Reizen is levenEerder gepubliceerd als column in Playboy #08/2026Beste lezer, in de traditie van grote reisschrijvers als Cees Nooteboom (RIP), Paul Theroux en Iris Hannema (wie?) bericht ik u vandaag vanuit een hotelkamer. Om precies te zijn: een hotelkamer met airconditioning van de firma Mitsubishi. Gelukkig maar, want buiten is het 37 klein nulletje C. Het is dag twee van mijn verblijf in dit hotel en ik zit met pen en papier in de brede vensterbank door het hr++-glas naar de overkant van de straat te kijken. Puffende poppetjes lopen hun armoedige huis met enkelglas in en uit, denkend aan het WK voetbal, het hete weer en de prijs van een liter cola/een liter benzine. Of waar denken niet-reizende, gewone mensen de hele dag aan? Ik zou het niet weten, beste lezer, daarom verzin ik het zelf maar - je bent reisschrijver of je bent het niet. Reizen is leven en geen enkel leven verloopt rimpelloos (dit wordt de openingszin van mijn nieuwe reisboek Travelling with Robert van Eijden). Zo is de airconditioning in mijn hotelkamer koel, maar ook een beetje lek: er valt één keer in de dertig seconden een druppel van het apparaat op de vloer. Ik zou er wel een borrelglaasje onder willen zetten, maar borrelglaasjes zijn hier niet te vinden, dus heb ik er een handdoek uit de badkamer onder gelegd. Vanochtend ben ik naar de balie gelopen met mijn zonnehoed op (ik moest de binnenplaats oversteken) om het defect te melden. Alle communicatie verloopt hier in het 'charcoal-English', een exotische variant van het Engels die ik redelijk beheers, al moest ik wel even nadenken over de juiste vertaling van 'airconditioning'. Over exotisch gesproken: na mijn bezoek aan de balie wandelde ik naar het commerce district van deze wijk - in de bloedhitte zag ik mannen met baarden in lange gewaden, vrouwen in dezelfde gewaden maar zonder baard, overal groentezaken die hun waar midden op de stoep uitstallen (veel watermeloenen) en winkeltjes waar ze alles verkopen van telefoonhoesjes via waterpijpen tot paardenvlees. In een van de winkeltjes kocht ik een zak chips met Arabische letters op de verpakking - het enige wat ik kon lezen was het charcoal-English-zinnetje 'salt flavored potato chips'. Bij het afrekenen (mijn Rabo-pas werd gewoon geaccepteerd door het pinapparaat) dacht ik aan diverse hashtags, met name #traveltheworld, #wanderlust en ja, natuurlijk ook #solotravel. Het hotelontbijt vanochtend was 'wel even een dingetje', zoals jongere reisschrijvers dat noemen. Brood dat ik zelf moest snijden met een bot mes, ongemotiveerd ogende plakjes kaas en mortadella, iets zalm-achtigs, een slap bakkie 'americano' en het allerergste: in de ontbijtzaal was geen airconditioning van de firma Mitsubishi. Als Marco Polo liep ik derhalve met mijn volgeladen bordje de zaal uit, op ontdekkingstocht, een reis binnen een reis. Ik vond een plek in een schaduwrijke hoek van de binnenplaats aan wat ze hier een 'picknicktafel' noemen, waar ik tot mijn vreugde vijf meter bij de andere hotelgasten vandaan zat. Vergeef het mij, beste lezer, maar ontbijten met vreemden erbij vind ik ronduit vulgair. Beste lezer, ik groet u vanuit dit oord en ga in korte broek en T-shirt een dutje doen op mijn hotelbed voordat ik de stad verder ga bekijken. Ik verheug me vooral op het bezoek aan mijn stamcafé, fraai gelegen op slechts twaalf minuten fietsen van dit hotel - ah, ik kan de Witte Trappist al bijna proeven. Zou collega-stamgast A. vandaag weer veel belastingadvies hebben gegeven? En heeft barman M. die bank nog gekocht op Marktplaats? Nu, dat hoor ik straks allemaal wel. Gezellig. Ja, ik raad het iedereen aan om tijdens een hittegolf zes dagen te verkassen naar een hotel in je eigen woonplaats. << Vorige column | Volgende column >> [ Maar wat is het? ] |