Het excellente gehoor van blindenEerder gepubliceerd als column in Playboy #03/2026Ik weet niet of het te maken heeft met mijn vorderende leeftijd of met de aanprijzingen van Johan Derksen in Vandaag Inside, maar de laatste twee concerten die ik heb bezocht, waren allebei van een tributeband. Hoewel, de eerste band was strikt genomen geen tributeband: The Kik speelde werk van Boudewijn de Groot. Ruim voor aanvang stond ik met een biertje in mijn hand op mijn vaste plek in de zaal, vlak bij de rolstoelers en anderszins gehandicapten. Een medewerker kwam mij een hoge stoel brengen. 'Nee, bedankt,' zei ik. 'Ik blijf liever staan.' Hij schoof de stoel iets dichter naar me toe. 'Nee,' zei ik weer, 'ik probeer het nog een beetje rock-'n-roll te houden, weet je wel?' Nu duwde hij de stoel zachtjes tegen mijn knieholtes aan, ik kon niets anders dan erop gaan zitten. De stoel zat prima en The Kik was nog veel beter - ineens hoorde ik mezelf de tekstregel Z'n blindenstok tikt op de brug meezingen. Het tweede concert was van Physical Graffiti, een Led Zeppelin-tributeband. Ze speelden ook 'Since I've Been Loving You', een lang, slepend bluesnummer dat mij mee terugnam naar het begin van mijn studententijd, toen ik de net verschenen dubbele verzamel-cd Remasters van Led Zeppelin had gekocht. Met mijn blinde buurman luisterde ik bijna elke avond naar 'Since I've Been Loving You' terwijl we een vuilniszak vol beugelflessen Grolsch leegdronken. In het nummer kun je het slecht geoliede pedaal van de drummer horen piepen, maar in tegenstelling tot wat er wordt beweerd over het excellente gehoor van blinden, hoorde mijn blinde buurman de piepjes niet. Ik heb hier de helft van mijn studententijd aan besteed - steeds weer zette ik de cd-speler aan het begin van de track en riep: 'Piep-piep! Hoor je het niet? Piep-piep!' 'Nee godverdomme, ik hoor het niet!' riep hij dan. De blinde buurman is al vijftien jaar dood, de verzamel-cd heb ik nog. Na het concert van Physical Graffiti lag ik nog geruime tijd wakker. Toen ik bijna in slaap viel, klonk er getrippel boven mijn hoofd. Ik had dit geluid nog nooit gehoord, maar wist instinctief meteen wat het was: muizen op zolder. Ik stapte uit bed, trok de vlizotrap uit en klom naar boven met mijn zaklamp. Toen ik mijn hoofd boven de houten vloer uitstak, scheen ik een muis recht in zijn muizengezicht. Er volgde een staredown van een seconde, waarna de muis al 'Piep-piep!' roepend langs me heen rende en verdween door een gat in het dak, de dakgoot in, op weg naar een huis waar hij wat vriendelijker zou worden ontvangen. Sinds dit akkefietje loop ik elke dag vijf minuten met een lange stok op mijn zolder en tik hard op de vloer om eventuele muizen eronder te verjagen. Geen saai klusje, want ik heb de zolderwanden onlangs opgeleukt met oude posters van Pink Floyd, The Prodigy, The Blues Brothers, KINK FM en een Grolsch-reclameposter van een vrouw met lang krullend haar in een strandstoel die we in mijn studententijd op Katja Schuurman vonden lijken (die vrouw dus, niet die strandstoel, hoewel Katja inmiddels ook de vijftig is gepasseerd en zich 's ochtends wanneer ze opstaat vast weleens zal voelen als een oude strandstoel die slechts met moeite openklapt). Tot nu toe heb ik geen muizen meer horen trippelen - ik tik dan ook niet zomaar in het wilde weg op de vloer, maar mooi langzaam en ritmisch, alsof ik iets probeer te bezweren of op te roepen. Soms klinken mijn klappen als de snaredrum van 'Since I've Been Loving You'. De piepjes denk ik er zelf bij. << Vorige column [ Maar wat is het? ] |