[ Modern toerisme ]



Beter dan uw reisbureau:


Eerste brief uit Barcelona

Tweede brief uit Barcelona

Derde brief uit Barcelona

Vierde brief uit Barcelona


En binnenkort:


Vijfde brief uit Barcelona

Zesde brief uit Barcelona



Eerste brief uit Barcelona
maandagnacht, 12 juni 2001

Deze keer schrijf ik u, geachte lezer, eens niet vanuit het Utrechtse stadje U., maar vanuit een hotelkamer in het centrum van Barcelona. Het hotel, dat in authentieke jaren-zeventigstijl (bruin hout! Bruine fauteuils! Bruine asbakken, het soort met zo'n lange voet waar je op zo'n knop kan drukken en dat de as dan via zo'n bruine draaischijf naar beneden zakt!) is opgetrokken, is met een mediterraan gevoel voor humor Hotel Moderno (Hotel Modern) gedoopt en gesitueerd aan de Carreras Hospital (Ad Visserstraat), een zijstraat van La Rambla. La Rambla betekent Damrak, en daar lijkt deze toeristenfuik van een straat dan ook verdacht veel op. Het enige dat nog ontbreekt zijn de palomas (duiven).

Geil hè, al die Spaanse termen? Voor mij in ieder geval wel - ik ga uiterst zelden op vakantie (omdat ik al in paniek raak als mijn favoriete merk pindakaas in de Albert Heijn naar een ander schap verplaatst is) en kan dus bijna nooit buitenlands spreken, behalve dan met de medewerkers van de Albert Heijn, als ik ze in mijn beste Marokkaans moet vragen waar de pindakaas nu weer gebleven is.

Om u wat te vertellen over het fenomeen vakantie in het algemeen en mijzelf in het bijzonder, ga ik u iedere dag van deze week een brief schrijven (voorlopig lukt dat uitstekend). Dat is stukken minder saai dan na afloop in een keer een lang verhaal schrijven, want een verhaal over reizen wordt al gauw een reisverhaal, en zoals u weet bestaat er geen saaier genre in de literatuur - of lectuur, zoals sommigen zeggen - dan het reisverhaal. God, wat haat ik reisverhalen. En dan te bedenken dat ik er nog nooit een gelezen heb! Nee, die enkele keer dat ik de sterke aanvechting krijg om over reizen te lezen haal ik altijd een reisgids bij het reisbureau. Daar staat precies hetzelfde in als in een reisverhaal, echter een stuk efficiënter weergegeven - zonder die overbodige en pagina's lang doorzeurende, vals-romantische beschrijvingen van pittoreske dorpjes, kamelen met twee bulten en die markt waar van die typisch inheemse spullen als Air Max-schoenen en Rolex-horloges werden verkocht.

Alleen de broeierige neukseks met de lokale bevolking, ja, die mis ik wel in de reisgidsen, maar die fantaseer ik er zelf dan wel bij, hierbij geholpen door de foto's van Gouden Onderstellen™ op dito stranden. Wie, zoals ik, gezegend is - of vervloekt, zoals sommigen zeggen - met een buitensporig grote fantasie (niet voor niets noemt men mij ook wel de Baron von Munchhausen van de Rivierenwijk) hoeft nooit op reis, en kan aldus het door het niet kopen van vliegtickets bespaarde geld uitgeven aan bijvoorbeeld de rekening van de psychiater.

Naast het dagelijks schrijven van een brief is mijn voornemen om zo veel mogelijk Spaanse woorden in deze brieven te verwerken, het liefst op een achteloze wijze, eentje die suggereert dat ik een kosmopoliet in komma's, een wereldreiziger in woorden, een rugzaktoerist in regels ben. Een beetje de schijn ophouden dus, en dat is hard nodig, want ik heb niet eens een rugzak - iets dat in sommige kringen wordt gezien als een misdaad erger dan doorrijden na een ongeluk.

Op feesten en partijen vraagt men mij vaak - ongeacht het tijdstip van het jaar - waar ik naartoe ga 'met vakantie'. Een mens kan een hoop martelingen verdragen, maar men komt onherroepelijk op het pijnpunt waarop men doorslaat. Op een gegeven moment op een gegeven feest antwoordde ik dus: 'Ik koop een Lonely Planet van de hele wereld, streep met een gele markeerstift alle interessante plaatsen aan, leer de beschrijvingen uit m'n hoofd en vertel vervolgens aan m'n collega's dat ik daar en daar geweest ben.'

U zult begrijpen, geachte lezer, dat de stemming er onder de kaki-bebroekte feestgangers meteen behoorlijk uit was: de rest van de avond werd ik genegeerd als een stuk beschimmelde metworst. Nee, voor twaalven zouden deze mensen mij zeker niet meer meevragen op hun tripjes naar de Kilimanjaro en Nepal. Wat zijn de mensen toch hard en gevoelloos, en vaak dom en lelijk ook nog.

Inderdaad, ik ben in een stemming die we gerust als contemplatief mogen omschrijven; een en ander is een direct gevolg van het feit dat ik over dertien dagen dertig jaar oud word. Nu ik hieraan denk vergaat mij ineens de lust tot schrijven volkomen, en dus leg ik mijn vermoeide lichaam (dat de hele avond heeft gedanst op diverse kneiters in Club Moog) te rusten op zo'n hotelbed met bolletjes op de poten, in het volste vertrouwen dat de nachtportier met zijn voorkeur voor buitenproportionele dildo's (hierover later meer) over mij zal waken als was ik zijn bloedeigen zoon - eentje die niet wil deugen, maar van wie hij stiekem meer houdt dan van zijn andere kinderen.





[ Maar wat is het? ] [ E-mail ]