Een borrelglaasje per half uur

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #07/2026

Het riool van mijn krotwoning werd gerenoveerd, zowel binnenshuis als buitenshuis. De woningcorporatie had in haar brief weinig verteld over de exacte werkzaamheden, vandaar dat ik nogal schrok toen de rioolkoning die ik midden in de nacht om 7.00 uur had binnengelaten meteen mijn wc-pot losschroefde van de vloer en in de hal neerzette.

Daar stond mijn vlakspoeler dan, op een plasticje dat de rioolkoning in de gauwigheid over mijn kwaliteitstapijt van de firma Carpetland had gelegd. Het was een aanblik waarvan ik tamelijk overstuur raakte - alsof je een collega-stamgast die vorige week nog op zijn vaste plek aan de bar zat ineens in het ziekenhuis ziet liggen.

Want was de wc-pot niet een van mijn beste vrienden? Op een gemiddelde dag breng ik met hem meer tijd door dan met de meeste van mijn menselijke vrienden. En hoeveel mooie boeken had ik niet gelezen terwijl ik op de wc-pot zat? En hoeveel bladzijdes van sléchte boeken had ik niet uit die boeken gescheurd om er - al dan niet figuurlijk - mijn reet mee af te vegen?

Ongerust over de afloop verliet ik mijn woning om naar het huis van mijn vriendin te gaan en de rioolkoning zijn onheilige werk te laten doen. Midden in de volgende nacht om 8.00 uur kwam ik terug. Ik liep meteen naar het toilet - de wc-pot stond op zijn plek alsof er niets was gebeurd. Terwijl ik bij wijze van begroeting een paar keer op het dichte deksel klopte en vroeg of alles flex was, hoorde ik een druppel vallen, en drie seconden later weer een. Aan de achterkant van de wc-pot lekte het. Ik veegde de nattigheid op, zette een borrelglaasje onder de druppelplek en na een half uur was het glaasje vol.

Nadat ik de rioolkoning hierover had gebeld ging ik aan het werk achter mijn computer (lees: het Viva-forum doornemen), waarbij ik elk half uur opstond om het borrelglaasje leeg te gooien. De vloeistof was helder - ik moest telkens de neiging onderdrukken om het glaasje achterover te slaan en er een biertje bij te bestellen 'voor de dorst'.
's Nachts propte ik twee handdoeken onder het lek.

Vier dagen later kwam de rioolkoning. Hij haalde de wc-pot eruit, repareerde het lek en zette hem weer terug. Toen de rioolkoning weg was, zag ik dat de wc-pot scheef stond: hij liep anderhalve centimeter uit het lood naar linksvoor. Hiervan raakte ik net zo in de war als van de existentieel eenzame wc-pot in mijn hal vijf dagen eerder. Weer belde ik de rioolkoning, weer kwam hij langs, deze keer al na een dag. Helaas alleen om vast te stellen dat de wc-pot niet nóg een keer verplaatst kon worden. Door de slechte staat van de plank waarop de wc-pot rust, was de rioolkoning bang dat de schroeven dan niet meer vast bleven zitten.

Nu zit ik dus op een scheve wc-pot. Gelukkig ben ik zelf ook scheef, daarom reken ik het hem niet aan. Dat doe je niet met vrienden, mijn wc-pot doet dat ook niet bij mij. Sterker nog, mijn wc-pot ziet mij vrijwel dagelijks van mijn slechtste kant, maar toch accepteert hij alles van me. Daarbij weet hij wanneer hij zijn klep moet dichthouden en staat hij op de gekste tijden voor mij klaar. Is dat niet wat vriendschap is? (Volgens de vrouwen van het Viva-forum wel.)

Op de wc-pot tel ik mijn zegeningen: ik mag blij zijn dat hij er nog is. Verder maak ik me er vooral druk om dat ik binnenkort waarschijnlijk een flinke huurverhoging krijg, vanwege scheefwonen.

<< Vorige column



[ Maar wat is het? ]