 5 mark, hoe Frank van der Velden zijn hoofd uit de touringcar had gestoken en dat Theo Reitsma met iemand had staan praten. Maar daar was geen tijd voor. Tien seconden later kreeg ik antwoord: 'Het is Keulen! Ik was er namelijk *ook* bij!' Ik stuurde terug: 'GELSENKIRCHEN KLOPT, VERDOMME!' (Logicastudenten: merk op dat ik geen argumenten meer had.) Intussen doorzocht ik haastig Wikipedia. Het zou toch niet? Zou het? En ja, het zou: de wedstrijd was in Keulen, niet in Gelsenkirchen. 'Oke kan naar de drukker,' mailde ik geloof ik als laatste (het kan ook iets anders zijn geweest). Ik wil maar zeggen: koester je herinneringen. Dat doe ik ook, niet alleen mijn herinneringen aan die avond in, eh, Keulen, maar ook die aan de huldiging van het Nederlands elftal twee weken later, waar ik ook bij was, in Rotterdam. << Vorige column | Volgende column >> [ Maar wat is het? ] |