Het was niet zo leukEerder gepubliceerd als column in Playboy #01/2026Ik zat bij mijn vriendin op de bank naar haar favoriete zender XITE te kijken. Het jarennegentig-uurtje 90's Throwback was bezig: Christina Aguilera stond soepel te dansen in de clip van 'Genie In a Bottle'. Mijn vriendin zong mee vanuit de keuken. Ze kende de tekst niet meer helemaal, maar dat vond ze helemaal niet erg. Die Christina Aguilera zag er vroeger een stuk jonger uit dan nu, dacht ik, en voordat ik de implicaties van deze gedachte kon uitwerken was het nummer alweer afgelopen. Nu kwam 'Show Me the Meaning of Being Lonely' van de Backstreet Boys. Mijn vriendin danste voor de tv langs: 'Dit was ook een favoriet van mij!' Ik vroeg me af hoe die broer heette van die Backstreet Boy, die broer die een paar jaar geleden is overleden. Ik wist het niet meer, terwijl ik het vorig jaar nog wel wist, dat wist ik zeker. Dit overkomt me steeds vaker: laatjes in mijn hersenen die niet meer opengaan. Ik dacht aan een reportage die ik eerder die week bij het achtuurjournaal had gezien over een speciaal huis voor demente bejaarden. Het huis was ingericht in jarenzestigstijl en er klonk muziek van Dorus, 'Twee motten', omdat muziek uit je jongvolwassen jaren het langst in je hersenen blijft rondhangen, samen met ingesleten routines en geuren. Na het eten zapte ik in de film Police Academy (1984). We keken er een tijdje naar - voor mijn vriendin een ingesleten routine, voor mij de eerste keer, ik heb een lacune in mijn eighties-filmkennis (die ik verhul door het gebruik van moeilijke woorden zoals lacune). Het tempo lag laag, ik had genoeg tijd om naar twee vliegen te kijken die op het dressoir waren geland en hun pootjes zaten te wassen. Eén van de agenten in opleiding over wie de film ging kon allerlei grappige geluiden nadoen. Het was niet zo leuk. Mijn vriendin zei: 'Dit vonden we vroeger hilááárisch.' En na nog vijf moeizame minuten: 'Er was vroeger niet zo veel.' Anno nu is er juist te veel. Te veel films, series, tv-programma's, X-accounts, Instagramposts, Substacks, podcasts en ja, zelfs te veel muziek. Waar ik in mijn studententijd een keuze moest maken uit mijn ongeveer 85 cd's, kan ik nu bijna alle popmuziek ooit gemaakt beluisteren op Spotify. Inclusief 'Twee motten' van Dorus, een verrassend goed nummer dat ik zojuist veertien keer achter elkaar heb gedraaid omdat ik niet helemaal goed ben. Dat heeft ook weer te maken met vliegen. In de seventies hadden we op warme zomerdagen ENORM veel vliegen in de keuken van onze boerderij. Bij andere gezinnen thuis zag ik soms een kleverige strip met lokstof hangen waar dode en/of stervende vliegen op zaten geplakt. ('Zo'n kleefstrip is een mooie metafoor voor het huwelijk,' zei ik eens tegen mijn schoolvriendje Marco. Of was het nou Gerard?) Bij ons ging het anders: als het te erg werd met de vliegenoverlast, pakte mijn moeder uit een keukenkastje een grote spuitbus in de vorm van een doodshoofd, joeg de kinderen naar buiten en spoot een bestrijdingsmiddel van Botlek-industriële sterkte door de keuken, ik herinner me de geur nog steeds. Terwijl alle vliegen, wespen en twee motten dood neervielen mocht er een paar uur lang niemand de keuken betreden. Dat deed ik natuurlijk stiekem toch, om een glas ranja te maken of gewoon om stoer te doen (ik was toen al een rebel). Ik denk dat ik van dat bestrijdingsmiddel parttime autistisch ben geworden, de beginnende dementie is er ook al en binnenkort krijg ik vast nog parkinson ook, hier, mijn vingers beginnen al te t-t-r-r-i-i-l-l-e-e-n-n, de geest is uit de fles. << Vorige column | Volgende column >> [ Maar wat is het? ] |